De magie van Tigran Petrosjan door Jan van den Bergh
Een paar jaar geleden raakte ik met John Tan toevallig in gesprek over Tigran Petrosjan. Tot mijn niet geringe verbazing wist hij zeer goed wie deze oud-wereldkampioen (1963-1969) was en bleek hij zelfs op de hoogte van het kleine boekje “Petrosjan bleibt Weltmeister!”, dat Petrosjan’s eerste match tegen Spasski (in 1966) behandelt. Verbazing omdat de man tijdens zijn leven (1927-1984) al niet tot de meest populaire en tot de verbeelding sprekende schakers behoorde en daarna zelfs ronduit slachtoffer van het Grote Vergeten is geworden. Zoals zoveel slachtoffers was hij volstrekt weerloos (want dood) en onschuldig. Zijn subtiele hyperpositionele “filigraanarbeid” op het schaakbord kon het gewoon niet bolwerken tegen het computer-gestuurde Krachtpatsers-schaak van de generatie Kasparov c.s. Of, om in muziektermen te blijven, hij was de vergeten meesterpianist die van het podium werd geblazen door een scheurtoeterorkest van André Hazes… Hoe volstrekt logisch, hoe hard, hoe onrechtvaardig ook…
Enkele keren is de afgelopen 20 jaar tevergeefs geprobeerd Petrosjans schaakerfenis nieuw leven in te blazen.
De Rus Sjechtman bracht in twee zeer kloeke delen de complete verzamelde partijen uit. Veel meer dan 1000 in totaal. Veel bloedeloze en ultra-korte remises, vooral in deel 2, dat de tweede helft van Petrosjans carrière behandelt. (Te) summier wat betreft commentaar ook. Boeken enkel voor de ware Petrosian Freak (ja, die bestaan echt!), maar ik vind ze nauwelijks recht doen aan de Grote Geweldenaar Petrosjan die ik mij uit mijn jeugd wens te herinneren.Daarover later meer. Veel interessanter is het Kasparov-boek (deel 3 uit zijn Predecessors-reeks) uitgebracht in 2004. Een redelijk aantal “Grote Partijen”, met diepgaand en persoonlijk commentaar.
Wat echter tot op heden ontbrak was een eigentijds, vlot geschreven, met begrijpelijk commentaar gelardeerde partijverzameling annex overzichtsboek voor de gemiddelde schaker. Ik was gegeven dit manco dan ook uiterst aangenaam verrast door het zeer recent verschenen “Petrosian versus the Elite” van Ray Keene en Julian Simpole [Batsford]. Over de producten van uitgeverij Batsford en vooral auteur Keene (“OBE”, jawel, meneer!) is de laatste 10 jaar veel bagger uitgestort (meestal volkomen terecht), maar de noodzaak de concurrentie met de kwaliteits-uitgeverijen Everyman en John Nunn’s Gambit vol te houden heeft nu kennelijk een heilzame werking gehad op de heren.
Het boek geeft 71 prachtige en kundig geannoteerde partijen, gelukkig weinig overbodig gezwam en een paar interessante nieuwe feiten (wist u bijv.dat Petrosjan in 1956 overwogen heeft met schaken te stoppen na het beruchte blunderdebacle in het Kandidatentoernooi ?). Zeer geslaagd is ook de partij-selectie: Keene is er wonderwel in geslaagd elke overlap met het oudere, voortreffelijke boekje van Peter Clarke “Petrosian: Master of Defence” (in 1992 heruitgegeven, maar niet meer verkrijgbaar) te vermijden. Tezamen genomen vormen deze boeken van Clarke en Keene nu dus zo ongeveer het ideale Petrosjan-portret en bevatten ze wat mij betreft de “Klassieke Canon” uit zijn erfenis.
Terug naar de Petrosjan van mijn jeugd – we schrijven de late jaren zestig. Toen ik leerde schaken (ergens in ’65 of ’66) was Petrosjan wereldkampioen. Je wist niet wat dat betekende maar dat dat iets heel bijzonders was en dat de drager van die titel een ongelooflijk genie was werd er al heel snel door mijn vader ingestampt. Ik leerde zijn spel kennen uit het allereerste Informator-deel (met een vaalgroene, inmiddels nagenoeg geheel versleten kaft) , dat mijn vader vol trots bij boekhandel Ten Have in de Kalverstraat in Amsterdam had besteld en ontvangen (ik als 9-jarige: “Papa, is dat meneer Tan Haver”? doelend op de oudere bekende meneer de Bruyn van de schaakafdeling; pa met een kop als een boei natuurlijk….).
Inderdaad: wat ik naspeelde waren de twee beroemdste Petrosjan-partijen uit de eerste WK-match met Spasski in 1966 met die fabelachtige, werkelijk betoverende kwaliteitsoffers.Daar en toen is mijn verslaving begonnen; ik weet dat zeker. Petrosjans spel was voor mij (in mijn jeugdige overmoed) een open boek, zo helder als kristal (hoezo duister en strategisch manoeuvreren?) en het ultieme voorbeeld hoe (toen nog) kleine Janneman ook zou gaan schaken. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat zijn spel en zijn partijen, veel meer dan die van Fischer of, later, Karpov, mij als schaker gevormd hebben. Mijn eerste “repertoire” (avant la lettre) ontleende ik aan zijn partijen. Het bestuderen van de magische gevechten in het Damegambiet Botwinnik-Petrosian (uit 1963) enPetrosian-Spasski (in 1966 en 1969) maakte mij voorgoed onkwetsbaar. De Paulsen-Taimanov-Siciliaan ►
leerde ik van hem (wie de machtige partij Parma-Petrosjan uit 1971 kent weet wat ik bedoel….) Ook Jan Timman gaf in zijn herdenkingsartikel uit 1984 in New in Chess aan dat dat eerste gevecht hem altijd mateloos had gefascineerd.
In heel veel Petrosian-partijen blijken er in zijn spel onconventionele rekenregels voor materiaalverhoudingen te gelden….. Twee lopers zijn sterker dan twee torens, twee paarden veel sterker dan twee lopers, een toren en een stuk praktisch altijd sterker dan een dame en een stuk en een pion altijd sterker dan een toren. Pluskwaliteiten behoort men uiteraard terug te offeren……. Berucht waren ook zijn “paardentandems ” (paarden op e5 en f4, d3 en c5 of c4 en c5 of – toe maar, nog één – e3 en e4 ) die de stelling van de tegenstander als het ware compleet verlamden.
Zijn creatieve hoogtepunten bereikte Petrosjan m.i. in 1963, toen hij in een moeilijke match Botwinnik versloeg en daarna in de eerste match tegen Boris Spasski in 1966. Maar ook daarna speelde hij nog adembenemende partijen, o.a. tegen Kortchnoi en Fischer in 1971. Nog altijd kan ik lyrisch worden over de wijze waarop hij met wit in de kandidatenmatch uit 1971 na acht remises in de negende partij Kortschnoi te grazen nam: Na een uiterst vaag en traag 2-rijen systeem (nog minimalistischer dan een 3-rijensysteem) blijken alle witte stukken na enige werkelijk afzichtelijke witte zetten grandioos samen te werken. De partij werd gespeeld in juli 1971 en ik herinner me nog hoe mijn vader en ik op jaarlijkse vakantie in het gehuchtje Rolde (bij Assen) op het nagezonden dagblad het Parool zaten te wachten om de partij na te kunnen spelen. Dat in het aanpalende Grolloo minstens zulke boeiende zaken plaatsgrepen (Cuby en zijn Blizzards) was me toen trouwens nog geheel onbekend….
Of de beroemde 2e matchpartij tegen Fischer in september 1971, waarin hij Fischer, uiteraard met een kwaliteitsoffer, magistraal van het bord timmerde en hem de eerste nederlaag na 13 achtereenvolgende overwinningen in de kandidatenmatches toebracht.Hij schijnt in Buenos Aires, waar de match gespeeld werd, te zijn beloond met een minutenlange staande ovatie. Petrosjan de Geweldenaar die Fischer had moeten (en kunnen) kloppen…… Hoe anders had de schaakgeschiedenis er dan uitgezien……
Dat deze Gigant een kleine en al te bescheiden man was bleek uit een uitzending van de Mies Bouwman’s TV-show “Een van de Acht”. In januari 1971 wist zij Petrosjan en de vage Hongaar Lengyel te strikken voor een snelschaakdemonstratie voor een miljoenenpubliek. Beiden namen toen deel aan het Hoogoventoernooi in Wijk aan Zee. Ademloos toekijkend werd het grote publiek werkelijk betoverd door het razende, flitsende en voor een leek onnavolgbare vingerwerk van beide heren. Natuurlijk won Petrosjan. Niemand snapte er iets van, maar het was een onovertroffen kijkspektakel, waaruit wijze televisieheren toen de les hadden kunnen trekken dat schaken, anders dan bijv. hockey (een spel voor 22 kromlopende mennekes en een minkukelig balletje of “pukje” als er ijs in het spel is) zich uitstekend voor televisie leent. Je moet er alleen de goeie mensen bijzetten (dus niet de puike loopjongen Muhring, om maar eens een Verkeerde Grote Geest te noemen, in 1972)…..
“Zit je lekker, Tigran”? en “Licht uit, Klok aan!”. Tigran, een klein kereltje met grote, wat droevig staande ogen, opzichtige flaporen en dito gehoorapparaat lachte heel vriendelijk en natuurlijk geen woord Hollands begrijpend Mies netjes toe….
