Een plaatselijke serviceclub (raar woord eigenlijk; het geeft mij direct associaties met onderhoudsbedrijven) organiseerde onlangs een Gala avond in ons Cultuurcentrum. Een deftige avond zogezegd. Voor degenen die het breed kunnen laten hangen en er ook geen probleem mee hebben dat kortstondig aan anderen te laten merken. Aan belangstelling geen gebrek, in een mum van tijd waren de 180 couverts verkocht en er was zelfs een wachtlijst. Bij 180 couverts is het toch lang wachten op het eten en de lol daarvan is mij altijd ontgaan. Het zal ook daarom zijn dat er wat acts waren ingehuurd met de regionale cabaretcoryfee Arno van der Heijden als kopman. Hij moest de gangen aan elkaar praten. Hoogtepunt van de avond was een veiling van kunstwerken, waarvan er een aantal waren vervaardigd door de plaatselijke schilder die u al kent van mijn columns. Een serviceclub avond hoort afgesloten te worden met de overdracht van de netto-opbrengst aan een goed doel. En zo geschiedde. De stichting vrijwillige terminale palliatieve zorg ontving de cheque. Om de avond in stijl te beginnen had de organisatie bedacht dat het leuk zou zijn om de gasten over een rode loper te laten binnenkomen en de boel nog wat aan te kleden met een markering van koperkleurige staanders met rode koorden en grote brandende buitenkaarsen. Een baldakijn was kennelijk niet te huren, een gemis was het niet echt doordat het mooi weer was. De recht voor de ingang van het gebouw in de stenen geschroefde zitbankjes bleken een obstakel waar de ontwerpers van het plein nooit aangedacht hadden. De rode loper moest derhalve een beetje schuin gelegd worden en, een reuze tegenvaller, de voitures konden niet pal voor de loper stoppen. Om het extra chic te maken was er ‘valet parking’ geregeld, maar mede door die bankjes kwam dat toch niet helemaal uit de verf. Wie dacht dat er grote belangstelling bestond bij de Veendammer bevolking om de entrees gade te slaan, kwam bedrogen uit: een handje vol toevallige passanten bleef staan kijken. Ik ben gaan kijken uit nieuwsgierigheid. Wie van de mij bekende plaatsgenoten zouden hier aan deelnemen? Een huisartsenechtpaar, twee notarissen, een juwelier, de directeur van het Cultuurcentrum, een gemeentelijk directeur van een naburige plaats, één raadslid, dat was het zo’n beetje. Verder, aan hun uiterlijk te meten, veel commerciële jongens. De mannen zaten veelal iets te strak in de smoking. Het is en blijft moeilijk om de extra verworven kilo’s te verhullen. De dames waren uiteraard niet zo snel tevreden met hun uiterlijke verschijning. Kledingzaken, kappers en visagisten zullen goede zaken gedaan hebben. Tegen deze inzet afgemeten waren hun entrees toch veelal niet echt glorieus. Dat kwam natuurlijk vooral door hun mannen, die absoluut niet weten wat voortschrijden inhoudt. Het maakt voor hen weinig uit of ze over een rode loper lopen of dat ze onderweg zijn naar de skybox in het stadion. Daarboven hebben ook niet álle dames het in zich om de rol van ‘glamour girl’ te spelen. Toen de stoet voorbij was getrokken, was mijn hartslag nog gewoon op 76 gebleven. Als er geen begeleidende muziek was verzorgd, zou het een wat fletse vertoning zijn geweest. Het trommelen, door de djembé groep Ngoma, was een lust voor oor. Deze groep, opgericht door een oud-lid van onze schaakvereniging, heeft ook zeer jeugdige leden, die met veel overgave en discipline spelen. Tussen deze ontwaarde ik een jong meisje, 13 jaar denk ik. Nog wat aan de kleine kant, lang blond haar, heldere blauwe ogen, mooi slank gezichtje, rechte mond met dunne lippen. Trommelen als de beste en ook nog bij één nummer trompet spelend. Onmiskenbaar een talent! En dat gezichtje, het zou zo een kleindochter van Jackie de Shannon kunnen zijn. Jackie was ook al op jonge leeftijd in de weer om als zangeres te slagen. Ik ben benieuwd hoever de ambities van dit trommelmeisje reiken. Thuis gekomen heb ik via you tube, “When you walk in the room” beluisterd. Ik had natuurlijk de CD kunnen opzetten, maar voor deze keer wilde ik graag haar mooie verschijning er bij. Nog even wegdromen!