De zomerbesognes van een Zoetermeers samenraapsel door Manuel Nepveu
De gebruikelijke invasie van schaaktoernooien in het buitenland door enige Zoetermeerders vond dit jaar niet plaats. Voor degenen die vierkante ogen krijgen als ze langer dan een week of wat geen serieuze partij spelen moest er dus naarstig gezocht worden naar een vervanging. Voorts waren er nog andere spelers uit de zompige gebieden die hun schaakvakantie gewoonlijk binnen ’s lands grenzen doorbrengen. Alles bijeen ging het om de schaaktijgers Ahlers, van den Bergh, Kunnen, Noordhoek en Nepveu. O ja, er waren nog wel andere Zoetermeerders ook, maar die hadden geen binding (meer) met schaakvereniging Promotie en hun wederwaardigheden zullen onbesproken blijven.
Door de genoemde personen werd het Amsterdam Chess Tournament uitgekozen, dat nu voor de derde keer werd gehouden. Kortweg, het ging om ACT3; de logica in de naam zal U niet ontgaan.
Er werd in vier groepen gespeeld. De grenzen tussen de groepen waren niet scherp, maar ze lagen ongeveer aldus: groep A voor de spelers met een (FIDE-)rating van 2200+, groep B voor spelers met een rating tussen 1900 en 2200, groep C voor de schakers tussen 1600 en 1900 en in groep D zaten de spelers van 1600-.
Ben Ahlers waagde de sprong in het diepe en schreef zich in voor de A-groep. Zou hij mogen aantreden tegen Timman, Toekmakov of Tiviakov? Of tegen Stellwagen, de Vreugt en l’Ami?
De vooruitzichten waren wat dit betreft misschien toch een weinig sombertjes, want onze Ben had de laagste rating van de A-groep, samen met een vette Oostenrijker, waarvan Uw schrijver pas na enkele dagen ontdekte dat het (?) geen Oostenrijkse was. De overige KNSB-ers speelden in groep B en Ruurd Kunnen had zich voorgenomen eens iets te gaan doen aan zijn rating in groep C.
In de buitenlandse toernooien hadden de daar spelende schakers altijd in een grote groep gespeeld. Dat was in het verleden altijd zo uitgekiend. Misschien kon je eens ingedeeld worden tegen een zware broeder. Dat was een deel van de charme en de beloning voor goede resultaten tijdens het toernooi. In het ACT heb je beperkingen naar boven en naar beneden.
Voor wie het alweer bijna vergeten was, midden juli was het in Nederland snikheet. Tijdens het toernooi werden de cola’s, de ice teas en de watertjes met groot enthousiasme gedronken. Het toilet werd vooral uit gewoonte bezocht, maar niet omdat al die koelvloeistoffen een belasting vormden voor blaas en urinewegen. Integendeel, de zweetklieren loosden de cola’s, de ice teas en de met mate gedronken biertjes voorbeeldig. Ook de maag had weinig te doen, want zelfs het eten van een pannenkoek was al iets waar je verschrikkelijk lange tanden van kreeg. Neen, al het bloed kon naar de hersenen stromen. Iets waar een schaker baat bij zou kunnen hebben.
Nu verwacht U hopelijk niet dat ik het toernooi ronde voor ronde met U ga doornemen. Dat was ik absoluut niet van plan. Het vermelden en bespreken van alleen de dieptepunten is veel leuker, hoewel… misschien een weinig te eenzijdig. Ben Ahlers had zich dus voor de hoogste groep ingeschreven. Mocht hij dan ook tegen de sterken? Inderdaad trad Ben aan tegen Arthur van de Oudeweetering, een IM met een bedenkelijke rating en tegen de Engelsman Mark Ferguson, een IM met een iets minder bedenkelijke. Helaas voor Ben maakte het voor het behaalde resultaat geen fluit uit. Ik vermoed, hoewel ik de partij niet heb gezien, dat Bens bevredigendste resultaat nog een overwinning op jeugdspeler Jeffrey van Vliet was, die bij de wedstrijd AAS – Promotie onze Bannink nog zo ellendig gedold had. Maar alles bijeen was dit zoals de Duitsers zeggen “kein berühmtes Turnier” voor onze Tweede Man.
Hoe ging het met Ruurd Kunnen, de man die zijn rating wilde opvijzelen? Welnu, het leek erop dat zijn toernooi een prachtig sprookje zou worden. Echter, op de achtergrond grijnsde een boze toverkol. Ruurd had na acht partijen zes punten. Niet allemaal even verdiend, kreeg ik de indruk. Maar toen… kwam hij gewonnen te staan in de allerlaatste partij, de partij die hem eeuwige roem en een geldprijs zou kunnen opleveren. Hij verknalde een en ander in tijdnood… Ruurd heeft door deze nederlaag een klein geldbedrag misgelopen, maar een tpr van 1897 voor iemand die een groot deel van zijn leven met zijn rating onder de 1750 heeft gezeten is natuurlijk toch niet verkeerd. Kunnen kan zelf het beste oordelen over de gevoelswaarde van dit toernooi.
Over de overige drie heren kan ik kort zijn. Alledrie verliezen zij ratingpunten. Jan van den Bergh merkte, vrij vertaald, na een kleine week op dat hij maar een tegenstander had, te weten Jan van den Bergh. Henk Noordhoek speelde zes keer remise en was met sommige daarvan zeer in zijn nopjes, ofschoon hij de eerste was om toe te geven dat hij speelde als een uitgewrongen dweil. Uw schrijver begon goed, maar liep in de tweede helft eerst tegen een hilarische nul aan, en vervolgens ook nog eens tegen een uiterst pijnlijke. Een overwinning in de slotronde kon dat niet goedmaken. Die hilarische nul dan maar. Dat doet het grinnikgehalte van dit verslag alleen maar goed.
Dolf Beltz (DSC) – MN
1 e4, e6 2 d4, d5 3 Pd2, Le7 4 Ld3, de4x 5 Pe4x, Pf6 6 Pf3, Pbd7
Niets schokkends zover, allemaal wel eens gespeeld.
7 Peg5
|
|
Wat!? Denkt Beltz dat hij op e6 kan offeren? Ik keek en keek en keek. Hij is gek geworden. Gewoon verder gaan, niet op deze onzin reageren.
7…, c5. 8 Pf7x
Maar dit had ik niet gezien. Ik baalde als een stekker. Niet e6, maar f7 was het doel geweest van mijn vileine tegenstander… Ik was zeker vergeten mijn druivensuikertje in te nemen.
8 …, Kf7x 9 Pg5+, Kg8 10 Pe6x, Db6 11 De2, Pf8 12 Pg5 (1-0). |
Toen ik de partij door Fritz liet bekijken werd mijn zevende zet voorgesteld, maar het offer op f7 werd door mijn elektronische kameraad niet gevonden. Vreemd! Toen ik de zet invoerde (“Je zult slaan op f7, kreng!”) werden alle gespeelde zetten van Beltz en van mij keurig voorspeld, met als oordeel van de eindstelling: licht z w a r t overwicht. Ik had opgegeven in iets betere stelling. Met 12…, Pd5 had ik volgens Fritz geen probleem gehad, ook al bevalt de zwarte stelling me natuurlijk voor geen meter.
Zo, nu mag U een kwartiertje schuddebuiken!
Ik bezit een boek (Die Verteidigung des Damengambits) dat ik ooit van een Bussumse schaakvriend mocht ontvangen en dat volgens diens zeggen aan Kabouter Roel van Duijn had toebehoord (ja piepjonge lezer, er was ooit een Kabouterpartij in ons land!). Welnu, dat kon ik tijdens dit toernooi precies nagaan: in de B-groep deed Roel van Duijn mee. Van Duijn had in de jaren zestig meesterklasse gespeeld bij DD, op het tweede bord achter Donner. Ruim veertig jaar lang had hij zich niet op schaakfestijnen laten zien, maar nu, 63 jaar jong, deed hij een poging in de B-groep. Jan van den Bergh verloor van hem, Henk Noordhoek won van hem en hij behaalde een vijftig-procent score. En, o ja, hij kon zich herinneren dat hij het boek waarover ik sprak in zijn bezit had gehad. Toen de partij tussen de Kabouter en Henk in de post-mortem werd geanalyseerd werden wij vergast op een halfuur privé-les van Grootmeester Ree, die in de analyseruimte aanwezig was en die van Duijn natuurlijk wel kende uit het Amsterdamse. Aanschurken tegen de macht heeft zo zijn voordelen…
Eigenlijk weet U nu alles wel zo’n beetje, temeer daar Ruurd tijdens het toernooi ook nog eens voor kleurrijke berichtgeving op onze webstek zorgde. Maar ik kan het niet laten om daar even op terug te komen, ik moet wel. “Zelf was ik moe maar voldaan. Zeer voldaan mag ik wel zeggen, want na een desastreus begin waarin ik niets zag en een loper verspeelde, had ik toch een mooie overwinning behaald” schreef Ruurd na afloop van de achtste ronde op onze clubsite. Dit kan natuurlijk niet. Niets zien, een loper weggeven en dan spreken van een mooie overwinning. Ruurd, simpele ziel! Zo’n partij dient levend begraven te worden en zijn winnaar dient gecastreerd! Als je ooit het niveau van de A- of B-groep wilt halen dien je na het spelen van zulk een partij nederig om vergiffenis te brullen bij je opponent en bij de schaakgodin Caïssa. Zo, dat is er uit.
En hiermee ben ik dan aan het einde gekomen van een getrouwe weergave van de schaakwerkelijkheid zoals die zich aan mij, Manuel Nepveu, geboren op 3 mei 1952 te ’s Gravenhage, openbaarde in de maand juli te Amsterdam.

