Het boekenweekgeschenk voor dit jaar werd geschreven door Dimitri Verhulst. Dimitri de schrijver, de Vlaming. Volgens hemzelf: Dimitri de schaker.
“Ik ben niet veel, maar wel een schaakspeler. U zou het gerust samen met het predicaat ‘schrijver’ onder mijn naam mogen afdrukken op mijn overlijdensbericht: ‘Dimitri Verhulst, schaker.’ ” Dit was nieuw voor mij. “Ei ei, ventje, ei ei” zou professor Sickbock zeggen.
In de NRC van 6 maart j.l. schrijft Dimitri over de levensbedreigende verslaving die het schaakspel is, een en ander onder de titel: “De biecht van een bezeten schaker” Ik ga dat verhaal hier niet samenvatten. Niet nodig. Het bevat de gebruikelijke gemeenplaatsen die u ook allemaal wel kent. “Veel meer dan om intelligentie draait het in het schaken om psychologie. Voelen hoe je de ander onder druk kan zetten, trachten te achterhalen onder welke omstandigheden hij breekt, zorgen dat hij moet kiezen tussen twee geliefde stukken, zoeken naar de offers die hij wenst te brengen. Het is geweten: schakers hebben niet per definitie een hoog IQ, maar hebben autistische neigingen, zijn uitstekende manipulators, criminelen en psychopaten in de knop….”.
Goed, voor mij was de uitdrukking “het is geweten:” geheel nieuw. Het Vlaams klinkt mij hier voornamer in de oren dan: “het is algemeen bekend”. Qua inhoud, echter, is het te berde gebrachte vooral een verzameling gemeenplaatsen. Al of niet ware gemeenplaatsen.
Als je echter wat preciezer kijkt is de tekst hier en daar toch wat vreemd. “…, zorgen dat hij moet kiezen tussen twee geliefde stukken”. Hoe bedoelt u, heer Dimitri? “Trachten te achterhalen onder welke omstandigheden hij breekt”. Zeker, maardan heb je het over een concrete tegenstander tegen wie je regelmatig speelt. In een enkele partij is dit “trachten te achterhalen…” volstrekt niet aan de orde.
Hebben wij hier te maken met iemand die interessant wil doen, door voor de zoveelste keer het schaakspel in verband te brengen met waanzin? Zielenknijpers, ze hebben hun duit al meer dan eens in het zakje gedaan. En toegegeven, een enkele beroemde schaker heeft daarvoor heftig materiaal aangeleverd. – de helaasheid der dingen, zoals Dimitri pleegt te zeggen. Of wil Dimitri misschien op de grandeur van Stefan Zweigs Schachnovelle meeliften?
Bij verder lezen in het NRC-stuk wordt hieromtrent meer duidelijk. Zeker en vast niet Dimitri’s opzet. Leest u even mee. “Wij wenkten een stewardess. Hij ging voor de whisky, ik voor het Madurodamflesje Beaujolais. We toosten, hij kreeg wit. En begon, met een, naar mijn mening saaie, Siciliaanse opening…”. Wit begint met een Siciliaanse opening! Betekent het werkwoord “beginnen” in het Vlaams iets anders dan in het Hollands? Zou dekselse Dimitri stiekem met Zwart al een zet hebben gedaan zonder dat zijn tegenstander – aan de whisky – het opmerkte?
Of valt Dimitri nu door de mand als een would-be schaker? Spannende vragen allemaal. Nochtans heb ik geen tijd om naar het meest waarschijnlijke antwoord te zoeken. Ik moet dinsdag namelijk weer schaken en me voorbereiden. Ik heb Wit, dan komt er tenminste een lekkere Franse partij op het bord!
