Dresden 2010

Dresden 2010

Manuel

Nepveu

 

 

Voor mij liggen twee oude clubbladen, het zijn de nummers 47-1 en 48-1. In het eerste clubblad staat een artikel “Dresden 1998”, in het tweede een bijdrage “Dresden 1999”. Nu volgt dus “Dresden 2010”.

 

Wat schreef ik eigenlijk in de twee Dresdener artikelen van de vorige eeuw?  In het artikel van 1998 liet ik me vooral leiden door het roemruchte bombardement dat de stad in februari 1945 trof en de voor mij persoonlijk nogal bizarre omstandigheid dat mijn schoonvader zich als krijgsgevangene in deze stad ophield toen de bommen vielen. Maar natuurlijk ging ik ook op de prestaties van de Promotiaanse deelnemers in. Toen waren dat Hoorweg, Bannink, Broekman, Noordhoek, Luitjes, Eggink en ik. In het artikel van het jaar daarop schreef ik over de gelijkenissen tussen de toernooien van ’98 en ’99 en de verschillen. Dat liep wat uit de hand en zo kwam ik te filosoferen over de “wederkeer-stelling” van Poincaré. Als u dit ietwat esoterische / licht krankzinnige gedachte-experiment nog eens wilt nalezen, dan hoop ik dat u het desbetreffende nummer bewaard heeft; op de Promotiewebsite staat het helaas niet. In 1999 deden alle bovengenoemde personen ook weer mee, maar nu aangevuld met onze Meijer. In het clubblad wordt mijn artikel gevolgd door dat van Bernard. Hij laat een aantal partijen zien. Onder deze partijen is zijn indrukwekkende remise tegen de Dresdener grootmeester Uhlmann en zijn eveneens indrukwekkende tegen de Russische grootmeester Saltaev. Met iets meer geluk (?) had Bernard uit deze twee partijen evenzoveel punten kunnen halen. Er is verder een partijenbijdrage van Hans en een observerende van Gerhard. Tenslotte is er het melancholieke stuk van Frits, “Leider in Moskou”, waarbij Moskou eigenlijk met au geschreven had moeten worden. Het ging namelijk om het antwoord dat Suetin gaf toen Frits hem vroeg waar hij woonde. Achter dit artikel heeft Frits acht pionnetjes afgebeeld, zoals die ook in Schaakbulletin stonden, waar Frits zelf nog aan heeft meegewerkt (zie figuur). Bernard wordt hierbij zeer terecht getypeerd als Napoleon, Hans niet minder terecht als kunstschilder. Henk Luitjes als een aards type. Ikzelf als beul, hetgeen van inzicht getuigt. Frits portretteert zichzelf vervolgens als doodgraver – humor heeft Frits altijd gehad. Willem is de vrolijke flierefluiter en Henk Noordhoek de man met de veiligheidsspeld. Dit laatste is op verschillende manieren te duiden, in alle gevallen raak. Gerhard is de kok met het scherpe mes. Het is maar goed dat ik deze editie bewaard heb…

DSCN0094

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Er is sedert 1999 veel veranderd, om te beginnen op het persoonlijke vlak. Henk Luitjes zou een klein jaar na dit toernooi ten grave gedragen worden, in luttele maanden geveld door een agressieve vorm van kanker. Hans Meijer is inmiddels niet meer “onder handbereik”, Frits Hoorweg is geen lid van Promotie meer en heeft het schaken eraan gegeven – geloof ik.Een verdere essentiële  verandering is de mate van verbreiding van het Internet. In 1999 was de  toernooiwebsite niet gangbaar, nu wel. Het gevolg is dat u niet meer op de hoogte gebracht hoeft te worden van de resultaten: wie ze wilde weten kon ze iedere toernooidag van Internet lezen. Daarom zal ik in weinig over de uitslagen schrijven; het gaat me om heel andere dingen. Op alle open toernooien spelen tegenwoordig jonge kinderen mee, goed getraind en vaak verbazingwekkend rijp als schaker. Voorts beschikt “iedereen” over laptops waar al uw toernooipartijen in opgeslagen zijn. De professionalisering is ook onder amateurs enorm toegenomen sinds 1999.

 

Dresden 2010, eindelijk. De deelnemers waren Bernard, Willem, Henk en ondergetekende. Elf jaar na het laatste oponthoud dus weer terug. Alleen, er werd niet meer gespeeld in het voormalige Pionierspaleis, Schloss Albrechtsberg, waar wij eerder hadden gespeeld onder de kroonluchters en in soms verstikkende hitte. Het Ramada hotel waar nu werd gespeeld, lag in het zuidelijke deel van Dresden, ver van de Elbe en was modern en van alle gemakken (airco) voorzien. Bij navraag bleek dat het jaarlijkse toernooi al een kleine tien jaar op deze locatie zat. Ook de manier waarop het toernooi nu werd verspeeld was anders dan voorheen. Het begon voor alle deelnemers als een Knock-Out toernooi en wie daar uit werd gegooid ging automatisch naar het Open Toernooi over met behoud van zijn behaalde punten. Als er remise werd gespeeld moest middels rapid of zelfs blitz een beslissing worden geforceerd en dat resultaat telde dan. In de einduitslag staan Bernard en Willem op 6 punten, Henk op 5½ en ik op 4½. Twee keer wist listige Henk een bloedjonge tegenstander in de barrage te slopen en ikzelf werd via een barrage uit het KO-toernooi gezwiept. De anderen waren nooit bij een barrage betrokken. Het echte aantal behaalde punten is dus 6 voor Bernard en Willem, 5 voor mij en 4½ voor Henk. Dat u vooral geen verkeerde indruk krijgt van de verhoudingen!

 

Het sociale kader van het toernooi werd ernstig bepaald door de heersende temperaturen. Als het wat koeler was, dan waren de temperaturen rond de dertig graden. Op de heetste dagen – en dat waren er verscheidene – liep het kwik naar de 39! Het gevolg was dat men zich des ochtends vooral binnenshuis ophield en anders in de van airco voorziene auto van Willem of op een koel terras. Gewandeld in de natuur werd er niet en niemand deed moeite om een berg op te zoeken – zelfs Henk niet. Aangezien de partijen meestal om twee uur in de middag begonnen moest er voor die tijd wat gegeten worden. Veel drinken was sowieso levensnoodzaak. Het zoeken naar een goede tent nam wel eens wat tijd in beslag, maar succes bleef niet uit. Zo kwamen we bij een Gasthof waarvan de waard een toonbeeld was van oprechte klantvriendelijkheid en hij vertoonde ook nog eens opzienbarende gelijkenis met de bondscoach van het Nederlands Elftal.  À propos, in Dresden konden wij in een behoorlijke eettent de troostfinale en de echte finale van het WK volgen. Dat hebben we dan ook gedaan. En zo tussen al die Duitsers werd dat een lichtelijk genante affaire. Ik zal niet zeggen dat we genoten hebben van het spel van de oranje jongens. Neen, dat zal ik zelfs helemaal niet zeggen. Nadat er in de eerste helft een ongehoord aantal doodschoppen door de Nederlanders was uitgedeeld wisten we eigenlijk al genoeg. Want ja, als je het niet gewoon voetballend kunt bolwerken… Licht katterig was ik wel, maar dat heb ik natuurlijk niet laten merken.

 

De klassieke gebouwen van Dresden (Zwinger, Frauenkirche) lagen in de vorige eeuw nog in puin. Als onderdeel van de wederopbouw van het Oosten van Duitsland waren er al langer plannen om ze in hun oude glorie te herstellen, iets wat de gestaalde kaders van het proletariaat ruim veertig jaar hadden weten te vermijden. Op een dag dat de temperatuur het enigszins toestond zijn Henk, Willem en ik toch maar even de stad in gegaan. Ik moet zeggen dat ik blij was dat ik nu eindelijk eens een fototoestel had meegenomen, want de verbetering was aanzienlijk en verdiende het om vastgelegd te worden. Ik vond het zelfs moeilijk het Dresden zoals wij dat in 1998/9 hadden aanschouwd nog te herkennen. Ook “Das blaue Wunder”, de brug over de Elbe uit het eind van de negentiende eeuw, werd nogmaals bezocht. Ik heb mij daarbij fotografisch tegoed gedaan aan het mooie lijnenspel uit ijzer – de enige echte reden waarom de (lichtblauwe) brug mij interesseert.

 

Op een van de warmere dagen maakten wij een toertje langs de Elbe naar Pirna. In de etalage van een boekhandel stond een heerlijk perverse publicatie uitgestald: Henri Sanson, Tagebücher der Henker von Paris. Hier was geen lang overleg nodig. Alles en nog veel meer over de techniek van het radbraken en guillotineren, hoopte ik vurig. Een iel vrouwtje en een ietwat sullige manspersoon, typetjes uit een lachfilm, waren maar wat blij dat ze deze winkeldochter kwijt konden. Aan een ongeschoren tiepje nog wel!


Tijdens deze warme dagen kwam Bernard met iets geheel nieuws. Ook hij heeft natuurlijk bizarre trekjes, maar ik raakte serieus verontrust door het volgende voorval. “Zeg Manuel, weet jij wat een Romeinse douche is?” Zijn gezichtsuitdrukking verried onmiskenbaar in welke richting ik het zoeken moest. “Zoiets als een Golden Shower?” antwoordde ik met opgetrokken wenkbrauwen. “Bijna goed. Het is erotisch onderkotsen.” Ik viel zowat van mijn stoel, maar herstelde me en overzag vliegensvlug de situatie. Kijk, dat Bernard op zichzelf is gaan wonen zou normaalgesproken een goede zaak zijn, maar ik vrees dat er ontsporingen plaatsvinden. In het vrijgevochten Leiden gebeurt veel waar een naïeve provinciaal door bedorven kan worden. Ik ben bang dat Bernard zich inlaat met verkeerde types in de plaatselijke zuiptenten en dat men de armste heeft wijsgemaakt dat het onderkotsen, wat ongetrainde drinkers wel eens overkomt, een verdomd erotische aangelegenheid is. Men heeft daar een sjieke naam aan gehangen. Zo moet het ongeveer zitten. Het ligt niet op mijn weg Bernard voorlichting te geven, maar als dit zo doorgaat zal hij de status van begeerlijke vrijgezel nimmer verlaten. Dat moet iemand hem even vertellen, niet? Ik vermoed overigens dat hij in zijn partij met de 2600+ grootmeester Moiseenko er even aan gedacht heeft om het bord onder te kotsen, toen hij een remise toreneindspel alsnog verloor. Met erotiek heeft dat niets, maar dan ook niets te maken.  Trouwens, nu we toch bezig zijn … zowel Willem als Henk als ik werden na elkaar ingedeeld tegen een zestienjarige jongedame met de naam Saskia Stark. Op haar rating afgaande moet zij ongeveer zo sterk zijn als ik. Willem was als eerste aan de beurt om haar te verslaan. De jongedame was ons al eerder opgevallen vanwege het feit dat zij door Moeder Natuur uitgerust was met twee sterke wapens – nog afgezien van haar uitstekende landingsgestel. Willem had er last van dat zij die twee wapens soms ostentatief op tafel uitstalde. Deze techniek had succes en Willem berustte in remise, nadat hij het grootste deel van de partij flink onder zijn niveau had zitten spelen. Ik vermoed zomaar dat hij na de partij tegen haar gezegd heeft “Sie sind eine starke Dame”. Als u het woordenboek er even bijhaalt, dan kunt u zelf ontdekken dat dit niet per se een compliment is. Enfin, met de andere Hollanders wilde Saskia Stark prompt niet meer analyseren. In de volgende ronde reeds mocht ik een Franse Verdediging voeren tegen de liederlijke outfit van de jongedame. De verdediging was een doorslaand succes, dat wil zeggen dat ik niet verloor. Vervolgens mocht Henk de machtige wapens inspecteren. Henk was zichtbaar geïntimideerd, speelde nog passiever dan anders en nam de remise maar al te graag aan. Bernard vertelde later dat er ooit in een toernooi protest was aangetekend tegen het gebruik van zulke wapens, maar dat de protesterende manspersoon alleen maar de risee van het toernooi was geworden. Tja, soms kun je gewoon niet winnen.

 

Maar… Dresden 2010 heeft nog meer moois opgeleverd. Willem haalde zijn eerste resultaat ooit tegen een grootmeester. In een Stonewall wist hij zijn Hongaarse opponent in een eindspel te verlokken met een over het ganse bord slingerende pionnenketen en een hopeloze loper tegen paard. Willem was de man met de hopeloze loper. Alleen … het eindspel was niet te winnen en toen de grootmeester in arren moede een pionneneindspel forceerde was hij de enige die een risico liep. Het werd remise. Dat Bernard tegen getitelde spelers moest aantreden lag voor de hand, maar ook Henk kreeg zijn deel. Hij mocht tegen Ivan Farago en zag in de database dat er zo’n slordige duizend partijen waren waarin de Hongaarse grootmeester de Russische variant van de Grünfeld toepaste. Henk legde het hoofd al bij voorbaat in de schoot. Ik ried hem nog gewoon van de partij te genieten, maar dat kwam niet helemaal aan. Regelmatig kwam ik aan zijn bord kijken en elke keer was de Hongaar weer wat opgeschoten. Zonder poespas werden torens en dame van Noordhoek in de noordhoek gedreven en met geruisloos positiespel werd Henk vervolgens tot overgave gedwongen. Ik had onmiskenbaar leedvermaak terwijl ik de gang van zaken inspecteerde. Foei.

 

Nu we het toch over Henk hebben, hij heeft ons allen – ook zichzelf – flink te grazen gehad. Hij is altijd degene die geschikte onderkomens uitzoekt en doet dat doorgaans voortreffelijk. Toen hij  op Internet het pension zag waar wij uiteindelijk zouden verblijven, op enkele minuten lopen van de speelzaal, kreeg hij ook een foto van de gastvrouw onder ogen. Type strenge meesteres – zonnebank – FKK stranden. Henk gedroeg zich als een naïeve intellectueel en vond dus dat hij zich door dergelijke vooroordelen niet moest laten leiden. Kortom, hij boekte het onderkomen. Had Henkie zijn onderbuikgevoel dit keer maar eens vertrouwd! Tijdens het eerste ontbijt al kreeg ik een standje omdat er water in de badkamer was aangetroffen buiten de douchecel. Voor een goed begrip: het ging hier bepaald niet om een overstroming. Vervolgens werd er bij voortduring gemekkerd over een openstaand tuinhekje waardoor het hondje – klein en geschikt voor een rotschop – de wijde wereld in zou kunnen trekken. Het grote raam in het appartement van Willem en Bernard moest op heel speciale manier worden geopend en dat

ging bij de heren niet altijd zoals het volgens mevrouw de Feldwebel moest. Bernard moest het ontgelden. Niet Willem dus, maar Bernard. Overigens bleek direct bij aankomst dat de vrouw des huizes iets voor ons verzwegen had. Details doen er verder niet toe, maar voor Willem was dit alles aanleiding om ons af en toe te onderhouden over het belangrijke onderwerp van de klantgerichtheid en hij contrasteerde haar puur op geldelijk gewin gerichte handelen met dat van die eerder genoemde vriendelijke waard. Ik wens deze alinea te besluiten met de opmerking dat u van goeden huize moet komen om mij ervan te overtuigen dat onze gastvrouw geen Stasi-medewerker is geweest.

 

Laat ik mijn persoonlijke balans opmaken. De toernooien van 1998 en 1999 hebben een grotere indruk op mij gemaakt dan dit toernooi. Dat had onder meer te maken met de ambiance – een slot is en blijft iets anders dan een zakenhotel. Na de partij werd er niet meer als vanouds geanalyseerd met alle flauwekul daaromheen. De laptop waarin Fritz verstopt zat gaf het meedogenloze oordeel in seconden en ontdekte combinaties waar de onzen ze hadden gemist, zoals een opvallende in de partij tussen Broekman en Saskia Stark. Slechts een keer hebben we nog in een park in het gras onze partijen van de vorige dag de revue laten passeren. Het gekibbel tussen Bernard en Willem aangaande de merites van een uit het Frans ontstane stelling was hoogst vermakelijk, maar het was de enige keer. Ik heb mijn eigen schaken tot nu toe niet echt genoemd. Mijn grootste teleurstelling ervoer ik in de voorlaatste ronde. Ik overspeelde een zwakkere tegenstander in een scherpe openingsvariant volkomen, zijn positie was een ruïne. Desondanks kon ik de partij niet in stijl, snel beëindigen. Sterker, ik liet de partij remise lopen. In 1999 klaagde ik al over het niveau van mijn partijen en nu doe ik dat weer. Moet ik wel aan toernooien blijven meedoen? Thuisgekomen heb ik troost gezocht in de “Tagebücher” die ik in Pirna had aangeschaft. Opnieuw werd ik teleurgesteld. Het literaire niveau leek me verdacht hoog voor lieden wier achtenswaardig werk het is om lijven te vernietigen. En ja hoor, in een nawoord werpt de uitgever het vraagstuk op van de authenticiteit.   Op z’n best is de zaak niet duidelijk. En terwijl ik deze zinnen schrijf hoor ik onder mijn hersenpan zachtjes treurige vioolmuziek opklinken, zoals op het eind van een aftandse snotterfilm uit de jaren vijftig.  Shit, word ik ook nog een sentimentele ouwe zak!

 

Scroll naar boven