In het voorjaar van het jaar 2007 stuitte ik op een artikel in het dagblad van het Noorden met de pakkende kop ‘Dammers moeten zich voortaan gepast kleden’. Het blijkt dat de FMJD, de internationale damfederatie een soort van kledingadvies in de regels heeft opgenomen. Dammers moeten gepaste kleding dragen. Ik ben vervolgens eens gaan letten op de kleding van de schakers.
Het binnen druppelen van een schaakteam in de speelzaal geeft zo ongeveer de uiterste tegenpool van de entree van de topvoetbalteams. Bij een van onze competitiewedstrijden werd er gelijktijdig in de zaal naast ons een vakbondsbijeenkomst gehouden. Ik heb mij toen strategisch opgesteld om onze tegenstanders op te vangen, maar het was geen doen. Een schaker bleek als zodanig niet te herkennen. Biljarters en snookerspelers zijn dat wel, ook zonder keu. Keurige broek, overhemd, vlinderdas en vest. En gesoigneerd haar. Golfers en paardensporters haal je er ook zo uit door hun speciale broeken. De meeste schakers echter zien er uit alsof zij hun kleding gekocht hebben met een zonnebril op. Enkelen zien een paskamer zelfs als een soort folterkamer. Ik ken mensen die zelfs niet naar een kledingzaak durven en hun vrouw kleding laten ophalen. Ze passen thuis. En het past bijna altijd omdat de vrouw de keuze heeft gemaakt. Een tekort aan modebewustzijn en zorg voor de uiterlijke verschijning, past natuurlijk prachtig bij het beeld dat de buitenwereld van de denksporter heeft: een wereldvreemde intellectueel die geen oog heeft voor zijn omgeving en helemaal opgaat in zijn sport. Het beeld dat Jannes van der Wal opriep in het beroemde TV interview van Mies Bouwman en dat eerder door Bobby Fischer was gecreëerd.
Het schijnt dat de internationale damfederatie de kledingadviezen heeft gemaakt omdat de kapotte truien, met applicaties verstelde broeken en afgetrapte schoenen begonnen op te vallen, met name doordat men daarin gehuld op persfoto’s werd vereeuwigd. Om het imago dus. Wij allen kennen Roel van Duijn. Zo rond 1961 zagen bijna alle jongelui er nog ‘keurig’ uit. Daar deed Roel niet aan mee. Ik herinner me nog dat hij eens speelde met een slobbertrui aan van een vriendin; hij had zijn haar niet gekamd, zich niet geschoren en op die dag was er ook nog eens een pootje van zijn bril gebroken. Ik denk dat de deftige DD’ers in die tijd daar van gruwden, maar dat zullen ze van Donner ook wel gedaan hebben. Roel was trouwens na Donner de beste speler van DD in die tijd en dan kan je natuurlijk wel een potje breken.. Soms zie je wel eens mooie contrasten: een traditioneel kleurloos geklede oudere heer, naast een ‘bepet’ jongmens in bij de jeugd populaire kleding. Ik heb mij nu al schrijvende in de positie gemanoeuvreerd dat ik niet meer om de vraag heen kan of een kledingadvies ook voor het schaken nuttig zou zijn. Uitgaande van de beelden die in de pers verschijnen, zou ik zeggen nee. Daar is geen reden voor. Zolang schaken geen televisiesport is, is het ook niet nodig teams te kunnen onderscheiden. Als er echter een sponsor er op zou staan dat het door hem betaalde team uniforme kleding draagt, lijkt het mij evident dat alle spelers zich daar aan moeten houden. Mijn voorkeur gaat daarbij uit naar de cricketkledinglijn. Een overhemd met stropdas van de sponsor en dan zo’n mooie sweater met een serie logootjes er op. Dat zou het voor mij zijn.
Schaken heeft een imago probleem, dat weten we. We weten ook dat jonge sporters apetrots zijn op hun sportkleding. Het zou dus best de moeite waard kunnen zijn eens na te denken over schaakkleding. Merktekens er op, verstevigde elleboogstukken. Een brede zak voor het notatieboekje. Een leuk vakje voor de pen. Schaakslogans op het T-shirt. Een kekke cap er bij en net als bij judo een uiterlijk teken voor het behalen van de stappen. En het geeft bijverdienste kansen voor onze fotogenieke toppers: fotomodel voor schaakkleding!