Duwen trekken en…

Duwen, trekken en…    door Manuel Nepveu

 

Bij de partijen die ik heb bewaard voor mijn oude dag, wanneer ik weer eens ouderwets wil genieten, zit de onderstaande partij die ik enkele jaren geleden speelde tegen Ben Ahlers. Meteen toen de partij was gespeeld was het me duidelijk dat hij bewaard moest blijven. Het is een partij waarin er sprake is van wederzijds duwen en trekken. Om tegenspel te krijgen voel ik mij min of meer gedrongen op zeker moment een pion te geven, tijdelijk dan. Er ontstaat een dame-eindspel. Zou ik het vege lijf weten te redden?  Laten we maar eens kijken.

 

MN – Ben Ahlers, Zoetermeer 2007

Slavisch

1 d4, Pf6 2 Pf3, d5 3 c4, c6 4 e3, Lf5 5 Pc3, e6 6 Ld3, Ld3x 7 Dd3x, Pbd7 8 0-0, Le7 9 b3, 0-0 10 Lb2, Dc7 11 e4, de4x 12 Pe4x

Tot zover is dit wel eens gespeeld volgens mijn Fritz-database. Het is duidelijk dat het in deze stelling wel allemaal om de d-lijn zal gaan. Die gaat vast wel open komen.

12…, Tad8 13 Tfd1, Tfe8 14 De2, h6 15 Pe5, Pe4x 16 De4x, Pe5x 17 de5x, Td7 18 g3

Het was nog niet nodig een luchtgaatje te maken, maar Rybka ziet geen groot probleem in deze zet. Nu gaat het trekken en duwen om de d-lijn echt beginnen.

18…,Ted8 19 De2?!

Nu was de terugtocht naar c2 beter en dat blijkt te maken te hebben met de mogelijkheid om na een eventueel  Lb4 deze loper af te kunnen ruilen op c3. In het vervolg speelt Zwart zijn loper naar c5, wat iets minder sterk is.

19…, Da5 20 Td7x, Td7x 21 De3, Lc5 22 Lc3, Db6

En hier was …Le3x! gevolgd door …, Ld4 nog iets onaangenamer voor Wit.

23 De2, Ld4 24 Ld4x, Dd4x 25 Te1, Dc3 26 De3?!

Hier was 26 Td1! ,Td1x+ 27 Dd1x, De5x 28 Dd8+, Kh7 29 Dd7 goed voor een volkomen gelijke stelling. Ik heb het tijdens de partij gezien, maar zag er toch vanaf. Enigszins irrationeel, want uiteindelijk offer ik toch tijdelijk een pion om onder de vervelende druk van Zwart uit te komen.

26…, Td3 27 Dc1, Dd4 28 Da1, Dd8 29 Kg2, Td2 30 Te3, Dg5 31 De1!?, Ta2x 32 Td3, Df5 33 Td8+, Kh7 34 Td7, b6 35 Tf7x, Df7x 36 Db1+, Df5 37 Da2x, De4+ 38 Kg1, a5 39 Db2

Het lijkt erop dat Wit het gered heeft. Maar dame-eindspelen zijn bedrieglijk. Beter nog was volgens Rybka geweest 39 f4

39…, Kg6 40 Dc3, Kf5 41 f4?

En nu is deze zet fout! Met 41 h3 waren er nog vechtkansen geweest. De grap is dat de zwarte koning in de afgelopen zetten naderbij is geslopen en na de tekstzet kan worden ingezet om ook nog eens matdreigingen te creëren.

41…, Kg4! 42 Kf2

Met 42 Dc1, De2 43 f5!?, Kf5x 44 Df4+, Kg6 45 Dd4, b5 46 Dd7, De5x 47 Dc6x had Wit taaier weerstand kunnen bieden, maar de zaak lijkt toch wel verloren.

42…, g6!

Daarmee wordt een eventuele f5-doorbraak in de kiem gesmoord en worden vervelende schaakjes van Wit ernstig bemoeilijkt. Wit kan niets zinnigs doen; er is maar een partij die klapjes kan uitdelen. En over welke klapjes hebben we het? De witte koningsvleugel wordt vakkundig afgeruimd of Wit gaat mat. Bovendien is dameruil uit Wits zicht onmogelijk door de zwarte meerderheid op de damevleugel. Ik vond het  tijd om op te geven (0-1).

Als dit een bokspartij was geweest had ringrechter Fritz8 de partij hier gestopt en Rybka had misschien nog even op een ferme hoek willen wachten. Maar nu het volgende:  waarom staat deze partij eigenlijk in mijn geheugen gegrift? Waarom heb ik hem bewaard? Waarom laat ik hem zien?   Er komt geen duizelingwekkende combinatie in voor en er gebeurt niets dat als een volkomen verrassing mag gelden. Welke elementen in de partij appelleren dan aan mij? Is het de eenvoud? Is het de triomfantelijke wreedheid van de laatste twee zwarte zetten? Is het de totale hulpeloosheid van Wit in de slotstand? Ik weet het  niet. Mijn hart zegt dat dit een aantrekkelijke pot is geweest. Toen ik in Bonn woonde zag ik een echtpaar lopen op straat. Hij was weliswaar geen Adonis, maar zij was een regelrechte aanklacht tegen de godin van de Schoonheid met haar monsterlijke gebit en haar vale kop. De twee waren ontegenzeggelijk verliefd op elkaar. Men beelde zich niet in de beweegredenen van het gemoed te kennen.

 

 

Scroll naar boven