Het overkomt me niet vaak dat ik een aardige pot speel. Dat ligt voor een deel aan mij, maar niet uitsluitend. Als ik wél een aardige pot speel, althans dat zo ervaar, is dat impliciet een compliment aan mijn tegenstander. Objectief zal er altijd het nodige aan te merken zijn op het spel van de amateurs die in de strijd verwikkeld zijn, maar van sommige partijen zou de Groningse boer zeggen: het kon minder. Zeer onlangs speelde ik weer eens zo’n partij die ik niet door de wc gespoeld heb.
MN – W. Tsai, interne competitie, 3 april 2012
Grünfeld-Indisch
1 d4, Pf6 2 c4, g6 3 Pc3, d5 4 cd5x, Pd5x 5 e4, Pc3x 6 bc3x, Lg7 7 Le3, 0-0 8 Pf3, c5 9 Le2, Pc6
10 0-0, b6 11 d5, Pa5
Ik had verwacht dat heer Wong hier Pe5 zou spelen en dat die zet ook beter was. Fritzje bevestigt dat laatste niet. D.w.z. dat hij beide zetten ongeveer gelijkwaardig acht.
12 Tc1, Lb7 13 c4, Dc7
Maar hier zou mijn tegenstander er vermoedelijk beter aan hebben gedaan de witte centrumpionnen te “bevragen”. Het lijkt me namelijk niet duidelijk dat de zwarte dame op c7 beter staat dan op haar uitgangspositie, terwijl wits pionnencentrum verschrikkelijk indrukwekkend staat te wezen. Het vervolg lijkt me gelijk te geven.
14 Dd2, Tfe8 15 Lf4, Dd7 16 e5
|
|
Toen deze stelling op het bord stond, stond ene Noordhoek de stelling te bekijken zonder een spoor van emotie. Dat verbaasde me enigszins. Even later liep ik naar hem toe en zei: “De Grünfeld is onspeelbaar”. Dat was natuurlijk opzettelijke grootspraak, maar hij hapte gelukkig en antwoordde: “Maar niet voor masochisten.” Als masochistische zwartspeler zou ik mij inderdaad heel senang voelen in de onderhavige stelling. |
16 …, Tad8 17 Tfd1, Da4 18 Dc2, Dc2x 19 Tc2x
Nu had Wong er goed aan gedaan eindelijk eens het witte pionnencentrum aan te tasten en de opstelling van zijn witte loper is een zeer sterke aanwijzing voor dat plan. De beide volgende zetten verrasten mij en ik begon te vrezen dat deze partij ook weer het toilet in zou moeten…
19 …, Lf8 20 h4, h5 21 Pg5, b5?
Eindelijk maar eens een vraagteken. Met deze zet wordt de zaak overduidelijk volgens Fritz. Desalniettemin houdt Zwart na de volgende verwikkelingen een stelling over waarin hij toch nog flink wat tegenstand kan bieden, ook al is het verloren voor hem.
22 e6! +-, fe6x 23 Pe6x, Pc4x 24 Lc4x, bc4x 25 Pd8x, Td8x 26 Tc4x Ld5x?!
|
|
Hier had Zwart zich m.i. juist moeten inlaten op de andere manier van slaan: 26…, Td5x 27 Td5x, Ld5x 28 Tc5x, La2x 29 Ta5 want na 30 Ta7x staan alle overgebleven pionnen op de koningsvleugel wat de winstvoering voor Wit een stuk moeilijker maakt. En al helemaal omdat Zwart het loperpaar bezit. Je zou kunnen zeggen dat Zwart met zijn manier van slaan op d5 een praktische kans op remise heeft laten lopen. |
27 Tc5x, e6 28 Ta5, Td7 29 Le3, Lb4 30 Ta6, Tc7 31 La7x, Tc2 32 Tb1, Le7 33 a4, Lh4x
Het verschil met de eerdergenoemde variant is dat Wit zijn vrije a-pion heeft behouden en Zwart de op a7 verloren pion heeft teruggehaald op h4. Niet echt een ruil in het voordeel van Zwart… Ondertussen heeft Wit zijn d-toren ook nog eens zo geplaatst (op b1 dus) dat er matgrappen in de stelling geweven kunnen worden. Als gevolg hiervan, gecombineerd met de witte a-pion is het einde nu nabij.
34 Td6, Lf6 35 Td7, Le5 36 Ld4, Lc7 37 a5, Le4 38 Lb6, Le5 39 Te1, Lf4 40 g3
Omdat Zwart nu tot torenruil gedwongen is als hij geen loper wil verliezen en dan een kansloze stelling overhoudt: 1-0
