(door Jan Willem Duijzer)
Harrie Boerkamp kon het wel waarderen: mijn keuze voor 14….Pd7xe5!?, in de onderstaande stelling, in de wedstrijd van Promotie 1 tegen Charlois 2.

Mijn teamgenoten, gewend aan mijn doorgaans rustige stijl, dachten er het hunne van. “Was het eigenlijk goed?”, vroeg Bernard me afgelopen dinsdag nog. Wat moet je daar op antwoorden? Ik won na 21 zetten, dus ja….
Na 14…..Tf4-h4 zou zwart een kleine plus hebben, meer niet. Ik koos voor een artistiek moment, in de geest van Tal of dichter bij huis, Paul van der Werve.
De zet 14…..Pxe5!? sloeg bij mijn tegenstander in als een bom, dat was me wel duidelijk. “Kan dat zomaar?” was vrij letterlijk uit zijn lichaamstaal op te maken. Ik hoopte dat hij de toren zou pakken met 15. exf4? Na 15…..Lf5 gevolgd door 16…..Pd3 staat zwart geweldig.
Hij speelde 15. fxe5 Lf5 en vervolgde met het voor de hand liggende 16. De2. Na 16…..Tg4, 17. exd6 Tg6! (zie het tweede diagram) dacht ik voldoende compensatie te hebben.

Zwart heeft druk op g2 (er dreigt Lh3) en grappig genoeg ook op a1! Na bijvoorbeeld 18. f3 volgt Df6! 19. Pd2 Lh3 en wit kan zich niet verdedigen.
Na afloop analyseerden we met ervaringsdeskundige (van onduidelijke offers) Harrie Boerkamp vooral deze stelling uit het tweede diagram. Wit staat een vol stuk voor. Kan hij zich echt niet verdedigen? Beste kans lijkt 18. Kh1 waarna Th6 tot remise leidt na 19. Df3 Le4, 20. Df4 Lxg2+, 21. Kxg2 Dd7, 22. Kh1 Tf8, 23. Dg3 Tg6, 24. Dh4 Th6 en zetherhaling. Beter is 18…..Dh4! en zwart komt in het voordeel. Ik geef een paar voorbeelden:
a) 19. Pd2 Th6, 20. Pf3 Dh5, 21. Db2 Le4, 22. De5 Lxf3.
b) 19. f4 Th6, 20. Lf3 Ld3!
c) 19. Tg1 Th6, 20. Lxd5+ cxd5, 21. f3 Te8.
Was 14. Pxe5!? dus correct? Nou, dat nou ook weer niet. 15. dxe5 Lf5,16. Db2! is de weerlegging. De dame kan op afstand het veld g2 verdedigen en belemmert de zwarte aspiraties langs de diagonaal. De computer vindt zo’n zet moeiteloos, maar als mens moet je er wel even opkomen…
