Een eresaluut

Recentelijk was het weer eens zover. Quizmaster Joost Prinsen stelde in “Met het mes op tafel” de volgende vraag: “Capablanca was wereldkampioen van 1921 tot 1927. In welke tak van sport was hij wereldkampioen?”. Het antwoord van de beide kandidaten kwam quasi zelfverzekerd en snel: “Hoogspringen”, resp. “Atletiek”. Jammer dan.

Onlangs heeft Ruurd Kunnen ook al eens een situatie aangehaald van een schaakvraag in een andere tv-quiz, waarbij de kandidaat en zijn tegenspelers in de zaal het antwoord niet allemaal paraat hadden. Ruurd was geschokt en de titel van zijn column – Schokkende Beelden- onderstreepte dit nog eens. Maar is dit wel terecht?

Stel, de quizmaster komt met de volgende vraag: “Welk land grenst aan Nederland, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk?” Van ieder die de basisschool doorlopen heeft mag aangenomen worden dat hij dit weet. Bovendien komen onze zuiderburen regelmatig in het vizier. Als quizvraag is het heel misschien leuk voor tienjarigen, maar dan houdt het wel op.

Nu maakt de quizmaster het een beetje moeilijker. “Welke Latinist werd vanwege betrokkenheid bij een complot tegen de Franse koning in 1674 in Parijs opgehangen?” Honderd mensen in de zaal, waarschijnlijk nul goede antwoorden. Je zou het antwoord kunnen kennen als je het een en ander had gelezen over het leven van de filosoof Spinoza, want de Latinist in kwestie was degene die hem  inwijdde in de geheimen van het Latijn. Dat is dus nogal een bizarre omweg en het is redelijk “toevallig” dat iemand die omweg heeft afgelegd.

Deze twee voorbeelden suggereren dat een goede quizvraag aan minimaal twee voorwaarden moet voldoen: hij moet niet aperte standaardkennis aanboren, EN het moet aannemelijk zijn dat iemand in een gezelschap van beperkte omvang het antwoord weet.

Ik ben zelf niet geïnteresseerd in atletiek, maar toch weet ik dat Bob Beamon “tig” jaar het record verspringen in handen had en dat dat record stond op 8.90 meter. Ik vermoed dat ik dit heb gehoord  van een ronkende sportjournalist tijdens een uitzending van … Het gaat om een opmerkelijke prestatie in een tak van de atletiek die goed bekend is. Iedereen zou dit kunnen weten. Moet niet, kan wel.

Terug naar de vraag van Joost Prinsen. Mensen mogen misschien de spelregels niet zo precies kennen, geen loper van een paard kunnen onderscheiden en niet precies weten wanneer ene Capablanca wereldkampioen was, zij weten wel dat dit spel tot de serieuze cultuuruitingen behoort. Dat het schaken in literatuur en film is doorgedrongen. Dat het schaken voorkomt in de taal van voetbaltrainers en bedrijfsstrategen. Kortom, dat het schaken er toe doet. Al is het maar als aansprekende metafoor.

Het feit dat de kandidaten Capablanca laten hoogspringen, Formule-1 racen of dwergwerpen doet niet ter zake. Wat er echt toe doet is dat deze vraag überhaupt als quizvraag wordt gesteld. Het is een eresaluut aan het schaken. Vermomd, indirect, zeer waarschijnlijk zelfs volledig onbedoeld. Nochtans, dit is een vorm van erkenning. Wij schakers hoeven nog niet te wanhopen.

 

Scroll naar boven