Een ingetogen reactie van een ex-koploper!

De reactie van Edgar H. Kriggen op mijn grote successen verontrust mij. Het Bestuur moet zich volgens Edgar eerst excuseren omdat ik bovenaan sta en vervolgens wordt wanhopig geconstateerd dat Promotie helemaal niet bestaat! Ik kan en zal het allemaal uitleggen. Om te beginnen: Promotie bestaat wel degelijk, echt waar!

Al mijn tegenstanders hebben van Het Bestuur vast en zeker consigne gekregen om van mij te winnen. Daar twijfel ik geen moment aan. Tot voor kort wilde dat maar niet lukken. Ik legde ze een voor een over de knie: van klits-klets-klandere, van de ene bil op de andere. Ruurd Kunnen kon het niet aanzien en is Zoetermeer ontvlucht; wij zullen hem niet snel terugzien. Het Eerste heeft als teken van ultiem protest onlangs een wanprestatie afgeleverd, een jeugdteam deed dat zeer onlangs in grote eendracht na. Neen, laat Edgar niet zeggen dat mijn koppositie geen enkele reuring veroorzaakt heeft, dat is gewoon niet waar!

Inmiddels is Het Bestuur er met vereende krachten toch in geslaagd om enkele tegenstanders zo tegen mij op te stoken dat ik niet meer op kop sta. Ik werd Kop van Jut, zeg maar. Een kwestie van geld en goede woorden, dunkt me. Zo werkt dat tegenwoordig in de sport. De heer de Waal bracht mij tijdens onze partij door zijn zoetgevooisde, welhaast onderdanige woorden zo van mijn stuk dat ik grootmoedig een paard het struikgewas instuurde waaruit het arme beest niet meer terugkwam. De heer de Swart bood mij een drankje aan en heeft daar –zo vermoed ik – een poedertje in gesodemieterd, zodat ik een enkele mindere zet deed. Neen, laat men niet zeggen dat Het Bestuur zijn plichten verzaakt. Kortom, Edgar H. Kriggen hoeft niet aan Het Bestuur te twijfelen. Mocht hij dat toch doen, dan raad ik hem aan om bij de eerstkomende algemene ledenvergadering een geheel nieuw Bestuur op de been te brengen.

Maar…ondertussen laat ik mij niet kennen. Ik zal blijven proberen mijn tegenstanders aan repen te scheuren, hen het vlees van de billen te snijden en ervoor zorgen dat zij zichzelve met holle ogen het haar uit het hoofd te rukken. Het is mijn opvoedkundige taak, zeg maar. Omdat ik al wat rijper in jaren ben, zeg maar. Mocht ik daar binnenkort weer volledig in slagen dan hoop ik dat Edgar niet weer van zijn stuk raakt. Een kritisch lid als hij kunnen we op onze vereniging niet missen en wij zouden toch geen van allen wensen dat hij vanwege mijn grote prestaties uiteindelijk in een rood wagentje met gillende sirenes afgevoerd zou moeten worden naar Paviljoen Drie!

MN

Scroll naar boven