Een romantische avond
Een romantische avond
Als zoveel van mijn leeftijdsgenoten heb ik het schaken van oom Jan geleerd. Feitelijk was oom Jan oom Max. De meeste van mijn schaakboeken heb ik aan oom Max te danken. Mijn inspiratie om te blijven schaken heb ik vooral van oom Mischa en oom Bobby, die mij hele mooie dingen hebben laten zien, maar ook wel een beetje van oom Hein, waar ik altijd tegenop heb gekeken omdat hij ook verbaal zo aardig uit de hoek kon komen. Eigenlijk moest je oom Jan Hein zeggen. Men fluisterde in zijn tijd dat je in het Nederlandse schaakwereldje niets voorstelde als je nog nooit door oom Hein was beledigd. Je mocht hem dan ook pas oom Hein noemen als je echt door hem was vernederd. Nou, ik ben helaas nooit door oom Hein beledigd, noch vernederd. En nu, anno 2002 blijf ik schaken omdat ik me in gezelschap mag rekenen met pittoreske figuren zoals oom Manuel, oom Harry en oom Gerhard. Af en toe consulteer ik oom Fritz. Oom Fritz is sterker dan alle andere ooms. Oom Fritz is nauwelijks te verslaan. Als ik mijn partijen aan oom Fritz voorleg dan geeft hij me er zo van langs dat je er haast een minderwaardigheidscomplex van krijgt. Maar oom Fritz gaat ook wel eens te ver; hij doet dan alsof je helemaal niets van het schaken begrepen hebt….
Sinds 1974 woon ik in Zoetermeer. De eerste jaren van mijn verblijf in deze wereldstad bleef ik nog lid van Rijswijk, waar ik clubkampioen was. Maar aan het eind van het schaakseizoen 1976-1977, dus halverwege het bestaan van Promotie, besloot ik mijn schaakactiviteiten in mijn woonplaats te concentreren. Als laatste competitiewedstrijd stond Promotie – Rijswijk op het programma. Voor Rijswijk stond er niets meer op het spel, maar Promotie had nog een degradatiekans. Daarmee ontstond voor mij een complexe situatie, want ik voelde er weinig voor om mijn toekomstige club in de zorgen te brengen. Wellicht dat mijn spel daardoor die avond beïnvloed werd, want het zou zeker niet een van mijn beste maar eerder een van de merkwaardigste partijen uit mijn schaakcarrière worden. Ik mocht aantreden tegen de toenmalige clubkampioen van Promotie, Frans Cayaux.
Laten we het erop houden dat mijn gesternte die avond gunstig stond. In de horoscoop van die week had ik gelezen dat er kans was op een romantische avond, dat ik best eens wat meer risico’s kon nemen en dat lopers sterker dan torens zijn als ze diagonalen beheersen.
Daarom besloot ik – de eerste en tot dusver enige keer in mijn schaakcarrière – het Albin’s tegengambiet te spelen. Het commentaar is van mij, … en van oom Fritz, die ik onlangs deze partij nog eens liet zien..
Frans Cayaux – Jan Blankespoor; 22 maart 1977, Zoetermeer
1.d4 d5 2.c4 e5 3.dxe5 d4 4.a3….. Jan: Ik had hier 4.Pf3 verwacht. Of 4.a3 ook theorie was wist ik niet, maar c5 leek me logisch:.
4…. c5 5.Pf3 Pc6 6.e3 f6 7.exf6 Pxf6 8.exd4 cxd4 9.Dd3….. Jan: Hoewel oom Fritz hier niets over zegt lijkt me dit geen goede keus.
4…. Le7 10.Le2 0-0 11.0-0 Pg4 12.Dc2 Pge5 13.Pxe5 Pxe5 14.Ld3 [Oom Fritz: 14.De4!? lijkt me interessant 14…Dd6 15.Lf4]
14.…Pxd3 15.Dxd3 Lf5 16.Db3 Dc7 17.Pd2 Kh8 18.Pf3 d3. Jan: Deze pion verlamt het witte spel en zo hoort het in het Albin’s gambiet!
19.Pd4 Ld6 20.h3… Oom Fritz: Beheerst g4
20…Le4 Oom Fritz: Er dreigt mat via Lh2. Jan: Ik vermoedde dat ik heel goed stond en zocht inderdaad naar een matcombinatie.
21.Pe6?? (diagram)
[Jan: 21.Le3 Df7 22.f3=] 21…De7??
Ik kon (of wilde, dat herinner ik me niet meer) de winnende zettenreeks niet vinden. Nu, na 25 jaar, maakt oom Fritz me erop attent dat ik hier een geforceerde winst mis. [21…Lh2+ 22.Kh1 Lxg2+ 23.Kxg2 Txf2+ 24.Txf2 Dg3+ 25.Kh1 Dg1#]
Wit komt nu licht in het voordeel met:
22.Pxf8 Txf8
23.Le3 Tf6 [23…Lxg2 24.Dxd3 Le4=]
24.g3?? Geeft het voordeel weg. [24.f3 De5 Diagram
(Commentaar van oom Fritz: 25.Lxa7 wordt weerlegd door een schitterend mat. 25…Tg6 26.Dc2 Dh2+ 27.Kf2 Txg2+ 28.Ke1 Te2+ 29.Kd1 dxc2+ 30.Kc1 Df4+ 31.Le3 Dxe3#) 25.f4=]
24…Tf3 25.Tae1?? Veroorzaakt nog grotere ongemakken. [Echter: 25.Db5 Lc6 26.Da5 De4-+ en 25.Lf4 wordt gevolgd door Txf4 -+]
25…De5 [Oom Fritz: Het had sterker gekund: 25…Lxg3 maakt een eind aan het lijden van wit. 26.Dxd3 Lxd3-+]
26.Lf4 Txf4
27.f3?? oom Fritz: Een flinke bok tot slot, maar het was toch al verloren. [het beste was nog 27.Db5 Tf5 28.Dxe5 Txe5 29.b4 -+] 27…Dd4+
[Ook hier weet oom Fritz wel beter: 27…Tg4! 28.Te3 Dxg3+ 29.Kh1 Dxh3#]
28.Kg2 [28.Kh2 Lc6 29.Kg2-+] diagram 28…Lc6
[Opnieuw wijst oom Fritz me terecht: 28…Tg4! Beslist de partij meteen. 29.hxg4 De5-+]
29.Td1?? Verslechtert de stelling nog meer. [29.c5 d2 30.Td1-+]
29…Tg4 Jan: daar is ie dan eindelijk! [oom Fritz geeft echter: 29…Txf3 30.Txf3 Lc5 31.Kh2 Lxf3 32.Tf1 De5 33.Dc2 dxc2 34.h4 De2+ 35.Tf2 Dxf2+ 36.Kh3 Dg2#]
30.Txd3?? Txg3+
31.Kh1 [31.Kh2 Ook dit kan de treurige afloop niet beïnvloeden. 31…Dh4 32.Txd6 Dxh3#]
31… Txh3+
32.Kg2 Th2# 0-1
Naschrift:
Rijswijk won met 6 – 4 maar Promotie degradeerde gelukkig niet. Met deze partij gaf ik mijn visitekaartje af aan mijn nieuwe vereniging. Eenmaal lid van Promotie werd Frans Cayaux voor mij oom Frans. Met hem heb ik vele spectaculaire partijen gespeeld. Belangrijker dan zijn speelsterkte achtte ik zijn gevoel voor humor. Voor hen die het nog niet wisten: Oom Frans is uitvinder van het oliebollenschaak. Zolang ik lid ben van Promotie zal ik aan hem blijven denken rond de jaarwisseling. Saillant is nog het feit dat oom Frans nu bij Rijswijk speelt.
Jan Blankespoor
