Een vergeten partij
Een vergeten partij Ruurd Kunnen
Onlangs kwam ik in Chess Database een oude partij van mezelf tegen. Het was mijn winstpartij tegen Theo van Scheltinga uit de KNSB-competitie van 1969. Ik was die partij helemaal vergeten, en als hij niet in Chess Database had gestaan, had ik er ook nooit meer aan gedacht. Van Scheltinga was Internationaal Meester, iets dat toen veel meer voorstelde dan tegenwoordig, en een van de sterkste schakers van Nederland. Je had Euwe natuurlijk, en Donner en een generatie jonge spelers van wie Ree de sterkste was. Er kwam een nieuwe lichting aan onder aanvoering van Jan Timman. Van Scheltinga behoorde tot het groepje meesters van kort na de Tweede Wereldoorlog. Ze werden wel de vier musketiers genoemd: Prins, Van Scheltinga, Cortlever en Kramer.
Tegen die geweldenaar mocht ik, aanstormend talent, dus spelen. Ik weet het niet meer zeker, mijn geheugen laat me op dit punt in de steek, maar de manier waarop ik Theo van het bord heb geveegd, heeft vast en zeker veel bewondering gewekt. Helaas brengt het toenmalige KNSB-blad Schakend Nederland mij niet verder. Van de lovende woorden die er moeten zijn geschreven, kan ik er niet een terugvinden. Zag men in mij een toekomstige Meester? Grootmeester misschien? Ik had wel ambitie. Zijn er clubs geweest die mij graag wilden hebben? Trouwens: voor welke club speelde ik eigenlijk? Misschien zijn er nog ooggetuigen. Maar het is alweer 36 jaar geleden en Euwe, Donner, Prins, Cortlever, Kramer en Van Scheltinga zelf zijn allemaal al dood. Wie kan ik er naar vragen?
Naar het schijnt woont er in Rotterdam een ver familielid van mij dat ook in de hoofdklasse KNSB heeft gespeeld. Voor Charlois, de club die in het seizoen 1968-69 kampioen van Nederland werd. Hij moet al in de zeventig zijn, misschien nog ouder. Die moet ik er maar eens naar vragen. Die weet er vast meer van.
[ lees ook het volgende artikel … ]
Waarom ik geen klompen draag Manuel Nepveu
[ lees ook het vorige artikel … ]
Het leuke van een zwaar betaalde baan als redacteur van ons huisblad is, dat je net even iets eerder dan de rest weet wat er komen gaat. Dat geeft je in principe de kans om snel te reageren en in te grijpen. Om de schrijvers met de zweep in het gareel te houden. Van die mogelijkheid heb ik eigenlijk zelden gebruik gemaakt. Maar nu moet het. Thans moet ik ingrijpen. Jahahaha, een redacteur kent zijn plicht!
Eind mei stuurde mederedacteur Rob de Vries mij een stukje op van Ruurd, onze voorzitter, die iets ingeleverd had voor het clubblad. Altijd leuk. Ik las het stukje tussen mijn oogharen door en dacht aan een komische act van de voorzitter. Lichte kost voor de zomervakantie.
Ruurd die niet weet waar hij speelt en die de ambitie heeft om grootmeester te worden. Kan. Ik overweeg ook regelmatig om me als fotomodel te laten inschrijven bij de toko van Karl Lagerfeld. Moet ook kunnen.
Winstpartij tegen Theo van Scheltinga. In de KNSB-competitie. Gôh, Ruurd was die partij nou helemaal vergeten. Nooit meer aan gedacht. Tuurlijk Ruurd, tuurlijk. Ja, olijke snaak, die Ruurd. Of zijn dit late bijwerkingen van de verdoving tijdens zijn operatie van onlangs?
Men heeft mij van bevoegde zijde meegedeeld dat de bijwerkingen gruwelijk kunnen zijn. Zeker bij oudjes als Ruurd. Leuk stukje wel. Pittig partijtje erbij. Maar Ruurd heeft abusievelijk de namen omgewisseld. Hoe dan ook, leuk dat Ruurd ook eens heeft mogen spelen tegen iemand die vele honderden Elo-punten boven hem bivakkeerde. Die namen. Eventjes rechtzetten toch maar?
Effies in mijn grote electronische partijenverzameling kijken. Opstarten. Zo. Zoeken op “Van Scheltinga”, ergens tussen 1967 en 1971. Pak ‘m beet. Een reeks partijen rolt over mijn scherm. Van Scheltinga Kunnen R. 0-1 1969. “Wat zien ik? Stof!” hoor ik Albert Mol in een ietwat oubollige film van de vroege jaren zeventig zeggen. Wat moet die nicht nou weer? Kalm, Nepveu, kop d’r bij! Niet gaan freaken, ja! Je computerbril is misschien toch niet helemaal goed. Nou niet direct op tilt slaan.
Maar na grondig testen en keuren van de computerbril -TNO is tenslotte mijn werkgever – blijkt dat er niets mis mee is. Nogmaals start ik de database op. Met bevende handen typ ik de namen en jaartallen in. Van Scheltinga Kunnen R. 0-1 1969.
Die nacht slaap ik slecht. Ik droom dat ik op een driewielertje zit met een bordpapieren lansje. Ik val een metershoge houten klomp aan waar een draaimolentje op gemonteerd zit. De klomp breekt zonder dat ik daar heel veel voor hoef te doen. “Daarom draag jij nou geen klompen” hoor ik een aangebrande heks op een bezemsteel gieren. Ik word wakker. En ik realiseer me dat ik nog nooit klompen heb gedragen. En dat ga ik niet veranderen. Bij mij breken ze iets te vaak…
