Een voorspelling

Onlangs viel de laatste editie van Schaaknieuws in de bus. Ik had het niet onmiddellijk in de gaten, maar het stond toch echt op de redactionele pagina: “Ja, u ziet het goed. Dit is de laatste Schaaknieuws. We sluiten de tent. Het was een prachtige tijd.” Ik kreeg acuut last van een déjà vu. In mei 2003 was “Die Schachwoche” er ook al plotseling mee opgehouden. In het laatste nummer werd toen de betalingsmoraal van veel schakers gehekeld. Gevolg van die moraal: oninbare vorderingen met een totale hoogte van veertigduizend Zwitserse francs. Maar de hoofdoorzaak van de problemen lag volgens de uitgever toch elders: “…Eine Analyse ergab, dass der Grund für den Leserschwund beim ADSL liegt…” De teruggang van het aantal abonnees werd geweten aan de krachtige opkomst van de snelle internetverbinding, waarmee schakers zelf snel en comfortabel toernooiwebsites kunnen afstruinen. De uitgever geloofde er niet meer in en kapte de boel.
Schaaknieuws en Die Schachwoche hebben beide bijna een kwart eeuw bestaan. Ik kan niet anders concluderen dan dat zij het goed hebben gedaan. Immers, nooit is een schaakblad een lang leven beschoren geweest als het geen structurele ondersteuning kreeg uit een krachtige geldbron. Daarvan zijn genoeg historische voorbeelden. Wanneer een schaakblad het alleen van initiatief van de zuivere liefhebber moet hebben, is het ten dode opgeschreven op het moment dat het wordt opgericht. Dat was in de negentiende eeuw het geval en het is nog steeds zo. Zo bezien is een levensduur van bijna een kwart eeuw voor de genoemde bladen helemaal zo slecht nog niet.

Niettemin had ik de pest in na deze tweede teloorgang en mijn gedachten gingen naar de column van onze huis-boliviaan over de laatste schaker die het licht uit moest doen. Maar omdat ik een contemplatief tiepje ben, heb ik toch nog eens nagedacht over twee vragen. Is er inderdaad geen ruimte meer voor het gedrukte schaakwoord? Fungeert het internet dan werkelijk als de man met de zeis, zoals de uitgever van de Schachwoche stelde?
Ik kan kort zijn: om de dooie dood niet! Pas du tout, keinesfalls, not at all, ni za sjto ! Internet zorgt dat informatie razendsnel wordt verspreid, is een informant van ongehoorde effectiviteit en daar is niets mis mee. Schakers die geen tijd of zin hebben om in clubverband te schaken, kunnen op de hoogte blijven. Horen, wanneer ergens een toernooi is, bijvoorbeeld. Maar Internet geeft slechts de eerste informatie, kakelvers en niet diepgravend. En dat nodigt uit tot …?
Zeker, de kiem van de interesse moet al bestaan. Wie niet weet wat schaken is, zal de relevante websites niet tegenkomen. Er zal daarom gezorgd moeten worden voor informatie aan de ontluikende jeugd, het bruisende en vooral kneedbare deel der natie. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Afgezaagd, maar waar. Georganiseerd schoolschaak zal daarom altijd een wezenlijke functie houden. En dat is iets waar individuele schaakclubs mee vooruit kunnen. Zaait en gij zult (wellicht) oogsten!
Maar hoe zit het nu met het gedrukte woord? Het mag dan zo zijn dat je van alles van het net kunt plukken, het is tamelijk ruw materiaal en vaak ook erg vluchtig. De meerwaarde van een goed blad zit hem in het uitgebreid bespreken van achtergronden, de selectie en uitleg van partijen door gekwalificeerde schakers en natuurlijk het literaire aspect, de discussie en de onvermijdelijke polemiek. En -een niet gans en al onbelangrijk detail- lezen van papier is beslist aangenamer dan turen op een beeldscherm.
Schaaknieuws liet weten dat er ooit 2500 exemplaren over de toonbank gingen en dat dit aantal inmiddels gehalveerd was. Aha, dat suggereert iets. Dat suggereert dat een redactie alert moet zijn op eventueel veranderende wensen van zijn lezers. Vraag de lezers met gepaste regelmaat wat er goed aan het blad is en wat er veranderd zou moeten worden. Tweerichtingsverkeer verschaft de informatie die nodig is om een blad levend te houden. De cynici zouden zeggen: om zijn bestaan te rekken.

Let op mijn woorden! Het zal niet lang duren of er verschijnt weer een blad voor en door schakers op privé initiatief. “Ons” blaadje, tot stand gebracht uit blinde liefde voor het schaken. En ook dat blad zal het eeuwige leven niet hebben, dat staat nu al vast. In het Nederlands taalgebied zal de oplage immers nooit gigantisch zijn, met alle problemen van dien. Maar dat is geen reden tot geweeklaag en geknars der tanden. Uit de grond gestampt worden en te gronde gaan … en uit de as herrijzen zoals de vogel Phoenix. Zo werkt dat nu al bijna twee eeuwen en dat patroon zal niet veranderen. We moeten er mee leven.

Scroll naar boven