|
Elektronische schaakborden dragen bij aan warm bed |
Chris Schoon |
Mondelinge toelichting op het jaarstuk “Materiaal 2009 / 2010”
Als materiaalcommissaris wil u meedelen dat ik ontstemd ben over de handelswijze van het bestuur. Ik had een voorstel ingediend voor de aanschaf van nieuw materiaal in de orde van grootte van € 15.000. Dit werd vreemd genoeg niet gehonoreerd. Waar bestond deze investering dan wel uit, zult u zich als warm belangstellend lid voor het wel en het wee van het schaakmateriaal afvragen. Het betreft heren de aanschaf van 20 elektronische schaakborden en een groot scherm.
"Is dat nu nodig" zal in uw onschuld ook uw eerste reactie zijn. Een naïeve reactie heren, zo zal blijken. Drie argumenten zal ik noemen. Ten eerste. Met een scherm in de barruimte en 20 elektronische borden in de zaal zijn een of meerdere partijen in de barruimte te volgen onder het genot van een borrel. En ter lering ende vermaeck. Ten tweede. De partijen zijn te volgen via internet. Vele schaakliefhebbers in den lande kunnen de verrichtingen van hun favoriet volgen. Ook moeder de vrouw. Zo weet zij van te voren dat u gekweld thuis zult komen, en zij zal u in bed extra verwennen dan wel een veilig heenkomen zoeken.
Ook in Bolivia zit een fan van ons die graag de interne competitie volgt; voor hem zal het zijn meer ter lering dande vermaeck (al hoe wel?). Natuurlijk kunnen we in de barruimte ook Fritz op de demonstratieborden aansluiten. Dan hoeven bepaalde geachte leden zich na een verloren partij niet direct naar huis te spoeden om dáár, in bittere eenzaamheid, hun ongelijk door Fritz bewezen te zien.
Kent u die uitdrukking: "ik laat het Fritz uitzoeken", of ruiger: "ik gooi het wel in Fritz" ? En helemaal erg is: "ik laat Fritz er wel overheen gaan". Ik heb geen Fritz. Wil ook geen Fritz. Ik had een oom die Fritz heette. In mijn kinderjaren paste hij vaak op, op mij en mijn zusje. Hij vatte zijn oppasbeurten toch heel wat serieuzer op dan mijn zusje apprecieerde. En hij was niet eens een pater. De opmerking “ik laat Fritz er wel overheen gaan” is dan ook meer dan schrijnend.
De derde reden voor de aanschaf van 20 elektronische borden is dat we af zijn van de verplichte notaties. Het is toch verbazingwekkend dat sommige leden met een aandoenlijke trouw week in week uit de meest verschrikkelijke zetten zitten te noteren. Voor een objectieve waarnemer moet het toch bizar zijn om vast te stellen dat anno 2010 pen en papier nodig zijn voor de notatie van een schaakpartijtje. En erger nog, dat de apotheose van een partij NIET genoteerd wordt omdat beide spelers minder dan vijf minuten op de klok hebben staan. Thuis heb ik een stapel notatieboekjes liggen ter hoogte van wel een halve meter. Soms wordt ik badend in het zweet wakker als ik heb gedroomd dat ik als schaker ben doorgebroken, en dat men mij vraagt mijn partijen van de afgelopen 20 jaar te digitaliseren. Onze webmaster Willem is momenteel uitermate trots op "de partij van de week”. En terecht. Maar wat te denken als hij elke week 20 partijen kan tonen, incl. de partijen waarbij in de eerste tien zetten al een onterecht dameoffer tentoongesteld wordt. Dit ook ter lering ende vermaeck.
Maar goed, of juist niet goed, mijn voorstel werd van tafel geveegd. Geen discussie hierover. Geen enkel minuutje over een zeer welbestede investering, waarmee we als Promotie tot de wereldtop van innovatieve schaakverenigingen gaan behoren. Heren leden, wij moeten voorkomen dat we met z’n allen van Herenland in Boerenland belanden. Dat zou beschamend zijn. Eén Nepveu is al erg genoeg.
Dit moest ik even kwijt, louter ter lering ende vermaeck.
