Entourage
Entourage G Manuel Nepveu
Ik neem aan dat U, beste lezer, op het gebied van speellocaties soortgelijke ervaringen hebt opgedaan als ik. U zult het dan ook wel met mij eens zijn dat de speellocaties van veel verenigingen min of meer adequaat zijn, maar niet meer dan dat. De speelzaaltjes in wijkgebouwen en kerken zijn altijd eenvoudig, zonder opsmuk. Ze voldoen, maar ook niet meer dan dat.
Met dit in het achterhoofd is het een verademing om af en toe te mogen spelen in een wat luxueuzere entourage. Mijn eerste KNSB-wedstrijd ooit speelde ik in Sporthal Oost in Amsterdam, in het jaar 1977. Aparte schaaktafels, bijzettafeltje voor hapjes en drankjes, hoogpolig tapijt. Het was bovendien nog de tijd dat er tijdens de partij onbekommerd gerookt mocht worden. Ik voelde me door de hele entourage alleen al senang en won daar mijn eerste KNSB-partij. In Den Haag werden de wedstrijden in het bedrijfsschaak een tijd lang gespeeld in de Pulchri-studio, waar, wanneer ik niet helemaal verkeerd ben ingelicht, Euwe ooit belangrijke partijen heeft gespeeld. Heel wat keren werd ook het kampioenschap van de HSB in dit pand bestreden. Maar het werd uiteindelijk te duur voor de organisatie, de zaalhuur begon bezwaarlijk te worden en wedstrijdleider Ton Vissers begon uit te kijken naar iets goedkopers. Dat is inderdaad gelukt. Op het moment dat deze wedstrijden diep in Den Haag, in een duidelijk mindere omgeving, werden verspeeld heb ik geen acte de présence meer gegeven bij deze kampioenschappen.
Een locatie die zeker ook genoemd moet worden is het Nationaal Schaakgebouw in Den Haag. Velen van U kennen het. Hoewel het gebouw niet meer in de staat verkeert van de jaren dertig, is en blijft het een parel onder de clublocaties. Het herenhuis heeft zijn grandeur van voorheen niet helemaal verloren. Dat heeft zeker ook te maken met de schaakparafernalia die er overal aan de wand hangen, de portretten van grote schakers, de prijzenkast met die dikke sigaar die in de “winterwedstrijd” van 1932 beschikbaar werd gesteld en die nooit door de winnaar werd afgehaald.
In de zomerse schaaktoernooien in Verweggistan zijn de omstandigheden soms ook boven normaal te noemen. Ik denk alleen al aan Velden waar een aantal Promotianen in 1995 en ’96 aanwezig was. Casino en Hauptschule. De beter presterenden zaten in het Casino.Wie daar mocht spelen, zag dat als een bonus en voelde zich uiteraard mijlenver verheven boven het janhagel, het klootjesvolk, dat in de Hauptschule knus zijn blunderfestijnen zat af te werken. Een mooie herinnering heb ik ook aan een vrij ver buiten het centrum van Dresden gelegen slot, het plaatselijke pionierspaleis uit de tijd van de DDR. Met kroonluchters en spiegels. Daar zaten Promotianen “op niveau” te schaken in de jaren 1998 en ’99. Toegegeven, er zaten erg veel schakers in de beschikbare ruimte en sommige bijzaaltjes waren aan de warme kant, maar uitzicht over Elbe en tuin van het slot gaven het toernooi wat extra’s. Ik denk er met een goed gevoel aan terug.
Maar is die entourage nu echt zo belangrijk? Schakers zijn toch vooral met een beperkte ruimte bezig, namelijk met dat niet eens een kwart vierkante meter tellende schaakbord? Zeker, fraaie partijen kunnen in principe ook worden geproduceerd in een berghok (Stein), een matig verlichte, koude catacombe (Amsterdam), of een aftands tuinhuisje (Hardenberg).
Maar een aangename omgeving die wat uitstraalt zorgt ervoor dat de schaker zich net even wat minder “shabby” voelt. Hij is onder zulke omstandigheden iets minder een door de wereld geminachte malloot. Je kunt rustig stellen dat hij zich in een goede entourage als “sporter” meer serieus genomen voelt. In deze zin is een goede entourage een plus.
Jammer genoeg zijn deze locaties steeds minder haalbaar voor schaakclubs en organisatoren van toernooien. Waar moet het heen met de wereld?
De nu volgende partij werd gespeeld in de boven al genoemde Pulchri-studio, tijdens een editie van de HSB-kampioenschappen. Ik bewaar er een goede herinnering aan.
M.Nepveu- B.Ameling, Den Haag 15-10-1993
KoningsIndisch
1 d4, Pf6 2 Pf3, g6 3 c4, Lg7 4 Pc3, 0-0 5 e4, d6 6 Le2, e5 7 Le3, Pc6 8 d5, Pe7 9 0-0, Pd7 10 Pd2, a5 11 a3, f5 12 f3, f4 13 Lf2, Pf6 14 b4, ab4x 15 ab4x, Ta1x 16 Da1x, g5
De partij lijkt op het eerste gezicht van een grote rechtlijnigheid. Wit op de damevleugel, Zwart op de koningsvleugel. Alleen… Zwart heeft ook (aan Wit tegemoetkomende) zetten gedaan op de damevleugel en daardoor heeft hij tijd verloren met zijn eigen aanval. Wit staat als gevolg daarvan nu al beter.
17 c5, Pg6 18 cd6x, cd6x 19 Da5!, De7
Wit heeft dameruil aangeboden, Zwart wil liever niet. Dat is begrijpelijk. Wanneer de dames van het bord zijn, is Wits positie op de damevleugel overheersend, terwijl de Zwarte acties op de andere vleugel plotseling geen gevaar meer kunnen opleveren. Zwart kan zich nu maar weinig meer veroorloven. Waar hij in het vervolg beslissend in de fout gaat interesseert me eerlijk gezegd niet zo heel erg; het voor de volledigheid toch maar ingevoegde vraagteken is van Fritz7, voor wat het waard is. In een situatie zoals nu is ontstaan, zal de beslissende fout vroeg of laat echt wel gemaakt gaan worden.
20 Pb5, h5? 21 Dc7, Dc7x 22 Pc7x, g4 23 Pc4, Td8 24 Lb6, Td7 25 Ta1, Pe7 26 Ta8, Kh7 27 Pb5, gf3x 28 gf3x, Lf8 29 Pa7 (1-0)
Als je de slotstelling bekijkt is het wel duidelijk waarom deze partij in mijn geheugen opgeslagen is bij de rubriek “Grote Overstromingen”…
