Fluiten naar de geest van de wedstrijd

Op een kleine, voor een behoorlijk deel uit 70 plussers bestaande vereniging moeten de taken door een klein groepje mensen verdeeld worden. Functiescheiding (speler, teamleider, wedstrijdleider) is bij ons onmogelijk. Een goedkeurende verklaring voor ons organisatieschema is dan ook ver weg. Het bestuurslid met de functie wedstrijdleider extern begint de avond van een thuiswedstrijd van de externe competitie met deze drie petten op.
Zijn plaatsvervanger is de voorzitter en dat betekent dat zodra mijn partij klaar is, ik die schone taken over mag nemen. Punctueel als wij zijn, wordt dat al bij het welkomstwoord aangegeven. Omdat ik het adagium hanteer “als ik het in 10 minuten niet zie, zie ik het in 20 ook niet”, kom ik nooit in tijdnood. En verder hanteer ik het keuzemodel “bij besluiteloosheid, de scherpste variant kiezen”. Aldus ben ik altijd eerder klaar dan mijn collega. Een week of wat geleden speelden wij (middenmotertje) tegen een kanshebber voor promotie. Ik had net de functies overgenomen als bord 8 mij komt mededelen dat hij remise heeft gemaakt. Daar snap ik niets van; een volle kwaliteit meer zonder noemenswaardige zwakten, zo had ik de stelling een paar minuten eerder gezien. Dit staaltje insubordinatie (geen overleg met de teamleider) verbluft. Mijn explicatie blijkt gericht tegen dovemansoren. Hij was en bleef er van overtuigd dat die witte loper van zwart heel sterk zou worden. Angst om te verliezen? Behoud van ELO punten? Gebrek aan inzicht? Kort daarna komt een speler van de tegenpartij mij vertellen dat aan het 2e bord onze speler niet meer noteert. En dan nog wel zonder reden ook. Zeeën van tijd! Oei, daar wordt ingrijpen verwacht. En dat is niet eenvoudig want het gaat hier om de categorie “met gehoorapparaat”. Ik wacht tot onze speler aan zet is en sommeer hem de notatie bij te werken in eigen tijd. Tevens verzoek ik de tegenstander zijn notatiebiljet ter beschikking te stellen. O, schrik! Ik denk het goed aangepakt te hebben, maar de tegenstander wordt boos en verwijt mij zijn concentratie te verstoren. De zetten worden bijgewerkt, maar binnen de kortste tijd is het weer raak. Beide heren in volledige concentratie, maar onze man had al weer een serie zetten niet opgeschreven. Ik maakte mij op in te grijpen, maar kreeg de kans niet: “wegwezen, werd mij duidelijk gemaakt U komt de boel al weer verstoren”. Wat te doen in zo’n situatie? Het formeel spelen en een stevige ruzie riskeren of de situatie zo laten? Ik besluit de getoonde weigering op te vatten als zijn acceptatie van het niet-schrijven door onze speler. In de voetballerij noemen ze dat “naar de geest van de wedstrijd fluiten”. De partij loopt remise en de spelers analyseren nog amicaal met elkaar. Goede beslissing genomen? Zo op het oog wel, maar zeker weet ik het niet.
Kort daarna speelde er al weer wat. Onze man op bord 6 stond een toren en een half uur op de klok voor. Hij wilde echter fraai winnen in plaats van gewoon de vis op het droge te trekken. Hij handelde daarbij ook niet slim. Zet uitvoeren, zet noteren, nog eens kijken en dan pas de klok indrukken. De tegenstander maakte daar gebruik van door steeds snel te zetten zonder tijd te gebruiken, hetgeen hem goed uitkwam met nog drie minuten op de klok voor het restant van de partij. Weer een dilemma: een zet is pas voltooid als de klok is ingedrukt en derhalve mag men pas antwoorden na het indrukken van de klok. Onze speler irriteert het wel maar hij onderneemt er niets tegen. Ergo, hij start een combinatie met een knots van een gat er in. De tegenstander die alles zonder nadenken beantwoordt, ziet het gat niet en loopt na nog minstens twintig zonder dralen uitgevoerde zetten mat. Weer vergelijkend met de voetballerij heb ik de voordeelregel toegepast. De benadeelde heeft gewonnen; als zijn tegenstander het niet indrukken van de klok handiger had aangepakt, zou hij misschien het gat in de combinatie gezien hebben met alle gevolgen van dien. Wij verliezen met het kleinst mogelijke verschil en in goede harmonie gaan we uit elkaar. Daar gaat het toch ook om. Ik veeg het transpiratievocht van mijn voorhoofd en begin met opruimen. Wat ook dat is het lot van de teamleider/wedstrijdleider.

Scroll naar boven