Volgend seizoen start de nieuw vormgegeven KNSB competitie. Wie mee wil spelen mag zich aanmelden. Er zal een vierde landelijke klasse ontstaan, waaruit degradatie niet meer mogelijk is. Regionale bondscompetities, met wedstrijden op doordeweekse dagen en soms ook in het weekend, zullen blijven bestaan, maar het niveau zal vermoedelijk iets lager worden. Qua niveau zal er een overlap gaan ontstaan van de huidige promotieklassen (straks meer passend: hoofdklassen) van de regionale bonden met de nieuwe vierde klasse van de KNSB.
Tot zover en los van de inhoudelijke discussie hierover – die is beslecht – niets bijzonders. Te verwachten is een beperkte verschuiving van spelers en teams van het regionale naar het landelijke niveau. Spelen op zaterdag is voor een deel van de huidige ‘regionale spelers’ nu eenmaal praktischer. Voor anderen is het spelen op landelijk niveau interessant, omdat ze daarmee nieuwe tegenstanders ontmoeten. Mogelijk zullen de regionale bonden toestaan dat spelers kunnen deelnemen aan zowel de KNSB competitie als aan de regionale competitie, eventueel alleen als lid van een andere vereniging, iets dat in de HSB nu al toegestaan is. Omdat het straks volledig gescheiden competities zijn, zie ik niet goed wat het bezwaar daartegen zou zijn. Integendeel. Het zou een mooie maatregel zijn om de gevreesde verarming van de regionale competities tegen te gaan. Grootmeesters in de regionale hoofdklassen, waarom niet?
Voor de KNSB heb ik als tip om voorwaarden te verbinden aan het spelen op landelijk niveau. Ik denk aan:
Schaken is genieten. Voor de spelers, voor het publiek (dat best wat groter mag worden) en desnoods ook voor hen die (legaal) op de wedstrijden gokken. De nieuwe KNSB competitie zou een mooi vehikel kunnen zijn voor al dit genot.
Jan Willem Duijzer
