H6!

Begraafplaatsen hebben de warme belangstelling van ondergetekende. In ons clubblad heb ik uitvoerig geschreven over mijn speurtocht naar de graven van Macdonnell en zijn opponent de la Bourdonnais, in een van de uithoeken van Londen. Navolging kreeg ik van ons ex-lid Hoorweg, die in Londen in mijn voetstappen trad en eveneens de genoemde heren ging opzoeken.
Samen zijn we later ook nog naar Antwerpen gereden om het graf van Akiba Rubinstein te vinden, die daar toch begraven moet zijn. Ik heb geen verslag gedaan. Over stevige mislukkingen schrijf ik niet zo graag.
Er zijn nog veel meer begraafplaatsen die ik heb bezocht. Sommige bekend, andere volstrekt onbekend. Sommige graven zou ik nog wel willen zien “om mij moverende redenen”, zoals dat van Thomas Bayes. Van sommige graven die hoog op mijn hitlijst staan weet ik niet eens of ze nog bestaan, zoals die van de Moivre en Laplace. Ik vermoed dat ik niet zo gauw succes zal boeken.

Maar ik heb ook belangstelling voor begrafenisrituelen. Die belangstelling dateert van de begrafenis van Prinses Di, september 1997. Haar dood was voor mij beslist geen schok, maar wel verrassend. Ik heb een belangrijk deel van de bewuste zaterdag op de televisie naar de begrafenis gekeken, net als al die andere idioten over de hele wereld. Ik wist dat het om niets meer of minder dan massahysterie moest gaan en toch keek ik. Ik wist dat ik mijn tijd beter kon besteden en toch keek ik. Ik ben een afstandelijke intellectueel en toch keek ik. Ik wist dat Prinses Di feitelijk niets voorstelde. En toch keek ik.
Ook toen Pim Fortuijn werd begraven keek ik weer. Als enige excuus kan ik aanvoeren dat ik mij terdege realiseerde dat er eindelijk na 330 jaar weer eens sprake was geweest van een politieke moord in ons goede vaderland en dat Fortuijn zich nu in het illustere gezelschap bevond van de gebroeders de Witt, de slachtoffers van die op-een-na-laatste.

September jl. overleed een volkszanger. Jong, uit het volle leven weggerukt. Ik had evenveel met hem als met balletdansen, waterfietsen of Ajax. Maar toen die maandagavond in de Arena een ceremoniële bijeenkomst werd gehouden die op de televisie werd uitgezonden, heb ik gedeelten daarvan gezien. Ik heb niet bewust weggezapt, of beter: bewust niet weggezapt. Mijn morbide belangstelling werd echter op totaal onverwachte wijze beloond. Onmiddellijk nadat de ceremonie was afgelopen ben ik in de ledenlijst van de KNSB gaan kijken. Een groot liefhebber van het schaakspel was immers van ons heengegaan.
Ja, wist U dat niet? Ik eigenlijk ook niet, maar tijdens de plechtigheid bleek dat zonneklaar. Hij moet een bijzondere band hebben gehad met het schaken. Vreemd is alleen dat hij in de ledenlijst van de schaakbond niet voorkomt.
Maar centraal voor de kist stond een bord, duidelijk zichtbaar voor iedereen, opzichtig mag men zeggen. Een aanduiding van de plaats waar hij triomfen gevierd moet hebben, waar hij een intense band mee gehad moet hebben. Een symbool, hartverwarmend en stoer, kort en krachtig en vooral betekenisvol.
Op het bord stond…: H6

Scroll naar boven