Schakers lijken het soms een eer te vinden om zichzelf af te schilderen als enigszins getikt. Een paar jaar geleden werd er door een clubgenoot een lijstje gemaakt van de meest idiote schakers van de club. En ja hoor, velen hoopten hoge ogen te gooien, ergens bovenin het lijstje te eindigen. Wie er bovenaan is geëindigd weet ik niet meer. Ik was het niet.
De vriendin van een schaakvriend uit Groningen vertelde ooit dat zij in haar werk opvallend veel schakende lieden tegenkwam. Zij werkte indertijd in een psychiatrische inrichting. Haar relaas verbaasde mij niet. Was dat nou een suf vooroordeel van mij? Of is er echt wat vreemds met schakers aan de hand? Als clubschaker maak je deel uit van een groep. Een andere groep waar je deel van uit maakt zijn je collega’s op het werk. Als ik naar die groep kijk valt het mij niet op dat er veel rare snuiters bij zitten. De geologen in wier midden ik mij bevind houden alleen opvallend veel van lekker eten en veel drinken. Geologen hebben altijd grootse verhalen over de schrans- en zuippartijen waar zij aan deelgenomen hebben tijdens hun veldwerk als student. Waarschijnlijk dus gewoon studentenromantiek. Maar verder zijn het heel normale mensen, pijnlijk normaal.
Schakers -en zeker het sterkere echelon- doen mij daarentegen onevenredig vaak onevenredig raar aan. Uit mijn BSG-tijd herinner ik me een extreem nerveuze snuiver die heel plotseling heel wild uit de hoek kon komen. Ik waagde het nooit om ook maar te ademen als ik me in de buurt van zijn bord bevond. Uit lijfsbehoud kwam ik daar dus ook zelden.
Tijdens een toernooi, midden jaren tachtig in Den Haag, zat ik met een plastic lepeltje in mijn koffie te roeren. Mijn tegenstander keek me aan als een carnivoor die nog niet ontbeten had. Hoe kon hij dat roeren horen? Ik heb er even niet op gelet, maar hij moet oren hebben gehad zo groot als een radiotelescoop.
En wat te denken van de exemplaren van de menselijke soort die ooit bij Promotie rondgelopen hebben? En de exemplaren die daar nog steeds rondlopen? Je kunt, beweer ik op grond van totaal onverantwoord statistisch onderzoek, maar beter geen Henk heten. Ik bedoel maar.
En wat mijzelf betreft, ik houd mij altoos netjes in. Al die keren dat ik mijn tegenstander een behandeling had willen geven a la Obelix-met-toverdrank. Al die keren dat ik -a la Mike- zijn oren van zijn hoofd had willen bijten. Al die keren ook dat ik in navolging van een beroemde schaker op een tafel had willen springen om uit te schreeuwen: “En van deze idioot moet ik verliezen!”. Ik houd mij in. Ja, je moet er wat voor doen om normaal over te komen…
