December was een lekkere schaakmaand. Via internet kon je op de voet volgen hoe in Londen Carlsen het ratingrecord van Kasparov brak, Kramnik de sterren van de hemel speelde en Robin van Kampen in het open toernooi ongeslagen eerste werd. Kort daarna konden we zien dat de Fries-Groninger GM Sipke Ernst medewinnaar werd van het Schaakfestival in Groningen. We werden bovendien dagelijks op de hoogte gehouden van de resultaten van een aantal clubgenoten en andere bekenden. Sommigen van hen zouden daar overigens wel eens minder blij mee kunnen zijn geweest dan wij.
Je kunt proberen je te verstoppen in de schaakwereld, maar zelfs in zo’n lekkere maand als december was, is de rauwe werkelijkheid onontkoombaar. Elke dag wordt ons ingepeperd dat we moeten hervormen, of we willen of niet. De arbeidsmarkt, de woningmarkt, de zorgsector, de studiefinanciering, cultuur, defensie, alles gaat op de schop om het begrotingstekort onder de 3% te houden en de staatsschuld te verminderen. Het hervormen staat met stip bovenaan de politieke agenda.<br>
De hervormingsdrang heeft ook de sportwereld in zijn greep. De regering heeft de ambitie om in 2028 de Olympische Spelen te organiseren geschrapt, maar NOC*NSF blijft streven naar een plaats in de top-tien van het Olympische medailleklassement. Daarvoor is geen extra geld gekomen, dus is er hervormd. De nieuwe methode van subsidietoewijzing voor topsport en talentontwikkeling heeft echter niets te maken met sportieve, verdelende rechtvaardigheid. De sterksten krijgen het meest. NOC*NSF, de sportregering van Nederland, wil een maximaal rendement op zijn investeringen halen.
Anish Giri heeft 90.000 euro toegestopt gekregen als individueel toptalent en de KNSB blijft met lege handen staan. Het is Giri van harte gegund, maar een grotere diskwalificatie kun je je als sportbond nauwelijks indenken. NOC*NSF is kennelijk tot de conclusie gekomen dat deze individuele sporter beter af is zonder de steun van zijn bond.
We staan nu voor de keuze of de KNSB de voorzieningen voor topschaken en talentontwikkeling moet afstoten, of dat we zonder die subsidie toch op de ingeslagen weg doorgaan. Afstoten betekent terugvallen in de situatie van 5-10 jaar geleden. Dat is niet moeilijk, want de infrastructuur van toen is nog vrijwel geheel in tact. Het zal op langere termijn echter de doodsteek voor de schaaksport in Nederland zijn. Doorgaan op de ingeslagen weg kan daarentegen alleen als de organisatie van het Nederlandse schaken fundamenteel wordt aangepast. We moeten hervormen!
Een blauwdruk van de schaakbond in de toekomst is er niet en hoeft er niet te zijn mits een duidelijke koers wordt uitgezet. Hoe die koers er precies uit komt te zien, dient te worden bepaald in een brede, fundamentele discussie. Op grond van mijn kennis als sportsocioloog wil ik alvast een paar elementen aangeven.
Financiering is een kernprobleem, onder andere doordat het topschaken duurder is geworden. De interne financieringsbronnen daarvoor zijn ontoereikend, zodat financiering van buiten moet worden gezocht. Het is van belang dat de KNSB structuren en werkwijzen ontwikkelt waarmee het Nederlandse topschaken beter kan worden vermarkt. In principe is schaken een mooi product, maar in Nederland is het publiek klein en de organisatie niet professioneel genoeg. Er zou een businessmodel moeten komen dat voor bedrijven aantrekkelijk is om mee samen te werken en in te investeren. De ouderwetse sponsoring kan dan vervangen worden door moderne partnerships. De waarde van het schaken voor potentiële partners (investeerders) neemt toe als er meer sterke schakers en schaaktalenten zijn en het publiek groter is. Voor de schaakbond ligt ook daar een schone taak. Zij kan die invullen door:
a) te zorgen voor een goed opleidings- en trainingsstelsel;
b) successen in internationale competities en kampioenschappen na te jagen;
c) te zorgen voor een interessante nationale competitie;
d) het schaken op een aantrekkelijke manier via de (vooral nieuwe) media te propageren;
e) een groot potentieel publiek te vormen door het recreatieschaken in georganiseerd en ongeorganiseerd verband te stimuleren.
En natuurlijk is het van belang dat het aantal leden omhoog gaat – dat levert aanzien, draagvlak, support en uiteindelijk ook geld op.
Op 9 februari moet de Bondsraad de begroting voor 2013 vaststellen, want als we niet doorgaan met besturen loopt het schaakleven in Nederland binnen enkele maanden vast. We kunnen een stevige discussie verwachten over sanering, bezuinigingen en contributies. Die discussie is noodzakelijk, maar pas echt zinvol als hij wordt gevoerd in de wetenschap dat een veel belangrijkere, diepgaande discussie over de koers van de KNSB op handen is. Het KNSB-bestuur zou daar voorstellen voor moeten doen. Mocht dat onverhoopt niet gebeuren, dan moet de Bondsraad zelf het initiatief nemen.
Januari wordt een lekkere schaakmaand. We dompelen ons volledig onder in TaTaTaSteel. In februari kunnen we dan met frisse moed de Bondsraad induiken. Want we besturen omdat we graag schaken, niet omdat we hervormen zo leuk vinden.
