Het einde van de dinosauriërs door Manuel Nepveu
Tijdens de laatste ledenvergadering is besloten om te onderzoeken of het clubblad digitaal uitgegeven kon worden. Welnu, ik schat in dat het moet kunnen. Voor een paar van onze leden zal een aparte voorziening getroffen moeten worden omdat zij niet met hun tijd mee zijn gegaan, de meeste leden hebben pc en e-mailfaciliteiten.
Het is wel een verandering. Ik heb alle clubbladen, zowel die uit Groningen als die van onze club, bewaard. Lekker op papier. Wanneer de clubkrant digitaal wordt toegezonden zal ik vast niet de moeite nemen een papieren versie te maken. Dat alleen al doet bij mij het vermoeden rijzen dat deze elektronische versie op een gegeven moment verloren gaat. Een computercrash is voldoende.
Op het moment van schrijven ben ik vrijwel twintig jaar redacteur van ons blad. Toen Hans Meijer en ik de honneurs waarnamen ging ik eens in de twee maanden, meestal op een zondag, naar de Hoekerkade om de clubkrant in elkaar te zetten. Doordruk-diagrammen behoorden aanvankelijk tot ons materiaal, maar die behoren inmiddels tot technologie uit de Steentijd. Naarmate de computer een belangrijker rol begon te spelen, beperkte mijn aandeel zich vooral tot het schrijven van stukjes en het componeren van een voorwoord. Het werkelijke maken van de clubkrant werd steeds nadrukkelijker de taak van de andere redacteur. Deels omdat ik een onhandige sukkel ben, deels omdat die bezigheid mij niet aansprak.
Maar als redacteur heb je toch te maken met het redigeren van stukjes? Dat zou je denken. Wat mij echter is opgevallen, dat er wat dit betreft niet veel werk aan de winkel was. Slechts enkele malen moest er iets aan het taalgebruik van scribenten gebeuren. Ik vind dat ik onze schrijvers ook in dit opzicht een compliment moet maken. Dame, mijne heren: chapeau!
Ik ben nu een van de vaste columnisten van onze webstek. Ik heb indertijd slechts bedongen dat ik over alles mag schrijven en onze webmaster heeft dit toegestaan. En als ik diep in mijn gitzwarte zieltje kijk, dan moet ik toegeven dat ik deze bezigheid leuker vind. In principe schrijf ik voor de ganse Nederlands-lezende gemeenschap en daar kick ik wel een beetje op. Misschien ben ik wel gewoon een ijdele kwast, niets is gans ondenkbaar.
Voor het geval dat u de boodschap nu nog niet hebt zien aankomen: ik stop met ingang van dit seizoen met het redacteurschap. Dat betekent niet dat ik nooit meer smerige stukjes zal schrijven. Neen, zekere sujetten in onze club kunnen nog lang niet opgelucht ademhalen. En als ik weer eens een mooie partij speel, wat natuurlijk maar zelden gebeurt, zal ik u daarvan kond doen of u daarmee vervelen.
Welnu dan: Hans Meijer was zo’n zeventien jaar redacteur, ik heb de twintig volgemaakt. Het einde van het tijdperk van de dinosauriers is aangebroken.
