Het eindspel

Het eindspel

 



Het eindspel                                                                           Ruurd Kunnen

 

Jarenlang heb ik een moeilijke relatie met het eindspel gehad. Om de een of andere reden had de gedachte zich in mijn hoofd vastgezet dat het eindspel iets heel moeilijks was en dat alleen hele goede en/of heel ervaren spelers het echt onder de knie hadden. Je moest er daarom veel op studeren. Mijn eerste  eindspelboek was Hogeschool van het eindspel van Euwe. Een heel goed boek, maar niet het beste om mee te beginnen. Later heb ik Wat iedere schaker van het eindspel moet weten aangeschaft. Dit boekje van Awerbach is zo elementair dat ik indertijd zorgvuldig heb vermeden om ruchtbaarheid aan  mijn aankoop te geven – wat in dat boekje stond, had ik toen inderdaad allang moeten weten.

Ondanks de moeite die ik deed om het eindspel te leren, ging het in de praktijk regelmatig fout. Dat raakte bekend. Ik herinner me dat Igor Coene, toen hij een jaar of vijftien was, eens tegen mij zei: “Ik weet niet of u (!) iets van eindspelen afweet, maar deze stelling is gewonnen voor wit”.

De laatste tijd gaat het iets beter. Ik vind het nu in elk geval leuk om een avond op een eindspel te broeden.

WyyyyyyyyX
xAiAaAaAax
xaAaAaAaAx
xAaAaAaAax
xaAaAaAaAx
xAaBgAaMax
xaBaAaAaAx
xAaAaAaAax
xaAaAaAaAx
ZwwwwwwwwY

Deze stelling kwam voor in de partij Fridstein – Lutikov, USSR 1954. Zwart speelde 1 … c3 en wit gaf op vanwege 2. Tb3x, c2 3. Tb4+, Kd5 4. Tb5, Kd6 5. Tb6, Kc7 en de zwarte pion promoveert. Echter, wit had remise kunnen maken met 2. Tb4+!, Kd3 3. Tb3x en 4. Tc3x, want vanwege de penning kan zwart nu niet 3 … c2 spelen.

Dat vind ik nou leerzaam, en ik begrijp het ook nog.

 

De stelling is de eerste in het boek Modern Endgame Practice van Alexander Beliavsky en Adrian Mikhalchishin. Als je bovenstaande stelling kent, weet je ook hoe je het volgende eindspel moet aanpakken.

WyyyyyyyyX
xIaAaAaAax
xaAaAaAaAx
xAaAaAmAax
xaAaAaAaAx
xAbAaAaAhx
xbGaAaAaAx
xAaAaAaAax
xaAaAaAaAx
ZwwwwwwwwY

Beliavsky speelde deze stelling met zwart tegen Slobodian in de Bundesliga 2000. Hij ging in de fout met 1 … Kc4? Slobodian kende het truukje: 2. h5, b3 3. Ta4+ en wit wint met dezelfde methode als in het eerste diagram. Hij ruilt zijn toren tegen de zwarte pionnen en daarna promoveert zijn h-pion. Beliavsky had op remise moeten spelen met 1 … Ka2 2. h5, b3 3. h6, b2 4. h7, b1D 5. h8D, Db2+ enz.

 

Ook een hele goeie vond ik de volgende.

WyyyyyyyyX
xMaAaAaAax
xiAaAaAaAx
xAaAaAaGax
xaAaAaAaAx
xAaAaAaAbx
xaAaAaAaAx
xAaAaAaAax
xaAaAaAaAx
ZwwwwwwwwY

Wit wint met 1. Ta5!, h3 2. Ta3, h2 3. Th3 enz.

 

Die moet je ook onthouden.

 

Beliavsky en Mikhalchishin hebben drie boeken over het eindspel geschreven. Behalve Modern Endgame Practice zijn dat Winning Endgame Technique en Winning Endgame Strategy. De verschillen tussen techniek, strategie en praktijk zijn te verwaarlozen ‑ ze dienen vooral de pensioenvoorziening van de heren. Ik ben er nog lang niet doorheen, maar zeker is dat er veel moois in deze boeken staat.

 

 

 

 


 

Scroll naar boven