Het geval Prins

Het geval Prins

Het geval Prins                                       Manuel Nepveu

 

Het zou leuk zijn als ik een stukje had kunnen schrijven onder het kopje “Mijn ontmoetingen met Lod. Prins” of iets dergelijks. Dat kan ik niet, niet echt tenminste. Toen ik bij Groningen speelde heb ik tweemaal een uitwedstrijd mogen meemaken tegen Drienerloo, een club die nu onder de naam ESGOO bekend is. Het was in het tijdvak 1976-79. In beide wedstrijden zat meester Lodewijk Prins voor de Drienerloërs aan bord een. Hij verloor zijn partij beide keren. Dat maakte niet echt een positieve indruk, maar Prins was de jongste niet meer en had zijn roemruchte verleden al achter zich. Maar eigenlijk wil ik het daar niet over hebben. Sterker nog, ik ga U heel weinig over de Nederlandse meester vertellen. Ik ga het alleen hebben over “Het geval Prins”.

U weet vermoedelijk dat grootmeester Donner en (groot)meester Prins maar moeilijk samen door een deur konden. Helemaal niet eigenlijk. In de schaakbladen kwam dat meer dan eens naar voren en ook Hans Ree heeft dat in stukjes wel aangegeven. Maar vreemd genoeg heb ik nooit kunnen achterhalen wat er nu echt aan de hand was.

 

Enkele jaren geleden organiseerde schaakvriend Eric Braun een schaaksimultaan op de Scheveningse Pier. Ik was daar als domme-kracht ook bij betrokken. Na de zeer vermoeiende happening waren simultaangevers, spelers en bij de organisatie betrokkenen uitgenodigd voor en hapje en een drankje. Tea Lanchava, Arthur Joessoepov en Jan Timman waren de simultaangevers. Zij zetten zich neder in de daarvoor bedoelde ruimte en een handjevol spelers kwam schuchter naar de ruimte die voor het sociale gebeuren gereserveerd was, maar echt gezellig werd het niet. Het “mengen” van simultaangevers en slachtoffers verliep moeizaam. Tea Lanchava en Joessoepov waren nog wel toeschietelijk, maar Jan Timman is van nature wat gereserveerd en bovendien dartelde er een nieuwgewonnen lief om hem heen. Toch durfde ik het aan om mij in zijn buurt op te houden en hem iets te vragen. Een gesprek aanknopen zou ik het niet willen noemen. Het geval Prins schoot mij door het hoofd en ik vroeg aan Timman hoe toch die slechte verstandhouding tussen de beide heren tot stand was gekomen. De grootmeester vertelde kort wat er aan de hand was geweest.

Tijdens de Olympiade van 1952 in Helsinki moesten de Nederlanders op een gegeven moment aantreden tegen het team van de USSR. Er werd hevig gepuzzled over de opstelling. De jonge Smyslov, die toen reeds voor Botwinnik niet of nauwelijks onderdeed was het probleem. Wie moest er tegen hem? Meester Prins stelde toen doodleuk dat hij zichzelf wel een kans gaf tegen de sterke Rus. Donner liet toen al blijken dat hij dat een rijkelijk optimistische taxatie vond. Maar Prins kreeg waar hij om vroeg en werd aan het bord opgesteld waar hij Smyslov zou ontmoeten. De partij tussen de beide heren staat in een database waarover ik beschik en na Timmans relaas ben ik bij thuiskomst natuurlijk onmiddellijk gaan kijken. De partij is inderdaad onthutsend. De arme Prins schoot een bok waar een gemiddelde clubspeler zich diep voor zou schamen. Smyslov pakte een stuk en onze meester dacht dat hij tussendoor wel even dames kon ruilen. Helaas had de Rus op zijn beurt even een tussenschaakje waardoor een vol stuk verloren ging. Na zestien zetten kon Prins opgeven en dat deed hij ook. Geen leuke ervaring en al helemaal niet na wat eraan voorafgegaan was. Maar toen kwam die dekselse Donner los. Hij ging achter de arme Prins staan en lachte hem gewoon keihard uit. Als ik het dus goed heb begrepen, deed hij dat in het bijzijn van vriend en vijand.

Het is nooit meer goed gekomen tussen deze twee.

 

Als U de partij wilt zien moet U maar even in Uw elektronische database kijken. Ik ben niet van plan er papier van dit clubblad aan te spenderen.

Ter afsluiting een partij van Prins die niets met het bovengenoemde debacle te maken heeft. Hij speelde hem in hetzelfde jaar in het Interzonale Toernooi in Stockholm tegen de Argentijnse, van origine Oostenrijkse grootmeester Eliskases. Ook in deze partij trekt Prins aan het kortste eind. Als je ziet hoe hij hier wordt opgebracht, kan ik me voorstellen dat Prins’ bewering dat hij wel een kans had tegen Smyslov als rijkelijk onbescheiden ervaren werd….


Eliskases – Prins, Stockholm Interzonaal Toernooi 1952

Catalaans

 

1 d4, Pf6 2 c4, e6 3 g3, d5 4 Lg2, dc4x 5 Da4+, Pbd7 6 Pf3, Le7 7 Dc4x, 0-0 8 0-0, Tb8

De toren wordt uit het schootsveld van de Catalaanse loper gehaald. Maar hier blijkt hij niet heel handig geposteerd te zijn.

9 Pc3, a6 10 a4, Pb6 11 Db3, Pbd5 12 Pe5, c5!?

Zwart nodigt uit tot 13 Pc6, bc6x 14 Db8x, cd4x, maar Wit geeft er de voorkeur aan Zwart in zijn ontwikkeling te blijven dwarsbomen.

13 Pd5x, Pd5x 14 dc5x, Dc7 15 e4, Pf6 16 Le3, Lc5x 17 Tac1, b6 18 Dc3, Db7 19 Tfd1, Le3x 20 De3x, Ld7

De loper is eindelijk ontwikkeld, maar als gevolg van Wits voorsprong in ontwikkeling kan Eliskases de zaken nu beslissend naar zijn hand zetten. De loper op d7 lijkt op een larve die twee jaar onder de grond heeft gebivakkeerd en slechts een dag vlinder mag zijn…

21 Pd7x, Pd7x 22 e5, Da7 23 a5!, Tfd8 24 Td6, Kf8 25 Tcc6, Tbc8 26 ab6x, Db8 27 Td7x!

Omdat …,Td7x beantwoord zou worden met 28 Dc5+ etc. gaf Zwart op. (1-0)

 

Prins mag hier dan aan de kant gezeten hebben waar de klappen vielen, hij heeft wel aan een partij meegewerkt die in geen enkele verzameling van Catalaanse partijen ontbreekt.

 

Scroll naar boven