Speech ter gelegenheid van het 60-jarig jubileum van schaakvereniging Promotie te Zoetermeer
De opkomst van het aantal ex-leden valt tegen vanavond. Het bestuur had het anders moeten doen. Waarom het feestje niet genoemd “Project X-Promotie” en vervolgens een “open” uitnodiging op facebook? Dan hadden we vanavond nog een aardige after party met de politie van Zoetermeer beleefd.
We mogen trouwens blij zijn dat in Zoetermeer nog alcohol mag worden gedronken. Daar heeft het niet veel aan gescheeld. Dat komt omdat Charlie Aptroot burgemeester is geworden. Nu heb ik niets met dit VVD-mannetje, maar Henk Bleker had ook gesolliciteerd. Was hij burgemeester geworden dan had hij in navolging van zijn Zeeuwse escapades, Zoetermeer drooggelegd.
Het bestuur had u voor vanavond amusement beloofd. Liever geef ik u een waarschuwing vooraf: ik ben niet ingehuurd om het jullie allemaal naar je zin te maken. Dus mocht u de gedachte koesteren dat ik hier een programma presenteer in de zin van “schaker zoekt vrouw”, moet ik u teleurstellen.
Wat ik wél ga doen? Drie thema’s: Hoe is het om een gepensioneerde schaker te zijn (niet te verwarren met een gepassioneerde schaker), verder komen enkele schaaksyndromen aan de orde en ik ontvouw mijn theorietje over een Cruijffiaanse schaakaanval. Genoeg redenen om nog even te blijven zitten lijkt me zo.
Afgelopen dinsdag had ik het weer: het Kotov-syndroom. Dit syndroom is beschreven door de Russische grootmeester Aleksandr Kotov. Het verschijnsel kan optreden als tijdens een schaakpartij lang wordt nagedacht en de speler ineens ziet dat er nog maar weinig tijd is. Dan doet hij plots een baggerzet die in het geheel niet was geanalyseerd. U kent het verschijnsel. Ik speelde afgelopen dinsdag jeugdtempo, en ja hoor: een Kotovje.
Maar toch, na dit syndroom, ben ik gewoon met mijn leven doorgegaan.
Mijn aanraking met schaken was in 1971 toen Promotie in de Dorpsstraat speelde. Voor de kleintjes onder ons; het Stadshart bestond toen nog niet. Ik zat er eerst op de damvereniging DID. Denken is Doen. De club bestaat niet meer; geen wonder met zo’n naam. Het was daar op de damclub in 1971 allemaal erg oud en grijs. Zeg maar, zoals hier als je rondkijkt. Dat was dus overstappen naar Promotie die net haar Rooms Katholieke veren van zich had afgeschut. De snelle rekenaars stellen vast dat ik vanavond mijn eigen feestje vier: 41 jaar bij Promotie.
Je wilt zo’n brok schaakkennis natuurlijk graag overbrengen op je kleinkinderen. Een mooie gelegenheid doet zich voor als je moet oppassen. Nou, oppassen?, zelf noem ik het eerder een taakstraf. Maar het lukt me nauwelijks die kleine kinderen aan het schaken te krijgen. En ik krijg het er maar niet uitgeramd dat de loper geen brievenbus heet. Bij deze simpele zielen ontbreekt kennelijk de intelligentie om te begrijpen dat met de gléuf de mijter van een bisschop wordt gesymboliseerd. Je mag nog blij zijn dat hun associatie met gleuf, zich beperkt tot een brievenbus.
Over orgasmes gesproken. Wat is schaken anders dan een aaneenschakeling van gelukte dan wel mislukte orgasmes. Meestal gaat het mis in de aanval, een aanval in de spits om precies te zijn. Het gaat om de keuze van de juiste spits. De problemen zijn bekend bij het Nederlandse elftal.
Het spitsenprobleem is in feite een freudiaanse kwestie. Waar penetreer je en met welk stuk. Hoe kan je je tegenstander het beste in het kruis joekelen. Het grote probleem is echter: het lichaam wil wel, maar de geest twijfelt. En je tegenstander voélt dat.
Je geest is bezig met de kans op verlies, met de diepe oerangst voor verdriet, en de daarop volgende eenzaamheid en verlatenheid als de partij verloren wordt. Freud noemt dat het Orgasme-syndroom. Zo, daar hebben we ons tweede syndroompje inmiddels te pakken. U heeft er nog één te goed.
Wil je toch aanvallen?, dan maar liever de Cruijffiaanse aanpak. Hij doceert: “Een aanval uitvoeren is eenvoudig als je hem góed uitvoert. Maar in die eenvoud zit ook direct de moeilijkheid”. Kijk daar kun je wat mee. En Cruijff gaat door: “Het moeilijke van een makkelijke wedstrijd is om een zwakke tegenstander slecht te laten spelen. Je gaat het pas zien als je het door heb”.
Of wat denkt u van: “zijn Siciliaanse verdediging was net een geitenkaas”.
Loopt u maar eens rond op een doorsnee dinsdagavond. Bij het zien van een dergelijke geitenkaas, bij een zo’n volslagen uit elkaar geslagen stelling, krijg je gelijk associaties met de huidige Europese financiële crisis.
Zoals gezegd, er zitten veel oudjes op de club. Geen van hen hoefde door te werken tot hun 67e. Maar de jonge garde hoeft zeker niet jaloers te zijn. Rutte & Samson hebben voor de werkende 65+ers vele voorzieningen in het vooruitzicht gesteld. Ik noem er enkele:
– het gratis gebruik van een rollator om in de lunchpauze luiers te kopen voor je kleinkinderen, of voor je zelf;
– een gratis scootmobielcursus (maar wel met een maximum van 20 lessen);
– 10 dagen verlof bij verhuizing naar een verzorgingstehuis;
– en als laatste, ik krijg het nauwelijks uit mijn strot: elke maand één opa-dag.
Ik ben inmiddels ook gepensioneerd. Als ik een partij moet spelen tegen een lid dat nog werkt, wil ik niet dat hij gestrests raakt. Neem nou zo’n jongetje van Lier. Ik laat hem maar winnen. Per slot van rekening moet hij nog jaren voor mijn pensioen zorgen.
Ja, soms moet je over je eigen schaduw heen springen. Maar niet altijd valt een dergelijk verlies mij lekker. Dan voel ik mij een eendagsvlieg die zijn dag niet heeft.
Als derde syndroom hebben we het Nepveu-syndroom. Dit heeft van doen met zorgen over teruglopend schaaksucces. Leest u zijn column “Hangen met de vingertoppen aan de dakgoot.” Hij gaat zelfs zover dat hij zich afvraagt of hij nog wel recht van bestaan heeft? Maar wat klaagt hij toch. Hij speelt inmiddels weer in het eerste.
Dit is inderdaad toch wel curieus. Het woord doping is al gevallen. De sponsor van de Promotie-website overweegt te stoppen.
Trouwens, wel een schatje die Manual. Is hij op vakantie in Schotland, stuurt hij een kaartje naar de verening. Inderdaad, hoe diep kun je zinken. Maar toch is hij een goed mens: hij leest wel eens een gedicht.
Als gepensioneerde doe ik sinds kort vrijwilligerswerk. In mijn geval schaken in Den Haag met een oud baasje dat zijn huis niet meer uitkomt. Wij schaakten op een bord dat een schaakvriend ooit voor hem had gemaakt. Mooi ingelegd met 64 zwarte en witte vierkantjes zoals een schaakbord betaamd. Hij had nog dezelfde oude stukken die Promotie in 1952 gebruikte. Ze staan hier in de prijzenkast. Geen gleufje in de loper zoals u ziet, en nauwelijks van elkaar te onderscheiden stukken. Hoewel in 1952 de hedendaagse Staunton-schaakstukken al 100 jaar bekend waren, heeft Promotie deze niet stukken aangeschaft omdat ze te duur waren. De goedkope stukken kunnen namelijk alle op een draaibank worden gemaakt. Kom daar maar eens om bij het paard en het reeds behandelde gleufje. Misplaatste zuinigheid. De zuinigheid is anno 2012 nog steeds (of weer?) manifest.
Gelukkig had mijn oud baasje ook nog “normale” stukken. Of dat hij nu leed aan het Nepveu-syndroom, of dat ik excelleerde (mijn schaakniveau ontwikkelt zich de laatste jaren rechtevenredig met de derdemachtswortel van mijn leeftijd), ik won de partij. Na afloop vertelde hij een schaakverhaal dat hem zeer ontroerde. Het was 1962. Botwinnik was wereldschaakkampioen, en hij kwam naar Nederland voor een simultaan. Max Euwe haalde hem op van Schiphol. De simultaan werd gespeeld in de V&D in Den Haag. Wie herinnert zich dat nog; wie was er bij?
Zoals niet ongebruikelijk bij simultaans, bleef er uiteindelijk 1 persoon over. Mijn oude baas vertelde dat de mensen op stoelen en tafels gingen staan om maar niets van de partij te missen. Snikkend had hij deze laatste woorden uitgesproken. Hij had het niet meer, en helaas, het verhaal stokte. Ik wilde uiteraard weten waarom deze emotie? Wat was er gebeurt? Was mijn oude baas degene die als laatste overbleef? Of was het zijn vriend van het zelfgemaakte schaakbord die zijn volhardendheid met de dood moest bekopen? Ik probeerde heel voorzichtig: “wie heeft er gewonnen? Wat is er toen gebeurd?” Maar helaas, hij bleef in gedachten verzonken en schokte af en toe even bij een ingehouden snik. Ik kreeg het er niet uit. Hem de volgende keer maar laten winnen.
Maar nu wat vrolijker nieuws. Ons Bierteam is recentelijk door de Haagse Bond van vals spel beschuldigd. Wat is er aan de hand. Op het moment dat hun tegenstander naar het toilet was, ontvreemden ze elk een stuk. Hoe dit aan het licht is gekomen?: Bij het verlaten van het etablissement hadden ze allen een stuk in de kraag. …. Ons Dreamteam…………
Ik rond af. Promotie bestaat 60 jaar. Hoe zal de club er over 60 jaar uitzien? Ik heb een aantal voorspellingen voor u. En ik blijk goed te kunnen voorspellen. Zo had ik voorspeld dat Nederland geen Europees voetbalkampioen zou worden, dat geen Nederlander de Tour de France zou winnen en dat Serena Williams zou zegevieren.
Trouwens, dat damesgekreun tijdens het tennissen; stoort u zich daar ook zo aan? Stel je voor dat dat tijdens een schaakpartij zou gebeuren. Thuis, ja thuis mag je van mij kreunen op het toilet of in het kraambed. Maar tijdens een schaakpartij?! Zelfs al raak je je dame kwijt met een lullig paardvorkje, of zie je als eerste bordspeler van Team 3 bij de eerste thuiswedstrijd een mat in één over het hoofd, nee ik noem geen namen, maar Mildo kreunde niet, maar nam manmoedig zijn verlies, zonder de schuld aan Holleeder te geven. Ik heb nog even navraag gedaan: de KNSB overweegt geen kreunverbod.
Ach, ik weet natuurlijk ook niet hoe de club er over 60 jaar uitziet. Een paar dingen zijn zeker: er zullen nog een aantal schaaksyndroompjes bijkomen, de schaakreglementen worden door Brussel bepaald, en Bernhard zal geen clubkampioen meer zijn.
