Het nomadisch urbanisch oerconflict

Voor de lezers die én 19.000 euro vrij beschikbaar hebben, en daar bedoel ik mee dat de partner het goed vindt en het geld niet van lenen.nl komt, én beschikken over een vrij in te richten wand, heb ik een bijzonder advies. Koop er een schilderij voor! Op zondag 17 februari 2008 was ik uitgenodigd om de opening bij te wonen van de overzichttentoonstelling “een overweging” in het Veenkoloniaal museum in mijn woonplaats, Veendam. Werken van Lammert Boerma, inwoner van het naburige Menterwolde. In de uitnodiging wordt hij omschreven als: “een autodidact die zich vooral laat inspireren door Salvador Dali. Zijn werken zijn uitgevoerd in een hyperrealistische stijl; zijn fantasie neemt de vrije loop. In absoluut onverwachte, verrassende, zo niet schokkende combinaties toont hij enerzijds surrealistische beelden die weliswaar herkenbaar, maar niet mogelijk zijn en anderzijds zien we magische realistische voorstellingen die mogelijk maar niet waarschijnlijk zijn”.
Bij het lezen van de uitnodiging voelde ik enige verwantschap. Ik kan nog geen vlinder tekenen, maar herkenbare, surrealistische beelden die niet mogelijk zijn en realistische voorstellingen die niet waarschijnlijk zijn, die zijn mij niet onbekend in een doorwaakte nacht na een echec achter het schaakbord. Na de opening door prof Steenge, een econoom met een passie voor kunst, die ook de tekst uit de uitnodiging centraal in zijn voordracht had geplaatst, waren de genodigden in de gelegenheid de tentoonstelling te bezoeken. Het eerste de beste schilderij greep mij al beet.
Een muur van stenen met nummers, namen en teksten er op. Op dat moment denk ik aan de namen van de 50 jaar geleden omgekomen voetballers van Manchester United en ik vraag mij af welke associatie andere bezoekers zouden hebben. Ik hoor wel mensen tegen elkaar zeggen hoe indrukwekkend ze het vinden, maar een associatie beluister ik niet. Boerma schildert naar mijn mening als Karel Willink. Heldere kleuren, sterke contouren, indringend, nauwgezet, verrassend. Ik ga de volgende zaal binnen en word gegrepen door een werk van 1.80 bij 1.20 meter. Een enorme lijst met daarop keurig gefitte koperen gaspijp. Rechtsboven hangt met zijn armen aan een katrol een prachtige jonge man met een wond in zijn zij, waarschijnlijk van een lanssteek. In het midden treffen we de bedieningsinstrumenten van een schip aan, in een kamer achter staat een piano met daarboven een schilderijtje: het meisje van Vermeer. Linksboven in het schilderij hangt een doek van een dolende ridder in een winters landschap en links beneden zitten moeder en kind opgepropt in een stolp. Boven de doelende ridder bevindt zich een boekenplank. Ik lees de ruggen: “De verheerlijking van het onvoltooide”, “the Art of Motor cycle racing”, “Gödel, Esscher, Bach” en “Douglas en Hofstetter”. In het midden speelt een prachtig nomadisch gekleed meisje op een cello en naast haar zit op de grond, met een mysterieuze blik een urbanisch geklede vamp. Deze vamp zit aan een lage tafel met een ingelegd schaakbord!! Eén welgevormd been bevindt zich onder de tafel. Een kat heeft zich naast haar gedrapeerd. Haar blik is zelf bewust, bijna hooghartig. Er staat een stelling op het bord. Het is in de juiste verhoudingen geschilderd en de toeschouwer kijkt er schuin van rechts op. Alle velden zijn zichtbaar behalve het witte veld a8. Ik besluit de directrice van het museum om pen en papier te vragen. De stelling noterend trek ik de nodige bekijks en een aantal mensen leggen aan hun kompanen uit: “hij is de stelling aan het controleren!”. Een jonge vrouw vraagt mij of ik kunstcriticus ben en een man vertelt mij spontaan dat de schilder naar zijn weten behoorlijk kan schaken.. Toevallig komt ook een collega van de locale radio met microfoon in de hand langs en wordt mij gevraagd een impressie van het schilderij te geven. Thuis gekomen zet ik de stelling onmiddellijk op. De vamp heeft wit en de toeschouwer, of beter de aanschouwer heeft zwart. De stelling klopt en is ook bereikbaar vanaf de beginstelling.Als wit aan zet is, is de partij direct uit, dus de aanschouwer, zwart, is aan zet. Wit’s laatste zet zal Lg4xh5 geweest zijn. De blik van de mooie, moderne vrouw past bij haar vertrouwen in de stelling, dat wordt duidelijk. De aanschouwer gaat mat na Lc7; Tb7, Ld8x; Tf7x +, Kg8; Ta8.
Het enige is een hele lange afruil: Dc7+; Dc7x, Lc7x; Ta7x, Tf5x; Tc7x+, Kh6; Le2x, Le2x; Te6x, Tf2x; d4 en zwart verliest nog een van zijn pionnen..
Maar helaas, daarmede zal het. nomadisch, urbanisch oerconflict echter niet opgelost zijn..
Naschrift:
De expositie duurt tot en met 25 mei 2008.
Voor meer informatie:

www.museum-boerma.com

www.veenkoloniaalmuseum.nl

Scroll naar boven