Zaterdag 4 april mocht ik Lammert Boerma interviewen voor de lokale radio omroep. Hij bleek een wijze, bescheiden man met een zachte stem. Stille wateren, diepe gronden, zogezegd. Het gesprek kwam natuurlijk op het nomadisch-urbanisch oerconflict. In het telefoongesprek waarin de afspraak werd gemaakt, had hij al aangegeven dat de stelling uit een deeltje uit de serie van Hans Bouwmeester kwam en dan niet uit de nummers 2 en 3. Omdat hij ook wist dat het een van de eerdere delen was, begon ik met deel 1 (Prisma 575). En, ja, hoor op bladzijde 75 stond de stelling Ik merkte meteen dat er iets niet klopte en inderdaad: een zwarte pion te weinig en een witte toren op een ander veld!. Oei, foutje van mij of van de schilder? Boerma was intussen geïnteresseerd geraakt en had de stelling ook gevonden. En hij had de stelling op het doek gelijk gecontroleerd en juist bevonden. Mijn ogen hadden mij dus bedrogen. De schilder troostte mij door te vertellen dat ook het schilderen van uit die schuine hoek zeer lastig was en dat hij zeer beducht was geweest op de juiste positie.
De door mij weergegeven stelling heeft in ieder geval collega columnist Hans Meijer enige aangename zoek- en studie-uren bezorgd. Hij kwam met de suggestie dat het een probleem zou kunnen zijn van de romantische componist Alexander Petrovich Kuznetsov, van wie een vergelijkbaar probleem in de Oxford Companion to Chess van David Hooper en Kenneth Whyld staat.
Hans kwam ook met de oplossing! Ja, zeker, ook zonder de pion op g6 en de toren op een ander veld is de winnende combinatie mogelijk, zij het zoals Willem tijdens onze e-mail correspondentie opmerkte, Lxf7 tot een sneller mat leidt (maar minder mooi).
Maar eerst nog even terug naar het schilderij. Het oerconflict heeft niets met de schaakstelling te maken en ook al niet met de beide mooie meisjes. Het is de innerlijke strijd tussen thuis te willen zijn en op reis te zijn. Tussen avontuur en geborgenheid. De wens nieuwe dingen te ontdekken en ervaren en de behoefte aan het zekere, het vertrouwde.
De toeschouwer kijkt in een luchtschip. De bedieningsinstrumenten komen zowel van een vliegtuig als een schip. De mooie jongeman is Promotheus, gestraft door Zeus vanwege het brengen van het vuur op aarde. De wond, die een treffende gelijkenis vertoond met de aan Christus toegebrachte lanssteek, is ontstaan door het pikken aan zijn lever door een adelaar. Moeder en kind in de stolp zijn de wel heel letterlijke verpersoonlijking van een Gronings gezegde dat er op neer komt dat men als men iets wilt bereiken men zich moet ‘krommen’. De ridder te paard in het landschap is de schilder zelf, met zijn queeste.
De schaakstelling was de schilder opgevallen door zijn titel “het onsterfelijke probleem”, maar is zonder diepere betekenis in het schilderij geplaatst. Boerma had de eerste zet van de oplossing (Tb7) al op het doek uitgevoerd, om te zorgen dat de toeschouwer (zoals bij het aanschouwen van een schilderij altijd het geval is) aan zet is. De symboliek uit de schaakopgave van vrijwel alles weggeven om het ultieme doel te bereiken, maakt geen deel uit van dit oerconflict.
Dr. K. Beyer (Era, 6 juli 1856)
Het onsterfelijke probleem Wit geeft mat in negen zetten !
Ook als de tentoonstelling in Veendam is afgelopen, is het werk van Lammert Boerma te bewonderen. Hij houdt aan huis én bed & breakfast accommodatie én een museum.
