“HET” OPEN VAN 2002
“HET” OPEN VAN 2002
Clubleden die al langer meelopen weten dat ze sinds jaar en dag na de zomerperiode verslagen kunnen verwachten van een of ander “Open” dat door een aantal Promotiespelers werd bezocht. Dit jaar zal dat niet anders zijn, de “buitengaatse” happening vond in dit jaar ook en zelfs voor de tiende maal plaats. Hier is het voorafgaande rijtje:
1993 Baden-Baden, 1994 Berlijn, 1995 Velden (O.), 1996 Velden (O.), 1997 Balatonberenyi, 1998 Dresden, 1999 Dresden, 2000 Liechtenstein, 2001 Oberwart.
Allemaal toernooien in Centraal-Europa, allemaal gemakkelijk met de auto te bereiken, allemaal op z’n minst redelijk georganiseerd.
Dit jaar zou in één opzicht met de traditie worden gebroken. Niet echt opzettelijk, niet omdat het hier de tiende editie betrof, maar meer door een toevalligheid. Aan een van ons, toernooitijgers, was het ter ore gekomen dat het jaarlijkse Open van Andorra zo’n goed georganiseerd en zo’n sterk toernooi was. Was dat misschien niet iets? Het was wel weer eens wat anders natuurlijk. Niet in Centraal-Europa, vermoedelijk een bezetting met minder Oost-Europeanen. En Andorra … wie komt er nou ooit in Andorra? Bestaat Andorra eigenlijk wel? En als Andorra dan bestaat, hoe bereis je het? Met een paar auto’s manmoedig de Pyreneeën over? Hm, dat kon wel eens veel tijd kosten. En vertrouwen we onze chauffeurs wel? Hm. En hoe zit het met de taal? Spaans vermoedelijk, of misschien zelfs wel Catalaans. Nou ja, we zullen er wel met Spaans terechtkunnen. Ja, maar dán moet Hans Meijer mee. Verplicht. Hm.
De deliberaties duurden even, maar uiteindelijk werd dan toch besloten om dit jaar het Open van Andorra te bezoeken. Met de auto? Nee, geen denken aan. Eerst met het vliegtuig naar Barcelona en dan zouden er huurauto’s aan te pas komen voor de rest. Broekman, Ahlers en Meijer in een auto, Bannink, Eggink, Noordhoek en Uw scribent in een ander. Bannink en Broekman hadden ieder een mobieltje bij zich. Deze omstandigheid zou ons zeer van pas komen.
Vanuit het vliegveld van Barcelona kun je betrekkelijk snel naar onze plek van bestemming rijden. De afstand bedraagt nog geen tweehonderd kilometer. Maar als je het vlak bij het vliegveld even fout doet, rijd je de stad zelf binnen en dan ben je goed de sigaar. Broekman en zijn makkers weten er een lied van te zingen. De andere auto reed intussen midden tussen miljoenen jaren oud en goed uitgestald sediment naar het Noorden, naar Andorra.
Wij hadden geen hotelreserveringen gemaakt; in Andorra is het in begin juli laagseizoen. Toen wij de stad Andorra la Vella (“Andorra Stad”) binnenreden begon ik hem enigszins te knijpen. Laagseizoen? Met dit aantal patserwagens? Hm. Via het mobiel bleek dat Broekman en de zijnen “tig” kilometer achter ons, “pioniers” zaten. Ons werd langzaamaan duidelijk dat Andorra misschien toch niet even overzichtelijk was als dat andere mini-staatje dat we ooit bezocht hadden, het propere Liechtenstein. Toen uiteindelijk de locatie gevonden was waar het toernooi zou plaatsvinden werd er pas op de plaats gemaakt. Het zoetige bier van een plaatselijke snackbar smaakte best en tot verhoging van de algehele feestvreugde bleek een van ons een onvermoede fascinatie uit te oefenen op het kleine dochtertje van de uitbater. Huh!?!
Toen de tweede auto was gearriveerd gingen Meijer en de immer kritische Noordhoek op hoteljacht. Succes was snel geboekt. De eigenaresse van het uitverkozen onderkomen was een lekkere stoot van midden twintig, met een dochtertje van vier. Al snel bleek dezelfde Andorra-ganger die het zo goed deed bij het kleintje van de snackbar ook volop in de belangstelling van dit tweede wicht te staan. Huh!?!
De ronden van het Open begonnen steeds om vier uur ’s middags (behalve de laatste die om half tien ’s ochtends zou aanvangen). Dit schema nu vereist enig overleg met betrekking tot het innemen van voedsel. Rond de klok van één moet er wat lichts gegeten worden en de meest stoutmoedigen kunnen zich dan ook nog wel een alcoholische consumptie permitteren. De hoofdmaaltijd zou na de ronde, dus rond tien uur ’s avonds aan de orde komen. Dit schema sluit prima aan bij de Spaanse gewoonte om laat in de avond te dineren. Voorts zorgde ieder ervoor tijdens de ronde voldoende “nattigheid” bij de hand te hebben, alsmede wat voedzame repen. Aan dit recept werd strak de hand gehouden en het werkte goed. Niemand van de toernooigangers zou plotseling zonder suikers, trillend aan het bord zitten (zoals in Hongarije 1997 was gebeurd) of met uitdrogingsverschijnselen en wild in de oogkassen draaiende kijkers afgevoerd worden.
Er was uiteraard alle tijd om in de uren voor de ronden wat sportiefs of wat cultureels te doen. De jonkies en Broekman waren er voorstander van om meteen en zonder veel overleg een willekeurige Pyrenee op te hollen. De wijzeren volgden, een en ander scherp in de gaten houdende. Bij de eerste de beste gelegenheid al bleken de jonkies niet zo goed op de kaart te hebben gekeken en het smalle pad dat men verkoos bleek niet het pad te zijn dat men had bedoeld. De zon scheen onbarmhartig en het karige ontbijt dat in het hotel werd verstrekt leverde bij lange na niet voldoende suikers om ook de zwaarste lijven afdoende te voorzien. Broekman wilde almaar door, er van uit gaande dat er spoedig een daling ingezet kon worden, zonder dat hij daarvoor enigerlei concrete aanwijzing bezat. Uiteindelijk werd de terugtocht aanvaard, nadat door enkelen ter sprake was gebracht dat er die middag ook nog geschaakt moest worden en er muiterij dreigde. Bij KPN selecteren ze hun mensen kennelijk op roekeloosheid en niet op gezond verstand en overzicht, dacht een van de zwaargewichten pissig. Bij de volgende sportieve uitstapjes werd er van dit moment af aan door sommigen onder ons een gezond wantrouwen aan de dag gelegd. Deze onzin niet nog een keer!
Andorra is een lapje grond van twintig bij twintig km. Het bestaat uit wat vlekken plus een dorp dat volstrekt wordt gedomineerd door winkelstraten. De Melkert-baan heeft in dit staatje kennelijk allang zijn intrede gedaan: fleurig geklede politieagentes staan het verkeer te regelen in de buurt van prima functionerende stoplichten. Er is veel verkeer in het dorp, zelfs in het laagseizoen. Vrij parkeren is nauwelijks mogelijk. Geduld is geen heel karakteristieke eigenschap van de inwoners, zo lijkt het. Er wordt op alle uren van de dag en de nacht lustig door automobilisten getoeterd wanneer ze langer dan enkele ogenblikken moeten wachten.
Het verblijf in Andorra is intussen niet van alle gevaar ontbloot. In de zon zetten wij ons aan een tafeltje om de dorstige kelen te smeren en de hongerige magen te vullen. Wij klapten een parasol uit. Het was wat winderig. En ja hoor, plotseling kreeg de parasol het op z’n heupen, ontvluchtte zijn standaard, ging vele meters de lucht in en kwam met een smak en volkomen ongecontroleerd een eind verderop op het plaveisel terecht. Geen Andorraan keek op of om. Vliegende parasols behoren hier kennelijk tot de folklore, zoals de bekende hardloopwedstrijd met de stieren in Pamplona.
Buitenlands geld is duidelijk de motor van Andorra: hotels en restaurants zijn er in overvloed en wie een financiële instelling zoekt heeft er bepaald geen dagtaak aan om die te vinden. Andorra ruikt naar geld.
Cultuur daarentegen is niet iets dat je in Andorra uit alle hoeken en gaten tegemoetkomt.
Toen de jonkies en Broekman uitgedarteld waren in de bergen werd de tijd rijp voor wat cultuur. De keuze is dan eenvoudig: je verlaat Andorra hetzij in noordelijke hetzij in zuidelijke richting, als je het maar verlaat. Wij togen in zuidelijke richting, naar het plaatsje Seu d’Argell, waar de bisschop resideert die samen met de Franse president staatshoofd is van het staatje. Een kathedraal met overheersend Romaanse trekken is het centrale gebouw. Spoedig zou blijken dat deze kathedraal een meer dan duizend jaar oude schat herbergde. Wij wisten dat niet en we bezochten de kathedraal omdat het nu eenmaal als bezienswaardigheid was geboekstaafd. De kathedraal maakte een sobere indruk, iets dat bij Uw scribent met zijn protestantse achtergrond wel in de smaak viel. Stemmige Gregoriaanse gezangen, die een sacrale atmosfeer verspreidden, klonken ons tegemoet. Een van de toernooitijgers brandde een kaars, tot onverholen, niet-begrijpende verbazing van Uw scribent.
In de kathedraal werden kaartjes verkocht voor een bezoek aan een ander deel van het gebouwencomplex. De dienstdoende suppoost, die potlood en papier nodig had om het product van zeven en twee en een half uit te rekenen, glom helemaal toen hij ons de kaartjes overhandigde. Een ander mannetje, ontegenzeggelijk levendiger en helderder, bleek onze gids te zijn. Hij leidde ons naar een bioscoopzaaltje en aan de hand van een diasessie werd ons duidelijk wat er nu toch zo bijzonder was aan de kathedraal. Op deze plaats werd een boekwerk bewaard dat meer dan duizend jaar geleden was geschreven en geďllustreerd door een monnik die van monnikenwerk hield. Het perkamenten object behandelt het uiterst merkwaardige bijbelboek Openbaringen alsmede het boek Daniël. De beveiliging van dit waardevolle item leek mij aan de magere kant, en dat eens te meer toen ons werd verteld dat het boekwerk zo ongeveer zeventien miljoen Euro waard was (Hoe bepaal je dat eigenlijk?).
In andere vitrines bevond zich nog meer lekkers. In een boek dat uit 1518 zou dateren stonden voorspellingen van Zoneclipsen voor het midden van de zestiende eeuw met de data, de precieze tijdstippen van begin en eind en schetsen van wat er te zien zou zijn. Dergelijke voorspellingen kun je doen als je over “gereedschap” beschikt equivalent aan de mechanica van Newton. Maar die zou nog een kleine tweehonderd jaar op zich laten wachten en het wereldbeeld in 1518 bood geen equivalent. Hier klopte iets niet, dat was zonneklaar.
Het boekje was misschien uit 1581, van na de opgetekende Zonsverduisteringen. Uw scribent kon zijn mond natuurlijk weer niet houden. En zie, iets wonderlijks geschiedde. Hij werd door de gids bijna omhelsd, betast en aangeraakt als ware hij een bezienswaardigheid, een heilige. Meijer, die dit soort dingen begrijpt, haastte zich duidelijk te maken dat ik toch echt heel profaan was. Maar toen kwam de aap uit de mouw. Onze gids was voor zijn pensionering inspecteur van politie geweest en hij voelde klaarblijkelijk geestverwantschap met de “investigador”: Sherlock Holmes ontmoet Hercule Poirot. Het afscheid was hartverwarmend. Vrienden voor het leven.
De tweede onderdompeling in cultuur vond plaats na afloop van het toernooi. Op de laatste avond reden we terug naar Barcelona, na de huldigingen (waarbij een van ons betrokken zou zijn, jawel!). Gerhard Eggink wist, zoals altijd, feilloos de plek van bestemming te vinden, een eenvoudig onderkomen nabij het centrum. Er moest tegen het middernachtelijk uur nog gegeten worden en gewandeld op de Ramblas, de grote flaneer-boulevard van Barcelona. Maar langs de flaneer-boulevard waren zekere dames actief. Iedereen werd met rust gelaten, maar Uw scribent werd zowel op de wandeling richting haven als terug aangeklampt. Eerst engelachtige peuters van vier, daarna bengelachtige dellen van vierentwintig! Hm.
Meijer gaf ons de volgende dag een rondleiding door Barecelona en leidde ons onder andere naar de Sagrada Familia, het verbazingwekkende bouwwerk van Gaudi waaraan nog altijd wordt gewerkt. Ik kan kort zijn: wie een voorbeeld van reli-kitsch wil zien moet dit gebouw onverwijld bezoeken.
Het Open van Andorra is een van de sterkste uitheemse zomertoernooien geweest waaraan Promotianen ooit hebben meegedaan. Van de honderd zestig deelnemers had maar liefst zeventig procent een internationale rating en het aantal titeldragers (IGM, IM, FM) bedroeg vijftig. De hoogst ingedeelde Promotianen waren Hans Meijer (rating 2265, plaats 60) en Bernard Bannink (rating 2261, plaats 62). De enige Promotiespeler zonder internationaal waarmerk was Gerhard Eggink (plaats 138), die dan ook voornamelijk voor de gezelligheid (huh!?!) meegaat.
Ik realiseer me dat ik in het verleden nooit eerder heb geschreven over indelingskwesties of over hoe je aan een internationale rating komt. Deze omissie zal ik nu goedmaken.
De indeling in een open toernooi verloopt altijd volgens hetzelfde stramien: “hoog” tegen “laag”, maar de betekenis van “hoog” en “laag” kan in het verloop van het toernooi wijzigen. In de eerste ronde werd iedere speler “uit het linker rijtje” gepaard met de speler die op dezelfde hoogte staat “in het rechter rijtje”. Na zo’n eerste ronde zijn er (heel veel) enen, (heel veel) nullen en een aantal halfjes. In de groep van de enen, de groep van de halfjes en de groep van de nullen wordt nu weer hetzelfde procédé gevolgd. In de beginronden worden de begrippen “hoog” en “laag” geassocieerd met de internationale rating, maar na een aantal ronden worden deze begrippen meestal gekoppeld aan het aantal weerstandspunten.
Degenen die zich in de kop (staart) van het klassement bevinden zullen in de eerste ronden vrolijk (deerniswekkend) enen (nullen) scoren en komen pas later uit tegen gelijkwaardige tegenstanders, de middenmoters scoren aanvankelijk doorgaans via het patroon 010101… of diens “faseverschuiving” 101010…
Wie geen internationale rating heeft kan er een verdienen door een voldoend hoge TPR bij elkaar te spelen tegen een voorgeschreven minimum aantal ratinghouders. Wie in een open toernooi bijvoorbeeld vijf keer tegen ratinghouders wordt ingedeeld en tegen hen een TPR scoort van 1950 heeft zijn werk voor niets gedaan: de FIDE zal dit resultaat als zijnde onvoldoende negeren, zij vereist 2000 of hoger. Voor spelers als Bernard Bannink is het doenlijk om een rating bij elkaar te spelen in een, twee toernooien. De mindere goden hebben er meestal meer voor nodig: zij zien nogal eens resultaten sneuvelen als gevolg van de genoemde TPR-eis. (Hoeveel toernooien had U nodig, Oom? Hou je kop, kreng!)
Hoeveel Nederlanders hebben een internationale Elo? Als U het precies wilt weten zoekt U even de webstek van de FIDE op, maar ik kan U alvast verklappen dat we het hebben over enkele honderden slechts. Het is een select gezelschap, waarde lezer, een select gezelschap. (En de man vervolgde zijn weg op kousenvoeten, terwijl zijn schoenen parmantig naast hem op het asfalt klikten … )
Voor Ben Ahlers was dit het eerste buitenlandse toernooi. Hij had al een internationale rating opgedaan in Nederlandse toernooien (2184), maar dit was dus zijn buitenlandse vuurdoop. Welnu, Ben is onze held van het toernooi geworden. Met 5˝ punt haalde hij van ons zevenen de meeste punten. De Spaanse meester Oms Pallise (2453) moest een toreneindspel zien te keepen met drie pluspionnen voor Ben. Het was een moeilijk eindspel en we vermoeden dat één enkele mindere zet van Ben de oorzaak was van het feit dat de meester het vege lijf kon redden, wat op zich een knappe prestatie was. Maar het was dus de Spanjaard die moest trillen en beven, niet heer Ben! In de laatste ronde won onze man met het Frans een partij tegen iemand van meestersterkte. Ik zal hem met alle ongeoorloofde middelen bestoken om de partij in het clubblad te krijgen. Het enige minpuntje voor Ben was dat hij tegen een tienjarig kereltje een partij verloor door in mindere stelling een toren te verpatsen. Op dit soort toernooien zijn tienjarige ventjes met een internationale rating behoorlijk gevaarlijk en Ben deed ons na afloop uit de doeken met welke psychologische problemen hij te kampen had gehad tijdens de partij. Smoesjes natuurlijk, maar toch. Bij de prijsuitreiking bleek Ben een ratingprijs te hebben gewonnen. Dat vermoeden we althans, want de toespraken bij de feestelijke afsluiting vonden uitsluitend plaats in het Catalaans en dat kennen we wat minder.
Bernard Bannink speelde gezien zijn uiteindelijke klassering op zijn niveau. Waar hij vorig jaar in Oberwart de onbetwiste held was geweest en boven zichzelf uitsteeg, waren zijn resultaten nu “gewoon”. Gewoon goed dus. De Chileense meester Campos Moreno (2493) moest een toreneindspel remise zien te houden tegen Bernard. Dat lukte, maar Bernard denkt dat hij misschien toch had moeten winnen. Verder had onze Bernard tegen titelhouders ditmaal geen aansprekende successen. Hij behaalde 5 punten.
Voor Willem Broekman waren er 4˝ punt. Hij verklaarde vooraf dat de laatste ronde wel weer zou uitmaken of het toernooi geslaagd was of niet. Welnu, in de laatste ronde mocht hij tegen hetzelfde tienjarige kereltje als Ben en tijdens de ronde siste hij dat het kleintje hem er aan het afschoppen was. Toen de stukken weer in de oorspronkelijke slagorde stonden bleek Willem alsnog remise binnengehaald te hebben. Hij had daarvoor wel enige tijd met zijn tanden aan de dakgoot moeten hangen. Ook Willem heeft trouwens een titelhouder op remise gehouden, dat wil zeggen met een torenoffer beschwindeld. Bernard geloofde het offer niet en bleef net zo lang doorzieken tot hij zijn gelijk had aangetoond. Als Bernard ooit bont en blauw in een Zoetermeerse greppel wordt aangetroffen weet ik wel wie de dader is …
Johannes Meijer zoals Hans officieel stond aangekondigd behaalde ook 4˝ punt. Naar eigen zeggen had hij niet zo’n goed toernooi en anders dan Bernard heeft hij flink wat ratingpunten weggegooid. Meneer Oms Pallise, die we al eerder tegenkwamen, deed tegen Hans in een dame-eindspel goede zaken, nadat hij (Oms) een kinderlijk eenvoudige combinatoire winst over het hoofd had gezien. Hans’ beste partij was misschien die tegen Monica Vilar Lopez (2152) waarin hij haar een ongelijke lopereindspel met torens afnam. Tijdens de analyse bleek hij veel te hebben gezien.
Henk Noordhoek haalde 4 punten, ondanks het feit dat hij tweemaal een Aljechin-verdediging speelde tegen behoorlijke tegenstanders, een keer door grootmeester Marin (2548) uit Roemenië in een Grünfeld werd geplet en een keer tegen een sterke dame mocht aantreden. De partij die hij tegen de Bulgaarse dames-grootmeester Silvia Aleksieva (2362) speelde heb ik aangezien met een mengelmoes van leedvermaak en verbazing. Henk koketteert er wel eens mee dat hij niet kan schaken, maar dit keer leek hij alles uit de kast te halen om zijn gelijk te bewijzen. Het is toch wel vreemd dat Henk met Zwart geen potten kan breken als hij zijn beide lijfopeningen speelt …
Nepveu kwam ook op 4 punten. De partij uit de eerste ronde tegen de zeventienjarige Veljko Jeremič (2482) was een Grünfeld waarin hij twee kwaliteiten offerde om zijn parmantige d-pion verder te krijgen en het de meester-in-spe (volgende FIDE-congres, jawel!) moeilijk te maken. Helaas, een mindere zet leidde toch tot verlies. Maar de partij krijgt U ooit in dit blad te zien, reken erop! Voorafgaand aan ronde vijf ontving hij onmiskenbaar signalen van naderende “rolling stones”: tijdens de partij was er inderdaad een niersteenprobleem. Bingo! In de laatste ronde werd hij zevenenzestig zetten lang gezeten door een Spaanse FM die geen remise wilde toestaan, maar die uiteindelijk niet om de feiten heen kon.
En dan onze gezelligheidsschaker, de altijd sympathieke Eggink. Geen internationale rating. Geen benul van openingstheorie (1.f4). Speelt op trucjes. U weet wat die vreselijke Oom in dat soort gevallen pleegt te zeggen: een echte onderbondsspeler. Zoals een ander regelmatig naar de wc moet, zo moest hij om de haverklap naar een telefooncel. “Even naar huis bellen.” Toen de amoureuze achtergrond duidelijk werd was een ding helder: dit zou een dieptepunt in zijn schaakcarričre worden. Je hoorde het iedereen denken. Helaas, lieve lezers, blijkt de werkelijkheid soms onrechtvaardiger dan het wreedste sprookje. Eggink scoorde 3˝ punt, maar hij deed dat ditmaal niet tegen ratingloze knuppeltjes. Neen, onze Don Juan kreeg acht ratinghouders te verstouwen en scoorde twee en een half punt tegen hen. Dit resultaat wordt naar alle waarschijnlijkheid niet door de FIDE weggegooid …
Een van de andere Promotiespelers heeft nota bene aan deze hemeltergende omstandigheid zijn volledige medewerking verleend: hij mocht/ moest (doorstrepen wat niet verlangd wordt) tegen Eggink spelen en heeft gewonn …gewonn… verloren. Uw scribent heeft de twee trouwens niet zien spelen.
Vijf van de zeven musketiers kunnen dan wel niet op een echt goed toernooi terugzien, een toernooi in aangename ambiance was het wel. De buitentemperatuur, de binnentemperatuur, de goede toernooileiding, de prima maaltijden voor en na de partij, het droeg alles bij aan een prettige atmosfeer. Volgend jaar weer naar Andorra dan? Dat nu staat te bezien, want het ontbreken van een dagelijks toernooibulletin was natuurlijk wel een vreselijk gemis.
MN
