Het Stellinggevoel [8] Ruurd Kunnen
Tot veler verbazing is het toernooi om het FIDE-wereldkampioenschap in het Argentijnse San Luis van zonder noemenswaardige problemen start gegaan. “Ik geloof het pas, als de eerste zet is gedaan”, had Nigel Short gezegd. Maar die eerste zet werd gedaan en onder de vleugels van de FIDE wordt nu zowaar een toernooi gespeeld om het wereldkampioenschap schaken volgens de oude vertrouwde klassieke regels.
William (Wilhelm) Steinitz was de eerste wereldkampioen schaken. In 1886 won hij een match van Johannes Zukertort met de wereldtitel als inzet. Vòòr 2005 is er maar één toernooi om het klassieke wereldkampioenschap schaken geweest, namelijk in 1948. Alle andere keren werd om de titel gestreden in een match tussen de regerend kampioen en een uitdager.
Het WK-toernooi van 1948 was een noodgreep. Wereldkampioen Aljechin was in 1946 gestorven en meerdere schakers (of hun omgeving) meenden aanspraak op de vacante titel te kunnen maken. Om uit de impasse te komen organiseerde de FIDE een toernooi tussen vijf van de beste spelers van dat moment (Euwe, Botwinnik, Keres, Reshevsky en Smyslov). Het vond plaats Den Haag en Moskou en werd gewonnen door Botwinnik. Het toernooi was het begin van een lange periode waarin de schakers uit de Sovjet Unie superieur waren. Een ander memorabel feit was dat in 1948 het wereldkampioenschap onder auspiciën van de FIDE kwam. Dat was een hele vooruitgang, omdat er zodoende een eind werd gemaakt aan de praktijk dat de zittende wereldkampioen zelf bepaalde tegen wie hij om de titel speelde en onder welke condities. De FIDE zette een systeem op poten, waarin via zonetoernooien, interzonetoernooien en een kandidatentoernooi de uitdager van de wereldkampioen werd bepaald. Dat was een democratisch systeem, omdat het in principe open stond voor (de sterkste) schakers van alle aangesloten landen.
In 1993 veranderde alles, toen Kasparov en Short uit de FIDE stapten en hun eigen wereldkampioenschap uitriepen. Kasparov keerde terug naar het systeem van voor de Tweede Wereldoorlog, waarin de wereldkampioen zelf bepaalde tegen wie hij wilde spelen. Weliswaar werd er iets als een kandidatentoernooi gehouden, maar toen Shirov daarvan de winnaar werd, besloot Kasparov dat hij toch liever tegen Kramnik wilden spelen. Leko werd vorig jaar uitdager van Kramnik nadat hij een kandidatentoernooi had gewonnen waaraan alleen een aantal van de sterkste schakers van dat moment mochten meedoen. De FIDE hield daarentegen vast aan haar democratisch principe van kwalificatietoernooien, maar stapte af van de klassieke regels. Het FIDE-wereldkampioenschap kreeg de vorm van een knock-outtoernooi met een versneld tempo. Men hoopte hierdoor de wedstrijd spannender en spectaculairder te maken en meer sponsors te krijgen. Het nadeel is dat de toevalsfactor erg belangrijk is geworden. De FIDE-wereldkampioenen Khalifman, Ponomariov en Kasimdzhanov zijn sterke grootmeesters, maar behoren niet tot de absolute wereldtop. Als je vindt dat een van de absolute topspelers de wereldkampioen moet worden, waarom zou je dan een uitgebreid systeem van zonetoernooien enz. opzetten om de uitdager te bepalen? Waarom moet je tientallen schakers laten meedoen, waarvan je vooraf weet dat zij geen schijn van kans hebben? Waarom organiseer je geen kandidatentoernooi tussen de eerste tien van de internationale ratinglijst? Dat is minder democratisch, maar wel zo efficiënt en bovendien commercieel beter exploiteerbaar.
De reünificatie van de schaakwereld wordt niet alleen door financiële belangen en botsende machtsposities bemoeilijkt, maar ook door een principieel dilemma – de keuze tussen een op het verenigingsrecht gebaseerde organisatiestructuur en een marktgerichte, commerciële organisatie.
Het WCC 2005 in San Luis is het tweede toernooi in de geschiedenis waarin volgens de klassieke regels van het schaakspel om het wereldkampioenschap wordt gespeeld. En evenals in 1948 vindt de organisatie plaats onder auspiciën van de FIDE. Het stellinggevoel is gunstig. Ook dit toernooi kan een keerpunt ten goede zijn – de tekenen zijn gunstig.
