Het Wiel uitvinden met John

Het Wiel uitvinden met John  door Manuel Nepveu

Er is over nagedacht. Dat merk je zo. “Heren, we beginnen. Uit het hoofd. Wit: Kh3, Db3, pionnen c4,e4,f5,g6,h5. Zwart: Kh8, Df8, pionnen e5,f6,g7,h6. Zwart is aan zet. Wat doet hij? Twee minuten.” Iedereen muisstil. Twee minuten de tijd. Ik zie iets, een geometrische constellatie. Zwart lijkt de pineut, maar neen…, Dg8! Remise. Ik ben klaarwakker. Nu was ik dat al, maar sommige van mijn mede-trainees wellicht niet. Nu wel.

“Uitspeelstelling. Ieder mag kiezen welke kleur hij wil.” Ik kies wit. Pion minder, beroerde loper, maar ik heb iets gezien. De meeste van mijn mede-cursisten ook. Maar niet iedereen kiest voor wit. Gek genoeg niet. Eerste zet: Lf4! En prise. De strijd wordt spannend. Helaas ben ik verderop onnauwkeurig en verlies. Ik weet niet meer van wie. Verdrongen dus. Pijnlijk dus.

“Een quiz heren. Ik speel u de partij voor.” Na een tijdje verschijnt er een valse grijns op des grootmeesters facie. “Wat moet wit hier spelen? Vijf minuten en u kunt twee punten verdienen”. Zoals het kneuzen betaamt komen er uit dertien kelen zo’n tien verschillende antwoorden. Shit, ik heb het fout. Na weer enkele zetten herhaalt zich het ritueel, met iets meer punten te verdienen.

Ik zie iets, geloof ik. Nog een keer kijken. Pxe5 lijkt goed. Wat?! Het IS goed! Aan het eind komt het oordeel. Tussen 20 en 24 punten: cum laude; 14 tot 20 punten: geslaagd; daaronder: werk aan de winkel. Ik ben erdoor, maar heb wel eens hogere cijfers gehaald toen ik student was. Anand hoeft zich om mij geen zorgen te maken, zoveel is helder.

Hoe kun je inspelen op bekende zwakten in het spel van je tegenstander? Later blijkt dat we hebben zitten kienen op een partij van een kiene John tegen een iets minder kiene Keene. Zou die na afloop een teiltje nodig hebben gehad? Zou hij zijn tegenstander in de beste Britse traditie een ferme hand hebben gegeven? Tijdens de partij liet hij al blijken ongeveer geen enkele zet van van der Wiel te hebben zien aankomen. Ik zou hebben zitten rijden op mijn stoel. Ongeacht aan welke kant van het bord overigens.

Ik loop naar huis met een omweg. Expres. Ik ben te zwaar en moet afvallen, ik stokoude man. Het was een mooie avond. Ondanks het feit dat weer eens objectief is vastgesteld dat ik niet kan schaken. Ach, het kan geen kwaad af en toe de waarheid onder ogen te zien. Af en toe, niet te vaak natuurlijk. En met ferme tred loop ik door het aardedonkere van Tuylpark naar huis. Wanneer een ouden-van-dagenlokker mij in het park opwacht, dan zál ik ‘m toch een mep verkopen…!

 

 

Scroll naar boven