Het zuivere schaken
HET ZUIVERE SCHAKEN
Oom Petros is een kluizenaarachtige oude man die in een buitenwijk van Athene woont en zijn dagen vult met schaken en in zijn tuin werken. Hij wordt onderhouden door zijn twee jongere broers, succesvolle zakenlieden die het familiebedrijf van hun vader hebben overgenomen. Zij beschouwen Petros als een totale mislukkeling. Zo begint het verhaal van Apostolos Doxiadis over Uncle Petros and Goldbach’s Conjecture. Een boek over oom Petros queeste naar de oplossing van het vermoeden van Goldbach. Christian Goldbach, een Duits wiskundige uit de achttiende eeuw en tijdgenoot van de grote Leonhard Euler, merkte dat hij elk even getal minstens op één manier als de som van twee priemgetallen kon schrijven en vroeg zich af of dit altijd waar was. Een groot deel van zijn leven blijft oom Petros koppig hopen dat hij het bewijs voor dit vermoeden kan vinden. Dat bewijs zou een sensatie van de eerste orde zijn. Net zoals hij waarschijnlijk hoopt dat hij eens het niveau van een schaakmeester zal bereiken als hij de loop van de schaakstukken maar wat beter zou leren doorgronden. Want alleen dan heeft het leven zin. Al is het, om met professor Barendregt te spreken, van het leven ná de dood.
Is er leven na de dood? Voor schakers is dit geen vraag maar een weet. In Dresden speelde ik vorig jaar een partij waarin ik op een zeker moment de dood recht in de ogen keek. Gelukkig was de oude veerman Charon, die de gestorvenen over de Styx zet, zo vriendelijk mij weer op te willen halen uit het rijk van Hades en terug te brengen naar het rijk der levenden. Aan de overkant lachten de muzen mij alweer toe.
J. Schmitz-Jordan – J.W. Meijer (Dresden, 17-7-99)
29…. Te2 30.Kg1 Dxf3! Een mooi dameoffer. Het verleidelijke alternatief 30….Txg2 31.Kxg2 Te2 32.Kg1! Df3 wint niet. Na 33.Th7! Kg6 34.Th7h6! Kg5 35.Th1h5 is het remise door eeuwig schaak . Na 31.gxf3 Te1 32.Kh2 Te8e2 33.Kh3 Th1 volgt mat.
Deze partij was in Dresden niet de enige tijdens welke ik Hades en zijn metgezellin Moira, de schikgodin van het noodlot, van te dichtbij kon bewonderen. Bij tijd en wijle schrik ik nog steeds wakker van hetgeen ik tijdens het slot van de volgende partij meemaakte.
R. Siegmund – J.W. Meijer (Dresden, 19-7-99)
Het zal duidelijk niet lang meer duren en ik zal af moeten dalen naar het rijk van Hades. 40.Tb6 Of simpel 40.Ke2. 40…Td1 41.Tb5 Of 41.Kf2. 41.Th1 42.Ta5 Of 42.Le5. 42.Th2 De situatie is allengs minder duidelijk. 43.b4 Tg2 Of 43.f6 44.Le1 Hier won 44.Le5. 44… f6. Moedig. Maar is dit verstandig? 45.Ta7 Kh6 46.b5 Na 49.Lf2 kon wit op winst spelen. 46…Tb2 47.a4 h4 48.gxh4 gxh4 49.Lxh4 Vraagtekens schieten tekort. 49…Pf4 50…Te2 mat.
Ik dwaal af. Ik wilde het niet hebben over dit andere schaken maar over het schaken dat op wiskunde lijkt. Een van de beroemdste wiskundigen was Paul Erdös. Hij had de capaciteiten om Goldbach’s vermoeden te ontrafelen. Hij vertrok voordat hij er aan toe kwam. Wiskundigen zijn vaak zonderlingen maar hij was wel de vreemdste van allemaal. Als hij het had over iemand die dood was dan bedoelde hij dat de persoon in kwestie gestopt was met wiskunde. Vertrokken betekende dat de persoon dood was. Het enige dat een wiskundige volgens Erdös tijdens zijn leven doet is koffie omzetten in theorema’s. Lang voordat ik de Kasparov factor introduceerde bestond het Erdös getal. Wiskundigen die samen met hem een artikel geschreven hebben beroemen zich op hun Erdös getal van één. Er zijn er zeer vele. Zijn hele leven was hij onderweg. Hij verbleef dan bij vrienden die als ze de deur opendeden een man aantroffen die hen met de zinsnede ‘My brain is open!’ begroette. Eenmaal binnen gingen ze op zoek naar de diepere samenhang in de wereld van de getallen. Een vreemde man die leefde in een vreemde wereld. Als er een hemel is dan zal die ongetwijfeld een op de zuivere wiskunde gebaseerde structuur hebben. Daar zal men het zuivere schaak spelen. Ik bedoel hier natuurlijk het schaak van schaakcomponisten als Mitrofanov en Pogosiants. Niet dat andere schaken.
Dat andere schaak is grillig en onberekenbaar. Een voorbeeld uit de praktijk. In onderstaande stelling, die we na veertien zetten bereikten, is de dreiging van de zwarte stukken bijkans tastbaar. Het beste voor wit lijkt 15.Le2, 16.0-0 en 17.Tac1. Ik voelde me achter het bord bepaald ongemakkelijk. Dat was terecht. Na afloop bleek mijn tegenstander met deze variant al eens van een grootmeester gewonnen te hebben.
J.W. Meijer – H. Hoffmann (Dresden, 21-7-99)
Na tien zetten retrograde schaak waren we in onderstaande positie verzeild geraakt.
Ik overwoog 25.Lc1, 25.Lg1 en 25.Lc5 maar zag daar om diverse redenen vanaf. Hoffmann liet zien dat deze zetten na 25….Df3 26.gxf3 Lh3 mat meteen verliezen. Een variatie op Boden’s mat. Er volgde 25.Td3 Db8 en ik stond tien zetten later alsnog mat.
Ook de geschiedenis van de stad Dresden was grillig. Het is moeilijk je voor te stellen als je in het centrum rondwandelt dat het er nog niet eens zo lang geleden uit gezien moet hebben als Grozny nu. Totaal verwoest. In een nacht weggevaagd van de aardbodem. Nu is vrijwel de gehele stad herbouwd. Op een van de vrije ochtenden bezochten we het monument dat herinnert aan die fatale nacht. Een sober monument dat er ook staat voor Isolde, de muze uit de jeugd van oom Petros, die samen met haar twee dochters tijdens die fatale nacht in Dresden verbleef.
In Dresden kocht ik van de oude grootmeester Aleksey Suetin zijn boek over Tigran Petrosjan. Ik trof er de volgende oogstrelende combinatie in aan.
Tigran Petrosjan – Ludêk Pachman (Bled, 1961)
19.Dxf6! Een opzienbarend dameoffer. 19.Kxf6 20.Le5 Kg5 21.Lg7!! snijdt de terugtocht van de zwarte koning af. Zwart gaf op. Het is mat na 21….Pf5 22.f4 Kg4 23.Pe5 Kh5 24.Lf3 en ook na 21…e5 22.h4 Kh5 23.Lf3.
Slechts een doodenkele keer lukt het een schaker om kortstondig de illusie te koesteren dat ook hij zich op dit niveau bevindt. Onlangs beleefde ik zo’n moment.
J.W. Meijer (Promotie) – K.H. Braüer (Max Euwe, Hoensbroek) (Zoetermeer, 11-12-99)
26.Pxf6! Kxf6 27.d5 Kg5 28.Dg7! In het voetspoor van de oud-wereldkampioen. 28…Pf5 29.Lxf5 exf5 30.Tg3 Kf4 31.Dh6 g5 32.Tf3 mat.
Volgens de wiskundige John Nunn bestaat de gemiddelde grootmeesterpartij voor slechts zestig procent uit correcte zetten. Kasparov merkte in een interview op dat als hij in vorm is hij jaarlijks vijfenzeventig procent haalt. De perfecte schaker zou volgens John Nunn een Elo-rating van 3300 hebben. We hebben nog een zeer lange weg voor de boeg.
Hans Meijer. Uit Promotie 48-4
