Homo ludens

“Een pion even vooruit schuiven: mannen spelen vaker vals”, dat was de alarmerende kop van een artikel in het Dagblad van het Noorden een maandje geleden. Oei, daar wordt onze sport weer in diskrediet gebracht, schoot het door mij heen. Heel lang geleden werd er wel eens hardop gezegd dat de inmiddels bekende Nederlander Hans B., als actief schaker het wel eens niet zo nauw nam met de regels. Bij het snelschaken zag hij er geen been in om na het omgooien van stukken die op andere velden neer te zetten en misschien was hij ook wel in staat om à la Fred Kaps een niet met het blote oog te registreren handbeweging te maken.
Zou uit het onderzoek blijken dat zulks vaker voorkwam? Verder had ik bij het lezen de nadruk direct gelegd op “vals spelen” en dus niet op “mannen”. Kramnik die vaker naar het toilet gaat dan gemiddeld (oude truc: briefje boven op de stortbak), Topolov die op raadselachtige wijze een verbinding onderhoudt met zijn secondant (en dus met diens computer), gekker moet het niet worden dacht ik.
Ik lees verder: “Stiekem een kaart achter houden, de dobbelsteen onopvallend een extra zetje geven of een pion een plaatsje vooruit schuiven”. Aha, dobbelsteen, het gaat om spelletjes. Pionnen zijn er immers ook bij mens-erger-je niet, barricade en halma. Gelukkig, onze edele denksport blijft buiten schot.
Bijna de helft van de Nederlanders blijkt wel eens vals te spelen blijkt uit een onderzoek, genaamd de Spelende Mens van spellenfabrikant Jumbo. Deze conclusie had overigens ook wel zonder onderzoek getrokken kunnen worden. De Nederlander houdt zich zo massaal niet aan regels, dat het niet logisch is te denken dat men, eenmaal aan de huiskamertafel beland, dat gedrag verlaat.
Het wordt pas echt interessant als blijkt dat mannen vaker vals spelen dan vrouwen.
Dat wordt echter in het stukje niet verder uitgediept. Hoe zou dat komen. Zijn zij rechtschapener, minder tot alle kwaad geneigd? Zijn zij gezagsgetrouwer? Of zijn zij banger, bang om betrapt te worden? Of is het wat mijn echtgenote denkt: vrouwen zijn minder geïnteresseerd in winnen; zij spelen mee voor de gezelligheid. Zij hebben helemaal geen behoefte om vals te spelen. Als ze dat doen, is het per ongeluk, door verlies aan concentratie. Jammer is dat de volgende uitkomst geen splitsing kent in een percentage mannen en vrouwen. Want meer dan 50% van de “gedupeerde” spelers maakt geen punt van het vals spelen van de ander. Want nu weten we niet hoeveel vrouwen alleen voor de gezelligheid spelen, maar zich toch boos maken over de oneerlijkheid van een ander en hoeveel mannen wel een punt maken van de oneerlijkheid van een ander, maar zelf zonder blikken of blozen de kluit bedotten.
Nederland is nog steeds het spelletjesland bij uitstek, aldus het onderzoek. De Top drie van de Jumbo spelen? 1. Mens-erger-je-niet 2. Stratego 3. Ganzenbord. De ontwikkelingsafdeling van de fabrikanten staan steeds onder de druk om nieuwe spellen te bedenken. Het zijn vrijwel altijd variaties op bestaande spellen, die in de markt gezet worden. Uit Engeland nam ik onlangs zo’n gekunsteld nieuw product mee: “Chessword”.
De schaakstukken (geen pionnen) staan op een langwerpig bord (14 bij 8 velden) op de zwarte velden tegen over elkaar opgesteld. Op de vrije zwarte velden staan letters. Men kiest om de beurt een woord. Tijdens een schaakstrijd moet men proberen in de juiste lettervolgorde van dat woord de velden even te bezetten. Men wint door of het woord te maken of door alle stukken van de tegenstander veroverd te hebben (de koning mag ook geslagen worden). Opvallend is dat de lopers alle vier over de zwarten velden opereren.
Of het leuk is? Ik heb het nog niet beproefd, maar ik denk van wel. In de gemiddelde huiskamer zal het niet snel zijn weg vinden: de bedreven schaker is ver in het voordeel en dat ontmoedigt de anderen. Het zou geschikt kunnen zijn voor een bonte schaakavond. Zonder noeste huisvlijt komen we er echter niet. Extra borden zullen met de hand vervaardigd moeten worden! Maar dan heeft het fancy-schaak er wel een welkome variant bij!

Scroll naar boven