Juffrouw Nifterik
Juffrouw Nifterik door Manuel Nepveu
In het laatste clubblad van de afgelopen eeuw heeft een aantal van onze clubleden hun favoriete Millenniumpartij(en) aan de man gebracht en met verve. Ik wil nu wat voortborduren op het thema ‘Millenniumpartij’. Of beter gezegd, ik wil een zijpaadje bewandelen.
Eigenlijk zou ik dit stuk trouwens het liefste hebben ingeleid met één bepaald en zeer sterk lied van Robert Long. Maar helaas kan hij U niet vanaf deze pagina tegemoet zingen. Het lied gaat over een zekere juffrouw Nifterik, die haar hele leven allerwegen goed doet in stilte, die tegen vivisectie is in stil protest, die als een grijze muis haar leven bijna onmerkbaar -en alleen- leeft en idem sterft. Haar leven is als een kleine, zuivere, nauwelijks hoorbare toon binnen het lawaai van alledag.
Deze droge, al te cerebrale ‘samenvatting’ doet aan de lyriek van het lied natuurlijk geen recht. Hopelijk hoort U het lied nog eens zingen, bij voorkeur over de radio terwijl U met minstens honderd twintig over de A zoveel dendert.
Bij inspectie van de uitverkoren Millenniumpartijen bleken er enkele van de waarlijk grote partijen tussen te zitten, de partijen die je ooit moet hebben nagespeeld als je jezelf schaker wilt noemen. Anderssen- Dufresne Berlijn 1852, Zukertort-Blackburne Londen 1883, Sämisch-Nimzowitsj Kopenhagen 1923, Ivantsjoek-Sjirow Wijk aan Zee 1996. Het zijn de partijen die altijd wel weer op zullen duiken zolang het schaakspel wordt gespeeld. En met recht, want zij komen direct uit de schaakhemel. Dat zij door mensenhanden tot stand zijn gekomen is irrelevant: hun inhoud komt van godin Caïssa zelf.
Naast deze klappers zijn er ook prima partijen waarvan je evenwel kunt vermoeden dat ze op geen enkel Millenniumlijstje een plaatsje zullen krijgen. Het zijn de partijen die zeker bij een vluchtig naspelen geen geestelijke aardverschuiving teweeg brengen. Niet omdat ze niet deugen, maar omdat hun dramatiek niet onmiddellijk opvalt. Het zijn de partijen die mij doen denken aan juffrouw Nifterik, zuiver maar klein van toon. Dat wil overigens niet zeggen dat deze Nifterikjes gebaard zijn door onbetekenende schakers. Dat hoeft ganselijk niet het geval te zijn.
Bij het nadenken over mijn eigen Millenniumkeuze is de volgende partij door mij serieus overwogen. Het zou me verbazen als hele volksstammen me kwamen vertellen dat ze hem wel eens hebben gezien. Toch mag hij er zijn. Inderdaad, ook bij mij heeft hij het tenslotte moeten afleggen tegen het genadeloze fonkelen van de door mij uitverkoren ‘Zukertort-Blackburne’, maar het is en blijft een prachtige technische partij.
Smyslow – O’Kelly de Galway, Stauntontoernooi 1946 Groningen
Catalaans.
1 d4, Pf6 2 c4, e6 3 g3, d5 4 Lg2, dc4x 5 Da4+, Pbd7 6 Dc4x, c5 7 Pf3, a6 8 Dc2, cd4x 9 Pd4x, Db6
Euwe en Kmoch schrijven in het toernooiboek (ik heb een facsimile van de door Kmoch verzorgde Duitse vertaling van het oorspronkelijke ‘Staunton-wereldschaaktoernooi’) dat deze zet in ieder geval niet de oplossing van het stellingsprobleem is. Zwart bemoeilijkt de ontwikkeling van zijn damevleugel alleen maar.
10 Pb3, Lb4+ 11 Ld2, Pc5 12 0-0, Pb3x 13 Db3x, Lc5 14 Db6x, Lb6x
en nu staat de zwartveldige loper weer voor de b-pion. De druk van de witte koningsloper op b7 is nog steeds goed en voor Zwart onprettig merkbaar.
15 Pa3, Pd5 16 e4, Pe7 17 Lc3, 0-0 18 Pc4, Lc7 19 Tfd1, Pc6 20 e5!
De lange diagonaal, die na wits zestiende zet even gesloten was, wordt weer geopend. En met nog grotere kracht: Wit heeft zich in de tussentijd volledig ontwikkeld, Zwart was daartoe niet in staat.
20…, f6 21 f4, Tb8 22 Tac1, fe5x 23 Pe5x, Pe5x 24 Le5x, Le5x 25 fe5x, b5 26 Tc7, b4 27 Lh3, h6
28 Tf1!
Het tweede uitroepteken dat de heren Euwe en Kmoch uitdelen. Vertaald uit de Duits zeggen de heren: " Het is opvallend dat Wit zijn stelling voortdurend versterkt door maar te blijven ruilen. Bij iedere slagwisseling wordt de inactiviteit van Tb8 en Lc8 sterker merkbaar." Degenen die mij kennen weten dat dit commentaar naar mijn hart is.
28…,Tf1x+ 29 Kf1x, Kf8 30 Kf2, a5 31 Ta7, Tb6 32 Lg2, La6 33 b3, a4
Wanhoop, want als Zwart zich passief blijft gedragen beslist de witte koningsmars naar c5.
34 ba4x, Lc4 35 a5, Tb5 36 Tc7, La2x 37 a6, Ta5 38 a7, b3 39 a8D+, Ta8x 40 La8x, b2 41 Le4
en Zwart gaf op (1-0).
Wat mij betreft is dit genieten. Heerlijk is de fluwelen techniek waarmee de jonge Smyslow de onvolkomenheid in het plan van Zwart consequent en glashelder uitbuit.
Geen ware Millenniumpartij, maar desondanks een schoonheid!
MN
