Klein leed door Manuel Nepveu
Het zal wel bij een aantal clubleden bekend zijn: als ik een serieuze partij moet spelen, dan open ik bijna altijd met de d-pion. Het is geen wet van Meden en Perzen, maar toch.
Zoals bekend zijn er teveel openingen en varianten om fris van de lever “alles” te spelen, van 1 b4 tot 1 g4. De beperking die men zichzelf dus meestal en noodgedwongen oplegt is, dat er gekozen wordt voor een d4-repertoire of een e4-repertoire. En wat je keuze ook mag zijn, je moet nog hard werken om dan op “alles” voorbereid te zijn. Konings-Indisch, de Grünfeld, Hollands, Nimzo-Indisch, Benoni, je kan het allemaal tegen je krijgen en dit is nog maar een deel van het mogelijke arsenaal van je geachte tegenstander. Na een tijdje kom je erachter dat je bepaalde openingen of varianten wilt vermijden. Dan is het oppassen geblazen. Dan maar 1. f4, zegt de minimalist. Maar niet iedereen is een minimalist. Dan maar 1 Pf3, 2 g3, 3 Lg2, 4 0-0 zegt de aanhanger van Barcza. Maar niet iedereen wil zo mechanisch opereren.
Ik heb dus gekozen voor het naar voren jassen van de dame-pion. Als ik overzie wat zo in de laatste jaren de reactie is geweest, op toernooien en ook op de wekelijkse dinsdagavond, dan valt op dat er het meest wordt geantwoord met 1…, Pf6 of met 1…, d5. In het eerste geval is het Konings-Indisch de absolute favoriet. Je kunt de eerste paar zetten eigenlijk al opschrijven, alleen de volgorde varieert. In het tweede geval is de situatie nog eenzijdiger. Na 2 Pf3 of 2 c4, toch wel de twee beste reacties, volgt er steevast een keuze voor het Slavisch damegambiet. Er zijn tijden geweest waarin iemand die voor het Slavisch koos, bedreigd werd met royement. Nu speelt elke 1…,d5-speler als het maar even wil de Slaaf. Is daar dan een goede reden voor? Is het Slavisch superieur aan de andere mogelijkheden na 1 d4, d5? Er is een kans dat daar van “bevoegde” zijde bevestigend op wordt geantwoord…en dat de pap over een aantal jaren weer wordt opgeslobberd als een werkelijk groot schaker de mogelijkheden van de klassieke vormen van het damegambiet weer eens onder de loep neemt. Nu wordt je in elk geval tot vervelens toe met Slavische varianten bestookt.
Misschien maar eens over naar 1 e4 misschien? Maar natuurlijk krijg je dan hetzelfde verschijnsel voor je kiezen: meestal wordt het Siciliaans of Spaans of het Tweepaardenspel. Een vasthoudend legertje speelt Frans, minder talrijk zijn de Caro-Kanspelers…en er zijn wat aandoenlijke freaks die zweren bij de Aljechin. Ik zal zo verstandig wezen om niet uit de doeken te doen welke openingen ik nog eens graag zou tegenspelen. Want als ik dat doe, speel ik ze op de club geheid nooit meer. Dus er blijft klein leed over, de zoveelste Slavische partij, de zoveelste Konings-Indiër. Misschien moet ik me oprecht gaan verheugen als een druiloor de Stonewall tegen me gaat spelen…
