De column van Jean-Pierre Geelen in de Volkskrant van 11 november 2013 heeft als titel “Schaakspel” met in het raster de zin “een door en door beschaafde vrouw in de huiskamer, die ondanks alle emotie beheerst haar afgewogen verhaal wist te doen”. Wij schakers zijn er inmiddels aan gewend dat journalisten en politici het schaakspel in hun beeldspraak opvoeren. Daar kijken we niet meer van op of erger: dat valt ons niet meer op. Het gaat hier echter om de echtgenote van huisarts Tromp uit Tuitjenhorn die zegt dat haar man al heel snel in een weerloze pion in een wrang schaakspel is veranderd. Als de huisarts een pion is geworden, wie zijn de spelers in dit spel?
Ik heb de TV uitzending niet gezien en Geelen vertelt het ook niet. De inspectie? Het betrokken ziekenhuis? Voor- en tegenstanders van euthanasie? Het openbaar ministerie? Of zou het zijn dat de beeldspraak gebruikers er van uit gaan dat de stukken op het bord zelf spelen? Dan kan ik ‘weerloze pion’ begrijpen te midden van vijandige stukken die vrij uit kunnen bewegen.
Geelen lijkt daar zelf ook zo over te denken als hij spreekt over een wrang schaakspel waarin alle spelers de juiste zet meenden te doen. De huisarts heeft voor de meest vèrstrekkende en dramatische wending gekozen: hij heeft zich zelf het leven benomen vanuit de euthanasie norm “langdurig, uitzichtloos ondraaglijk lijden voorkomen”. Een drama in de ware zin van het woord.
In de zelfde periode speelde zich in Veendam een koningsdrama af. De gemeenteraad heeft zich van zijn burgemeester ontdaan door een motie van wantrouwen aan te nemen. Het is vooral een juridisch verhaal. Gemeenten en dus ook Veendam nemen deel aan samenwerkingsverbanden, gemeenschappelijke regelingen genaamd. Een daarvan is de Streekraad Oost Groningen en een andere is de Kompanjie waarin de ambtelijke diensten van Veendam en het naburige Pekela zijn ondergebracht. In december 2012 had de burgemeester, als lid van het dagelijks bestuur van de Streekraad een serie min of meer onvermijdelijke, doch formeel onbevoegd uitgevoerde uitgaven gemeld aan de gemeenteraad met daarbij de boodschap “als u het er niet mee eens bent kunt u in bezwaar gaan bij het College van Gedeputeerde staten”.
Daar zag de Raad weinig heil in, accepteerde de uitgaven maar achtte zich wel een gewaarschuwd man. In Mei 2013 deelde het dagelijks bestuur van de Kompanjie (voorzitter: de burgemeester) mede deel te nemen aan een de gemeenschappelijke regeling RUD. Ho, zei de Raad. Dat is onze bevoegdheid. Maar goed, het is een verplichte deelname, dus wij zullen dat achteraf goedkeuren. Het sein kwam echter wel op oranje te staan. Korte tijd later ging het om de deelname in een N.V., waarvan de Raad vooraf zeer nadrukkelijk zei: “dat willen wij niet”.
De burgemeester besloot echter dat naast zich neer te leggen op basis van de opvatting dat hij zienswijzen niet hoeft te honoreren en dat de Kompanjie zelfstandig kan beslissen. En dat was echt met volle snelheid door rood licht gaan. De Raad, het gekozen orgaan, hoogste orgaan van de gemeente, is van mening dat zij die bevoegdheid niet heeft gedelegeerd, en dus zal de benoemde functionaris dan het onderspit delven. En zo geschiedde na een bewogen vergadering. Als ik een schaakterm zou moeten verbinden aan deze geschiedenis, dan kies ik voor “help mat in drie zetten”.
