Lateraal denken oftewel het oliebollentoernooi

Lateraal denken oftewel het oliebollentoernooi  door Sjaak Sibbing

 

 

Zij kunnen zich in hun metier alleen staande houden als zij in staat zijn op een oorspronkelijke manier te kijken, vanuit een onorthodox standpunt zeg maar. Mensen die dit in zich hebben doen dat natuurlijk niet alleen als zij met hun vak bezig zijn.

 

Dit schreef Manuel in zijn column van 8 maart jl. over hoofdarbeiders, zoals beroepsschakers. Het is in het schaken inderdaad uiterst belangrijk een stelling opeens vanuit een totaal andere gezichthoek te bekijken. Welke schaker herkent niet het moment dat er na een scherp tactisch gevecht opeens een stelling ontstaat waar je met een klein voordeel uitkomt, maar je de overgang naar een heel ander stellingstype niet op tijd kan maken, met alle gevolgen vandien??

 

Edward de Bono heeft de term ‘Lateraal denken’ bedacht: oplossingen verzinnen vanuit een atypische aanpak. Wij Promotie-spelers worden elk jaar uitgedaagd in het laterale denken door Henk Breugem in het fameuze Oliebollentoernooi. Je moet schaken, maar dient je daarbij wel te verplaatsen in zijn gedachtekronkels.

 

Rob de Vries die als redacteur de zware taak de heeft de Promoot te vullen ‘zeurt’ me regelmatig aan mijn hoofd om ook eens een stukkie te schrijven en de verwikkelingen rondom het afgelopen oliebollentoernooi leek me wel aanleiding voor het schrijven van een stukkie … dus hierbij.

 

1e bedrijf

 

De Schepping met wit tegen Bernard.

Eerst de stukken op het bord zetten en dan gaan schaken. Ik nam eerst de tijd om een plan te maken en na enige bedenktijd ging ik van start: zo veel mogelijk velden aan de vijandelijke koning ontnemen, dus Dd6, Tg7 terwijl Bernard met Td4 en Pf5 mijn stukken ging aanvallen, na enkele zetten wilde ik mijn stukken bewaren voor later en begon met mijn pionnen een wal te bouwen: a3 en b3, resp. e3 en f3. Bernard dacht toen een goed veld voor zijn koning te vinden met het verrassende Ka1. Na Kc2 van mijn kant en het dekken van a2 ontrolde zich een matbeeld: Pd2 (dreiging Pb3 mat). Bernard wist het veld b3 nog wel onder controle te houden, maar als een van mijn laatste stukken plaatste ik een toren op f1 (Bernard had een ongedekte toren op d1) en was het in twee zetten mat.

 

2e bedrijf

 

Moerasschaak met zwart tegen Henk Noordhoek.

Dat betekent loeren op het slaan van een stuk met schaak, want dan kan het moeras twee velden verschuiven. Na voorzichtig manoeuvreren waarbij Henk zijn stukken zo veel mogelijk ‘thuis’ liet staan kwam ongeveer de volgende stelling op het bord:

 

Wit Ke1, Dd1, Ta1, Th1, Lc1, Lh5, Pg1, a2, b2, c2, g2, h4

Zwart: Kg7, Da5, Ta8, Te8, Lc8, Lh6, Pa6, a7, b7, c6, f7, h7,

Moeras: e4/d5

 

Hier had ik naar toegewerkt: slaan met dubbelschaak via Dxd2, moeras naar g2/f3 en na Kf1 (gedwongen) Dxd1 en mat.

 

Maar….. Henk sloeg de dame op d2 (gedekt door h6) en schoof daarna doodleuk het moeras terug naar g3/f4 om de dekking op te heffen!!

 

Protest!!!  Het kan toch niet gekker: eerst een onreglementaire zet doen en dan het moeras verplaatsen. Maar ja wat kun je anders van Henk verwachten? Dat is pas lateraal denken van een kat in het nauw …

 


Henk Breugem gaf geen krimp dus doorschaken en ik bereikte ook wel weer snel een gewonnen stelling tot ik vreselijk misgreep en ipv de stelling dicht te schuiven, Henk de gelegenheid gaf met een tiental seconden op zijn klok een pion met schaak te laten slaan, 1-0.

 

Een van de redenen om van dit gebeuren kond te doen in het clubblad is de theoretische discussie bij Moerasschaak: kan een onreglementaire stelling vóór verplaatsen van het moeras opgeheven worden door het verplaatsen?? Mijn opvatting: néé.

 

3e bedrijf

 

Explosieve Paard met wit tegen Jan Blankespoor.

Na Pf3, Pg5 en Pxf7 wilde Jan zich niet laten wegbluffen en sloeg met zijn koning, 1-0

 

4e bedrijf

 

Weggeefschaak met zwart tegen Willem Broekman.

Een leuke partij met wisselende kansen, waarbij hele rijen door torens opgevreten moesten worden. Willem had het op het laatst het beste gezien en met een dame meer die hij overal kon laten slaan was het uit, 1-0.

 

N.B. Het lijkt goed om je dame snel weg te geven, maar eens te meer heeft deze partij me laten zien dat dat niet per se de winnende tactiek is bij weggeefschaak.

 

5e Bedrijf

 

Janusschaak (= geen lopers op het bord, paarden mogen bewegen als paard of als loper), met wit tegen Henk Alberts.

Na 2 nullen moest ik winnen om in de race te blijven want beide Henken scoorden er lustig op los. Maar hoe in een snelschaakpartij de geroutineerde kampioen van Promotie te verschalken?

 

Wit Kg1, De4, Ta1, Tf1, Pb1, a2, b2, c3, f2, g3, h2

Zwart: Kg8, Df6, Ta8, Tf8, Pd7, a7, b7. c6, d6, f7, g7, h7

 

Dit was ongeveer de stelling: na een behoorlijk regelmatige opening waarin de paarden geen opvallende loperzetten gedaan hebben heb ik met mijn dame op e4 genomen. Die dame lijkt kwetsbaar met d5 of Te8 op komst, maar …. Dxh7 mat! Het onopvallende stuk op b1 deed zijn plicht!

 

6e bedrijf

 

En avant (= stukken mogen niet terug, dus alleen naar voren of opzij), met zwart tegen Han Baas.

Uiteindelijk trok ik aan het langste eind.

 

7e bedrijf

 

Uitsterfschaak (= altijd één exemplaar van alle diersoorten (=schaakstukken) op het bord houden, anders verlies je), met wit tegen Erik Hennink.

In een open partij werden er een paar stukken geruild, en met penningen tegen de koning en dergelijke ontstond al na een tiental zetten een stelling waar het slaan van het laatste stuk voor Erik onontkoombaar werd. Misschien dat ik het verloop met Erik nog zou kunnen reconstrueren, maar dat voert nu te ver.

 

Uitslag Oliebollentoernooi groep 1:

 

Henk N. :                                 6 uit 7

Henk A. en ondergetekende  : 5 uit 7

 

Maar uit het bovenstaande relaas begrijpt u dat ik vind dat de volgorde tussen mij en Henk Noordhoek eigenlijk andersom had moeten zijn.

 

 

Scroll naar boven