Lichtenstein

LIECHTENSTEIN 2000

LIECHTENSTEIN 2000 door Manuel Nepveu uit Promotie, 49-1

Impotent Pieces of the Game He plays

Upon the Chequer-board of Nights and Days

Hither and thither moves, and checks, and slays

And one by one back in the Closet lays.

Omar Khayyám

 

Het was al weer voor de achtste keer dat een aantal spelers van Promotie in de zomermaanden een buitenlands, internationaal toernooi bezocht. In de eerste jaren ging het om drie, vier spelers, maar in het vorige jaar waren het maar liefst acht man die internationaal succes nastreefden. Op zich een succesverhaal, zonder enige twijfel. Henk Luitjes maakte al jaren deel uit van dit verhaal.

Toen de voorbereidingen werden getroffen voor het toernooi van dit jaar wilde "iedereen" weer van de partij zijn. Alleen onze Haagse Promotiaan kon om zakelijke redenen en tot zijn spijt niet mee.

Al vrij vroeg in het seizoen waren de voorbereidingen rond.

Ergens in april kwam ik Henk tegen in de bar van de club. In zijn gebruikelijke pose, dat wil zeggen met een glas bier voor zijn neus. Uiterlijk ontspannen en met zijn gebruikelijke kalmte vertelde hij dat hij tot zijn spijt niet mee kon naar Liechtenstein. Hij moest even geopereerd worden in het Lange Land. Er was slokdarmkanker geconstateerd, maar er waren gelukkig geen uitzaaiingen. Ze waren er op tijd bij geweest. In het kort vertelde hij wat de bedoeling was van de operatie. Ed en Willem Bever, de ingenieurs van de fameuze Fabeltjeskrant, hadden het nogal mechanische verhaal niet nuchterder kunnen brengen. Grappend vertelde hij tenslotte dat zijn eega de chirurg nerveus had gevraagd of die zo’n operatie wel vaker bij de hand had gehad. We grinnikten.

Op de woensdag voor het toernooi had ik een halve dag vrij genomen. De volgende dag zou de reis naar Liechtenstein plaatsvinden. Ik realiseerde me plotseling dat de operatie van Henk al een tijdje achter de rug was -Henk had de datum genoemd – en ik durfde een telefoontje wel aan. Tot mijn schrik werd de vraag hoe het met Henk ging nadrukkelijk anders beantwoord dan ik verwacht had.

Er was helemaal geen operatie geweest. Bovendien was Henk naar Dijkzicht overgebracht.

Wat ik dacht is wel duidelijk.

Het contact met de anderen was snel gelegd en die avond gingen we op ziekenbezoek. Een reed en een ander, groot kenner van de stad Rotterdam, vertelde vlak bij het ziekenhuis hoe we een geschikte parkeergelegenheid konden bereiken. En zo kwamen we dus toch nog aan de verkeerde kant van de Maas terecht. De stemming in de auto was er een van onderdrukte hilariteit.

In het ziekenhuis, dat op deze incourante bezoektijd een lege indruk maakte, werd ons de weg gewezen door iemand die al getipt bleek te zijn over de komst van een zootje ongeregeld.

Lift, stoppen, uitstappen. Een brede gang. Voor we de kamer binnen gingen haalde ik diep adem.

Henk lag aan het infuus en was slechts weinig magerder dan gewoon. Nuchter vertelde hij hoe en wat.

Dat de onderzoeken opnieuw plaats hadden gehad. Dat men van medische zijde spaarzaam was met mededelingen. Dat hij het jammer vond dat hij niet met ons mee kon. "Volgend jaar dan maar weer" zei hij met een stalen gezicht. Wij beaamden dat. Ook met een stalen gezicht trouwens.

Zou hij op dat moment werkelijk iets anders hebben gedacht dan al die anderen in de kamer, of was het zijn manier om ons enigszins te laten ontdooien? Dat zou namelijk wel bij hem passen.

De volgende dag bracht zes man uit Zoetermeer in Liechtenstein. Zij gingen er schaken.

Over Henk werd in deze dagen zelden gerept. Ik weet dat een van hen geregeld aan hem moest denken; ik vermoed hetzelfde ten aanzien van de andere vijf.

Er werden triomfen gevierd en bittere pillen geslikt. Meesters werden vernederd of ook niet.

Bij terugkomst werd Henk met enige regelmaat door Liechtenstein-gangers en andere schakers bezocht. In bredere kring had men er inmiddels wind van gekregen dat het niet goed met hem ging. Medio juni werd Henk uit het Dijkzicht ontslagen. De medische stand zag zich genoodzaakt pas op de plaats te maken.

De zondag na zijn ontslag uit het ziekenhuis werd Henk bezocht door enkele Liechtenstein-gangers. Hoewel we wisten dat Henk geen verwoed lezer was namen we toch wat licht schaak- en leesvoer voor hem mee. Immers, wat ons direct met Henk verbond was het edele spel.

Anders dan het bezoek in het Dijkzicht was dit bezoek gewoon gezellig. Of accurater geformuleerd: ongewoon gezellig. Henk zat in een ziekenhuisbed pontificaal in de kamer. Wij Liechtenstein-gangers deden aanvankelijk wat ingehouden verslag. Maar de schroom viel. Gaandeweg passeerden talloze onderwerpen binnen en buiten het schaken de revue, koffie en koek gingen rond en Henk was gewoon aanwezig, nuchter als altijd. Familie kwam ook, als ware het de zoete inval, en je kon als naïeve toeschouwer geloven op het verjaarsfeestje aanwezig te zijn van een jarige die toevallig het bed moest houden. Alleen, toen wij ons opmaakten om weg te gaan hoorde ik zijn moeder vragen of hij nog geen zuurstoffles nodig had….

Sinds donderdag 6 juli 2000 is Henk Luitjes niet meer onder ons.

Maar de herinneringen blijven. Aan die krankzinnige partij in het Oostenrijkse Velden, bijvoorbeeld. In de sjieke ambiance van het casino. Henk, paard en pion tegen Fide-Meester en dame. Henk had geen enkel ontzag en dolde zijn op papier zoveel sterkere tegenstander. Het werd remise.

Meteen daarna gingen de lichten uit.

 

^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

In alle culturen speelt de Dood een centrale rol, ook als men hem het liefst uit het blikveld wil verbannen, zoals in onze Westerse cultuur. Overal en altijd bestaan er symbolen en uitdrukkingen die naar ’s mensen eindigheid verwijzen. Het schaakspel leent zich zeer nadrukkelijk voor zulk een allegorische verwijzing. Een van de mooiste is wel het gedicht van Omar Khayyám, hierboven weergegeven in statige Engelse vertaling.

MN

Scroll naar boven