Ludificering

In de Volkskrant van 27 november stond een interessant verhaal over de ‘ludificering’ van de cultuur. Ludificering betekent verspeelsing. De verspeelsing van de cultuur wordt zichtbaar in de opmars van computergames. Deze zijn de bioscoop in populariteit voorbij gestreefd. De neiging om allerlei zaken als een spel te zien, is ook buiten het culturele domein aanwezig. Werk moet tegenwoordig ‘fun’ zijn, een bedrijf runnen is eigenlijk een wedstrijd tegen concurrenten en handel is in het casinokapitalisme een verslavend gokspel, zoals tijdens de kredietcrisis is gebleken. ‘In onze postmoderne cultuur is speelsheid een levenslange houding geworden en de gehele wereld een spel’, aldus Jos de Mul, hoogleraar filosofie en schrijver van het artikel.
Voor de meeste schakers zijn zulke verhalen te wollig. Geef hun maar liever een pionnetje meer in een toreneindspel. Lekker concreet. Bovendien: als de cultuur speelser wordt, waarom gaan er dan steeds minder mensen schaken?
Het woord ‘ludificering’ is afgeleid van de uitdrukking ‘homo ludens’, de spelende mens, de titel van het beroemde boek van Johan Huizinga uit 1938. In de jaren zestig hebben de Amsterdamse provo’s zich met ‘ludieke aksies’ afgezet tegen de bekrompenheid en behoudzucht in de naoorlogse maatschappij. Hoewel er bij de schakers regenten zaten en de rest vrij weinig belangstelling had voor wat er in de maatschappij gebeurde, hadden ze allemaal op z’n minst een beetje sympathie voor het ludieke anarchisme van provo. Dat had ook niet anders gekund met mensen die zo verslingerd zijn aan een spel.
Voor Huizinga was de essentie van spel dat het belangeloos was, een doel op zichzelf. Hij wilde spel en ernst strikt gescheiden houden. Het voortbestaan van de cultuur hing er volgens hem van af. Ernst, dat was de serieuze wereld van arbeid en industrie waar ook de techniek bij hoorde. Spel en techniek moesten daarom ook strikt gescheiden blijven.
Dat is niet gelukt. Uit de populariteit van computergames en vele andere vormen van ontspanning en vermaak blijkt dat spel en techniek zijn samengevloeid. Logisch, want de hele samenleving is doordrenkt van technologie. Alleen relicten uit het verleden blijven ervan gevrijwaard, veilig opgeborgen in musea.
Het schaken probeert zich met alle macht aan dit lot van het technologisch ongrijpbare te onttrekken. Wij gebruiken elektronische klokken en giga-databases en wij spelen op digitale borden en op internet. Er zijn zeer vermakelijke schaakprogramma’s met fantasiestukken die elkaar met bruut geweld van het bord meppen. Toch spelen we in wezen nog steeds hetzelfde eeuwenoude schaakspel.
Computergames als de ‘World of Warcraft’ en ‘Second Life’ creëren een virtual reality waarin de spelers zich kunnen terugtrekken om aan de alledaagse zorgen en routine te ontsnappen, waar zij iemand kunnen zijn die ze graag zouden willen zijn en waar ze mensen kunt leren kennen die ze anders nooit hadden ontmoet. Het is een levende schijnwereld met weinig of geen regels en met een open eind. Zo’n virtual reality kan het schaken niet worden. Ook in het schaakspel kunnen mensen hun dagelijkse sores even vergeten, maar de regels zijn precies omschreven en als er iemand mat is gezet, is het spel afgelopen. Ik bedoel: Je kunt doen alsof je zittend op de rug van een digitaal gestuurde, vuurspuwende en gevleugelde draak met groen oplichtende radarogen en sensoren in zijn schubben na een korte ruimtereis achter de vijandelijke linies neerploft om daar dood en verderf te zaaien, maar het blijft gewoon Pe5-d7.
Is het schaakspel dan voorbestemd voor het museum?
Er zijn tekenen dat de nieuwste generaties computerspellen aan het ‘verernstigen’ zijn. In “America’s Army’ kunnen de spelers plotseling in oorlogssituaties in Bagdad of Kabul verzeild raken. In ‘Second Life’ is de commercie binnengedrongen: er zijn echte banken (ABNAMRO) waar je geld kunt lenen maar die je ook failliet kunnen laten gaan. En in China schijnen jongetjes na schooltijd levens bij elkaar te spelen die ze daarna voor echt geld aan rijke westerse gamers verkopen.
Als de computergames zo ernstig worden, ontstaat er weer behoefte aan ludificering. Dan is er weer hoop voor het schaken.

Scroll naar boven