Lourens verhaalt over zijn partij uit de wedstrijd van Promotie 1:
Mijn partij
Die begint op de 14e zet, de h-pion schrikt wakker als ik hem vertel één stapje naar voren te doen .
Hij valt nu de knol aan die zojuist heeft gedurfd mijn g-pion te slaan.
Mijn tegenstander B. uit B. doet alsof er niets aan de hand is en laat het paard staan.
Mijn pion popelt om te slaan, maar zonder naar hem te luisteren, speel ik een paard naar het centrum. B. speelt nu zijn loper en valt mijn dame aan, oeps… die had ik niet aan zien komen. Veel velden om te vluchten heeft mijn dame niet, dan er maar iets tussen zetten, zijn mijn eerste gedachten. Mijn h-pion denkt daar echter anders over, zachtjes fluistert hij in mijn oor dat ik die dame helemaal niet nodig heb, en of hij nu eindelijk dat paard mag slaan. Dan zie ik het ook, als B. miin dame slaat, heb ik mat in twee!! Dus snel het paard slaan en even een blik in de richting van B. die nu een loper offert om niet mat te gaan.
Na 17 zetten sta ik 2 stukken voor, hij zal nu toch wel opgeven? Tot grote vreugde van mijn pion gaat hij door.
Zet 14: gaat naar h3
Zet 16: slaat paard op g4
Zet 18: slaat loper op f5
Zet 19: slaat pion op g6
Zet 20: slaat pion op h7 met schaak
Zet 21: B., met zijn koning op h8, dreigt nu mede door de witte pion op h7 mat te gaan en geeft op.
