Nationalistische ratrace

De Schaakbond heeft een bescheiden protest laten horen tegen de korting op de subsidie van NOC*NSF. Andere bonden, zoals de basketballers, judoka’s, ijshockeyers en badmintonners trokken veel krachtiger van leer.
Op de televisie vertelde een jongeman, die zich sportmarketeer noemde, dat de afvallers niet moesten zeuren. De succesvolle bonden bieden het beste product en krijgen dus de meeste subsidie. NOC*NSF spreekt van een efficiënte inzet van middelen. De vraag is dan wat het rendement is van topsport.

Het NOC*NSF meet het rendement af aan het aantal Olympische medailles dat Nederlandse sporters winnen in vergelijking met andere landen. De Olympische Spelen worden één grote landencompetitie. In de vorige eeuw staken de Sovjet Unie en de DDR grote sommen geld in de sport om in de internationale arena hun suprematie te bewijzen. Het Westen veroordeelde het Oost-Europese staatsamateurisme, hoewel de Verenigde Staten het systeem op slinkse wijze trachtten te kopiëren. Nu nemen wij deze methode over.

Uit onderzoek is gebleken dat Nederlanders trots zijn op sportsuccessen van landgenoten. Topsport versterkt de saamhorigheid en integratie. Het vergroot daardoor per definitie de afstand tot andere landen, want dat zijn de tegenstanders die overwonnen moeten worden. De les die we van de DDR hebben geleerd is dat georganiseerd dopinggebruik de voor de hand liggende volgende stap is.

De schakers hoeven niet mee te doen aan deze nationalistische ratrace. Daar mogen we blij om zijn. 

Scroll naar boven