artikelen vanm sv Promotie
Oberwart III door Manuel Nepveu
2003, 2004. Drie keer Oberwart. Drie keer bezocht door Promotiaanse toernooitijgers. Wat valt er over het plaatsje Oberwart nog te vertellen? Niets nieuws. En over de omgeving?
Burg Güssing, dat ooit in handen was van de adellijke Hongaarse familie Batthyany, werd evenals drie jaar geleden bezocht. Nog steeds domineert het kasteel schilderachtig de directe omgeving. De klim erheen was nog even vermoeiend voor de zwaarlijvigen onder de tijgers, de toren nog even schitterend. Het borstbeeld van Hugo de Groot stond er nog steeds en ook het prentje waar op staat afgebeeld hoe je met politieke tegenstanders dient om te gaan (spiesen en hangen) hing nog ter leringhe ende vermaeck aan de muur. Voor het eerst werd door de tijgers ook het vredesmuseum in BurgSchlaining in het culturele ochtendprogramma opgenomen. Gelukkig stond er enige folterapparatuur opgesteld, want anders was ik echt in slaap gevallen. Een vredesmuseum, hoe verzinnen ze het! Het laatste programmapunt was een bezoek aan het Hongaarse stadje Köszeg. Hier moeten in de maand augustus van 1532 heldhaftige daden zijn verricht tegen de Turken. Negentien maal binnen drie(!) weken bestormden de Turken de burcht en even zo vele malen dropen zij met bebloede koppen af. De burcht heeft er toen stellig veel en veel indrukwekkender uitgezien, want wat we nu zagen was drie keer niks. Köszeg in zijn geheel is trouwens drie keer niks. Maar dat gold niet voor de schitterende Hongaarse bij wie we taartjes gingen eten…
Ons tijgerhol was hetzelfde als vorig jaar, een keurig pension in het extreem gezapige Bad Tatzmannsdorf, waar het om tien uur ’s avonds rustig moet zijn. Tenslotte moeten de gewaardeerde kurgasten van een lange nachtrust kunnen genieten. De pensionhoudster was niets veranderd: nog steeds even hartelijk en nog steeds even “geschwätzig”. Willem valt wel voor zulke oma’s. Zij bereidde ons tot tweemaal toe vol toewijding een maaltijd in het kader van een “Mostschenke”. De Mostschenke is een lokaal gebruik waarbij lichtalcoholische appelwijn geserveerd wordt aan iedereen die maar langs wil komen, meestal buren en kennissen. Je kunt je voorstellen dat zoiets een ware happening is in een plaatsje van dertienhonderd inwoners, waar iedereen iedereen kent en waar nooit iets gebeurt. Het brood en het beleg dat op tafel kwam liet zien dat we in Burgenland met een hardwerkende no-nonsense bevolking te maken hebben: alles calorierijk en alles zonder de geringste verfijning. Kaantjes, reuzel, smullen maar!
Een leerzame observatie, opgedaan tijdens de tweede maaltijd, wil ik volgaarne met U delen. Het is opvallend hoe weinig sommige lieden vooruit kunnen of willen denken wanneer er alcohol in het geding is. Op de avond voor de thuisreis werden we voor de tweede maal gefêteerd door de gastvrouw. De enige twee Oberwartgangers met een rijbewijs op zak bleken geen maat te kunnen houden met het alcoholgebruik. Een van hen liet zich zo ongeveer dronken voeren door de heer des huizes. In de kamer naast mij hoorde ik die nacht tot twee keer toe de muzikale protestacties van een maag. Het kwaad strafte zichzelf. Ik lachte in mijn vuistje.
Tijdens de maaltijden waren er de nodige hoogstaande discussies. Het is goed om daar toch maar eens even op in te gaan. Ik zal de hoofdpunten een voor een afhandelen.
1) Tijdens ons uitstapje naar Köszeg waren de douaniers uiterst wantrouwend geweest. Onze passen werden gespeld en er werden door de overheidsdienaren de nodige blikken in de auto geworpen. Wat was dit voor een raar kwintet? Geen vrouwen te bekennen in de auto en zo. Voor ons Oberwartgangers was de hamvraag wat de douaniers nu precies dachten. Ik opperde schuchter (U kent mij) een mogelijkheid. Van het een kwam uiteindelijk het ander en Broekman kwam met de interessante these dat homo-erotische geaardheid onder schakers juist significant minder gangbaar zou zijn dan onder de rest van de bevolking. Bij het gemeenschappelijk scannen van het grootmeestergilde kwam er niet een enkele naam bovendrijven van een GHM (Groot Homomeester). Vanzelfsprekend hebben we toen ook onze vereniging wat dit betreft maar even in kaart gebracht en veel verder dan een paar mogelijke kandidaten zijn we niet gekomen. Dringend verzoek aan U allen: wil iedereen met een homo-erotische geaardheid zich ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek even melden bij Broekman of bij mij? Uw informatie zal discreet behandeld worden. Althans door Broekman.
2) Een ander buitengewoon interessant en moeilijk thema was het volgende. Wat wisten we over de uitstraling van een aardappel? Er werd ooit van iemand gezegd dat hij de uitstraling van een aardappel bezat. Persoonlijk dacht ik dat we maar eens in het infrarood moesten gaan kijken, maar ik schijn de vraag verkeerd begrepen te hebben. Dringend verzoek aan U allen: wil iedereen die uit praktische ervaring iets meer weet over de uitstraling van een aardappel zich melden bij Broekman of bij mij? Uw bijdrage wordt met spanning tegemoet gezien.
3) Bij veel schakers zit een steekje los. Op de schaal van één (volledig geschuffeld) tot tien (volledig normaal) kwam Broekman tot het oordeel dat Gerhard een 8 scoorde, hijzelf een 7, Henk en Bernard een 4 en ik een 3. Ik kan het hier in grote lijnen wel mee eens zijn. Dringend verzoek aan U allen: wil iedereen die denkt dat hij lager scoort dan een 3 zich bij Broekman of bij mij melden? Dan zullen we nog wel eens zien!
En nu naar de core-business. Schaken. De zesentwintigste editie van het toernooi kende uiteindelijk meer dan 250 deelnemers, waarvan meer dan de helft “gekwalificeerd” was, dat wil zeggen in het bezit van een internationale Elo-rating.Vijf Promotiespelers deden mee.
Bernard Bannink, Henk Noordhoek, Willem Broekman, Manuel Nepveu en Gerhard Eggink.
Zo stonden de heren in de einduitslag.
Henk Noordhoek, Gerhard Eggink, Bernard Bannink, Manuel Nepveu en Willem Broekman.
Zo luidt daarentegen mijn hoogst persoonlijke, subjectieve prestatie-klassement.
Henk steeg boven zichzelf uit en eindigde op een veel hogere plaats dan de kenners hadden verwacht. Bovendien won hij 15 internationale ratingpunten. Dat is veel in één toernooi.
Toen hij in de eerste ronde niet over een jochie met een rating van 1400 heen kon walsen, werd dit door mij gezien als de opmaat tot een toernooi vol vrolijk leedvermaak. Heel gemeen en vooral verkeerd gezien. Hoe hij het voor elkaar kreeg, kreeg hij het voor elkaar, in de resterende ronden scoorde hij er lustig op los. Hij moest wel even een migraineaanval doorstaan, die zijn geplande partij met de bekende Oostenrijkse IM Georg Danner gans en al onmogelijk maakte. Maar de volgende dag ging het alweer prima, iets dat niet vanzelf spreekt. Voor zijn prestatie kreeg hij terecht een vette ratingprijs, waarvan getrakteerd zou worden. Dat laatste moet alleen nog steeds gebeuren. Terwijl ik dit schrijf zie ik trouwens de mogelijkheid dat hij bij Corus expres vier maal heeft verloren om zijn rating onder de 2100 te krijgen en zo hier toe te slaan. Ver gezocht? U kent controlefreak Henk toch wel?
Gerhard in het verleden goed in het krijgen van klapjes op internationale toernooien, speelde zodanig dat hij in totaal zes gekwalificeerde tegenstanders mocht bevechten. Samen met een resultaat in Andorra, twee jaar geleden behaald, is dit goed voor een glorieuze intrede in de internationale ratinglijst. En als zijn killersinstinct wat groter was geweest en hij ook kleine meisjes gewoon zou meppen, zou die intrede nog mooier hebben kunnen zijn.
Bernard hield twee IM’s op remise en verloor tegen twee anderen. Hij won ratingpunten door af en toe bij het ontbijt een paar 2100-spelers te verslaan. Hij komt nu toch wel akelig dicht bij de FM-norm van 2300. Maar de bijpassende sterkte heeft hij natuurlijk allang. Sterker nog, zijn internationale getalletje is al vele jaren te laag. Eigenlijk stonden we geen van allen van zijn prestaties te kijken. We zijn er inmiddels wel aan gewend dat hij titelhouders op remise houdt of zelfs verslaat. Uiteraard kreeg hij een geldprijsje.De analyses na de partij zijn in aanwezigheid van Bernard maar een gedeeltelijk genoegen. Hij ziet alles sneller dan de anderen en meestal beter. Dat is altijd leerzaam, maar niet altijd even prettig. Wanneer hij ongelijk heeft probeert hij dat zo lang mogelijk te maskeren door ingewikkelde varianten uit de hoge hoed te toveren. Dat lukt frustrerend vaak. Bij een analyse op een zonnig terrasje voelde grootmeester Cvitan vanaf een naburig tafeltje zich geroepen even in te grijpen. Baas boven baas.
Willem moest in het begin van het toernooi drie maal tegen jonge gastjes aantreden die beter speelden dan hun nationale rating deed vermoeden. Dat was verleden jaar al zo en nu weer. Hij kwam ditmaal zelfs niet verder dan drie remises tegen dit kleine gespuis. In de vierde ronde moest hij tegen Gerhard. Weer remise. Het is de enige partij die niet na afloop is geanalyseerd door het collectief. Het was dan ook geen echte partij, als U begrijpt wat ik bedoel. Bij iedere nieuwe indeling begon zijn gezicht meer op dat van een oorwurm te lijken. Uiteindelijk mocht hij dan toch tegen volwassen tegenstanders. Hij won een aantal malen, later zowaar toch ook nog een keer van een klein jongetje. Zijn enige gekwalificeerde tegenstander in dit toernooi bezorgde hem zijn enige verliespartij…
Ikzelf had na afloop van dit toernooi het gevoel dat ik wel vaker heb: …mwah. Met een uitzondering namen al mijn winstpartijen slechts 21-23 zetten in beslag. En daarvoor kom je natuurlijk niet naar Oberwart… Ik verloor twee keer van een FM, een keer van een IM en won een keer van iemand met een meelijwekkende internationale rating. (Deze wat oudere man baalde ontzettend van het bezit van die rating, want die belemmerde hem bij het winnen van ratingprijzen!) Tegen de FM’s had ik bepaald niet het idee qua inzicht kansloos te zijn. Het verlies was in beide gevallen te wijten aan een mengeling van ongeduld en onnauwkeurigheid in de openingsfase. De IM daarentegen buitte in zijn partij tegen mij een openingsfout krachtig uit: IM Zsinka begreep duidelijk meer van het spel dan de FM’s Sandhu en Wiley en natuurlijk meer dan ik. Mijn allergrootste fout tegen hem was wel dat ik weer eens teveel respect toonde, een fout waar ik toch wel gevoelig voor ben. Zsinka speelde tegen mij met Wit: 1 d4, Pf6 2 c4, e6 3 Pc3, Lb4 4 e3, b6 5 Ld3, Lb7 6 Pge2!? Ergens op de achterste rij van mijn geheugencellen ging de telefoon. “Niet bijzonder goed”, werd me gemeld. Maar ondanks dit telefoontje durfde ik de pion niet te nemen. Zsinka zou hier vast wel het nodige van weten. Dat was inderdaad waar, zoals ik na de partij mocht vernemen. Toch denk ik dat aanname van dit pionoffer verreweg mijn beste kans was geweest. Gewoon in de denktank gaan en je opponent niet geloven. Na het dus niet door mij gespeelde 6…,Lg2x 7 Tg1, Le4 8 Le4x, Pe4x staat Zwart prettig (9 Tg7x, Pf2x!). Ik vind het veelzeggend dat de hele variant in Kasparovs BCO2 niet eens een opmerking in de kantlijn waardig gekeurd wordt….
Mijn ellendige lafheid om niet op dit fraais in te gaan werd bestraft, want na een”rechtlijnige” misgreep in een stelling die veel moeilijker was om te spelen dan wat ik zojuist liet zien, kon ik snel inpakken.
Gerhard en ik werden tegen elkaar ingedeeld in ronde acht. Ik, rechtlijnige, ben absoluut niet gediend van het soort afspraakjes waar Willem en Gerhard zich enige ronden eerder aan bezondigd hadden. Ik ging er gewoon voor. Er was ook niemand die daaraan twijfelde, Gerhard al helemaal niet. De pluspion kwam er. Maar omdat Gerhard uiterst geconcentreerd bleef spelen en zich terecht realiseerde dat de vrijpion in kwestie nog lang geen dame was, kwam de winst er uiteindelijk niet. Ik baalde niet overmatig, zoals twee jaar geleden…
In de laatste ronde, die als vanouds in het toernooi te Oberwart om negen uur ’s ochtends begon, kreeg ik de persoon te bestrijden tegen wie ik in 2003 mijn toernooi grondig had verknoeid. Ach, nu had ik de mogelijkheid de score recht te trekken. De partij duurde eenentwintig zetten: een kennelijk onbedoelde openingsfinesse van mijn tegenstander werkte in zijn handen als een boemerang.
Martin Murlatsis III – MN
1 e4, e6 2 d4, d5 3 Pc3, Lb4 4 e5, Pe7 5 Dg4!?, c5 6 a3, Da5! 7 Ld2, cd4x 8 Dd4x, Pbc6 9 Lb5, Lc3x 10 Lc6x+, Pc6x 11 Dc3x, Dc3x+ 12 Lc3x, d4 13 Ld2, Pe5x 14 Lf4, Pg6 15 Ld6?, e5! 16 Pf3, f6 17 0-0, Lg4 18 Pd2 (jawel!), Kd7 19 Lb4, a5 20 Lc5, Kc6 21 f3, Le6 (0-1)
Ben Ahlers sprak afgelopen seizoen in een artikeltje in ons clubblad de hoop uit dat ik enkele mooie Winawers uit Oberwart mee terug zou nemen. Ik vrees dat hij iets anders bedoelde dan deze “vette grijnspartij”…
