(JL) In deze competitie (HSB 2A) zijn er 3 teams (DSC 8, Voorburg 2 & Rijswijk 3) welke onderling uitmaken wie er 1e, 2e en 3e worden. Van de rest wordt met gemak gewonnen.
Onderin zijn er 2 teams (DCSV 1 & Botwinnik 3) met 1 matchpunt, hetgeen zij alleen te danken hebben aan hun onderlinge remise. H4 heeft van beide gewonnen en staat nu, met nog slechts 1 wedstrijdronde te gaan, veilig met 4 matchpunten.
De nieuwe, mooie locatie van DSC midden in Delft, is minder als je niet 100% mobiel bent.
|
Rating |
Rating |
||||
|
2195 |
1915 |
½ – ½ |
|||
|
1660 |
1748 |
1 – 0 |
|||
|
1688 |
1722 |
½ – ½ |
|||
|
1701 |
1626 |
0 – 1 |
|||
|
1720 |
1646 |
1 – 0 |
|||
|
0 |
1561 |
1 – 0 |
|||
|
1630 |
1599 |
1 – 0 |
|||
|
1691 |
1230 |
1 – 0 |
|||
|
Gemiddelde Rating: |
1755 |
Gemiddelde Rating: |
1631 |
6-2 |
John aan bord 1:
Een pion buitgemaakt in het middenspel. De pluspion netjes meegenomen naar het eindspel T+4p vs T+3p. Het is dan wel vervelend dat een goede speler (2195) precies weet hoe hij een toren-eindspel moet behandelen. Op de 50ste zet kwamen wij remise overeen. Fritz vond het al 20 zetten eerder helemaal niks.
Jo aan bord 2:
Na in de opening onnodig een pion te zijn kwijtgeraakt, speelde mijn tegenstander dit heel beheerst, geen kansen weggevend, uit.
Frans aan bord 3:
Mijn tegenstander speelde een -voor mij-onbekend systeem tegen de d4 opening, met versneld Ld7. Omdat hij de rokade lang uitstelde had ik in het centrum sneller mijn pionnen kunnen (en moeten) opspelen. Er ontstond na rokade en dameruil een evenwichtige stelling, waarna we tot remise besloten.
Rob aan bord 4:
Ik speelde met zwart tegen een speler met rating 1701, die tot nu toe in DSC 8 een score van 2 uit 2 had. In de diagramstelling (die volgens Lichess de waardering +3 heeft) had wit 14. f2-f4 gespeeld. Zwart beantwoordde dit met 14. … Peg4, waarop wit de paardvork op e3 verhinderde met 15. Te1. Zwart reageerde hierop met de “rustige” zet 15. Dc7; waardering nog steeds +3. Wit zag het gevaar niet, en speelde 16. h3??, waarmee de waardering omsloeg naar -7,2! Hij had verwacht dat zwart het paard van g4 naar h6 zou spelen, en zat behoorlijk verbijsterd te kijken na 16. … Db6+. Hij kon nu kiezen tussen Kh1 met dameverlies (paardvork) en Kf1 met direct mat. Hij zag de vork, speelde ”dus” 17. Kf1, en was zo mogelijk nog meer verbijsterd na 17. … Df2#.
Wel prettig trouwens dat de drie stukken die het schaak van Db6 door tussenplaatsing zouden kunnen opheffen alle drie ongedekt zouden staan en dus met opnieuw schaak zouden worden geslagen.

Pieter aan bord 5:
Als invaller wil je minimaal remise halen, maar ik heb het verprutst. Na 13 zetten te hebben gebouwd aan een prima (gelijkwaardige) stelling, lette ik niet op mogelijke tactische ingrepen. Ik zetten twee torens in het verlengde op een diagonaal, zodat één een prooi werd van een loper. Er ontstond dus kwaliteitsverlies en bovendien een dubbele toren op een open d-lijn. Fritz: -2.75. De rest van de tijd zonder succes trucjes bedacht. Ik lig er nog wakker van.
Chris aan bord 6:
Na damegambiet richtte wit zijn pijlen eerst op h7. Toen dat op een voortreffelijke wijze door zwart was gepareerd, concentreerde wit zich vervolgens op het centrum. Dit kostte zwart een pion. De partij balanceerde vervolgens tussen het verlies van de tweede en derde pion van zwart en mat van wit op de achterste lijn. Wit stond positioneel wat gunstiger voor een doeltreffende wisseling van verdedigen en aanvallen. Dit leverde uiteindelijk de winst voor wit op.
Dolf aan bord 8:
Mijn tegenstander, rating 1691, opende met wit d2-d4, gevolgd door Lf4, Pf3, e3 en c4, de Londen opening. Ik antwoordde met respectievelijk Pf6, d5, Pc6, h6 en Le6. Hierop volgde een gelijk opgaande partij, tot zet 19 vond alleen een loperruil plaats. Op zet 19 sloeg mijn tegenstander met zijn loper mijn pion h6, hierbij offerde hij zijn loper op, maar verzwakte hierdoor wel mijn koningsvleugel, we hadden beiden reeds kort gerokeerd. Hij bracht zijn torens in stelling, gericht op mijn koningsvleugel, maar ik kon dit nog goed pareren. Gevaarlijker werd het toen hij zijn paard ook mede in stelling bracht op g4. Hij werkte duidelijk richting mat, doch met mijn Dame inmiddels op a4 en toren op f5, beide met een vrije lijn naar rij 1, met zijn koning op g1, kon ik de aanval op zijn koning openen met Dd1, waarbij de koning enkel kon uitwijken naar h2, met mijnerzijds als volgende geplande stap d5 en vervolgens Tf1, doch mijn tegenstander had voor zijn schaakmatopbouw net één zet voorsprong, op zet 35 gaf ik dan ook op na een voor beide partijen mooie en enerverende partij. Ondanks mijn verlies kijk ik toch tevreden terug na dit duel tegen een speler die qua rating ver boven mij staat.
