Puur door Manuel Nepveu
Ik neem U even mee naar 25 november j.l. In Bonn, de stad die aangename herinneringen bij mij oproept, spelen computerprogramma Deep Fritz en Wladimir Kramnik hun eerste partij. In een Catalaanse opening bereikt de menselijke wereldkampioen een miniem voordeeltje: hij verzwakt het pionnenskelet rond de zwarte koning. Heel snel verdwijnen alle stukken van het bord, behalve een paard en een loper. We kunnen man en paard noemen: Kramnik en zijn koningsros. Het wordt rond de dertigste zet duidelijk dat Kramnik een serieuze winstpoging kan doen. Remise is echter het resultaat, maar niet dan nadat in het eindspel loper en paard hun respectievelijke karakter hebben laten zien. In deze partij openbaren de verschillen zich weer eens duidelijk. Korte dracht tegen lange-baanwerk, monochromatische beperking tegen veelkleurigheid. U begrijpt het.
Afgezien van het feit dat het een verstandige keuze is om niet met rekenbeesten te concurreren op het gebied van de complicaties, de door Kramnik gekozen opzet levert ook nog eens subtiel schaak op: klein voordeeltje pakken, eindspel in, punt pakken (hopelijk).
In het ACT toernooi van dit jaar werd ik in de derde ronde ingedeeld tegen een persoon die ik op rating moest kunnen verschalken. De opening was voor mij, maar mijn tegenstander was niet van plan om met de pootjes omhoog te gaan liggen. In het middenspel nam ik als gevolg daarvan risico’s die een sterkere tegenstander wellicht had afgestraft. Uiteindelijk kon ik echter het bevrijdende eindspel in. Na 54 zetten was de volgende stand op het bord gekomen.
|
Wit: Nepveu Zwart: Oosthout
|
Kort voor deze positie had ik twee volle boeren meer gehad, maar de stukken van de tegenstander hadden mij er effectief aan gehinderd om daar voortvarend gebruik van te maken. Ik zag, dat ik in het bovenstaande eindspel weliswaar mijn plusmateriaal zou (kunnen) verliezen, maar dat de pluspunten van de loper veel zwaarder wogen dan die van het paard. De partij ging als volgt verder.
55 g4, Pd4+ 56 Ke3, Pe6 57 Ld3, b4 58 La6x, b3 59 Ld3, Pc5 60 Lb1 Het grappige is dat de twee verbonden vrijpionnen nu op eigen houtje verder kunnen, dankzij de loper op b1 en het feit dat er ook nog een lief klein ding op a5 staat, waardoor het ros niets vermag.
|
60…, b2 61 g5, Ke6 62 h6, Kf7 63 g6+, Kf6 64 g7 (1-0).
Tijdens de partij was ik verbaasd over zwarts zet 57…,b4. Een meer voor de hand liggende optie zien we in de door mij geanticipeerde Variant 1: 57…,Kf6 58 h6, Pg5 59 Lb5x!, ab5x en wit gaat over naar een eindspel waarin het van nature langzame paard voor een te zware opgave komt te staan: 60 a6, Pe6 61 a7, Pc7 62 g5+, Kg6 63 Kd4, Kh7 64 Kc5, Kg6 65 Kc6 Als het paard wijkt valt de pion, terwijl .., b4 zwart na Kc7x en a8D eveneens kansloos laat.
Zwart had al op zet 55 een andere weg kunnen inslaan en het materiële evenwicht kunnen herstellen. Grappig genoeg blijkt juist dit supersnel te verliezen, want het paard staat te ver van het strijdtoneel en de koning-alleen blijkt in de strijd met loper en twee boeren een beklagenswaardige clown. Zo had het kunnen gaan: Variant 2: 55…,Pa5x 56 h6, Kf6 57 Le8(!), Pc4 58 g5+, Kg5x 59 h7 en wint.
De voorafgegane partij heeft me geen goed gevoel gegeven, maar het eindspel……

