Rede bij de benoeming van Manuel Nepveu tot erelid van Promotie door Ruurd Kunnen
Manuel,
Jij bent 20 jaar redacteur van het clubblad geweest en dat willen wij niet ongemerkt voorbij laten gaan. In het bestuur hebben we ons afgevraagd of jij in aanmerking komt voor het erelidmaatschap van de vereniging. Er waren bedenkingen. Promotie heeft negen ereleden en het instituut dreigt te devalueren. Bovendien was de penningmeester tegen. Dat was jammer. Om de zaak inhoudelijk te kunnen beoordelen, had ik al enkele voorbereidende activiteiten verricht. In de eerste plaats was dat een onderzoek naar jouw redacteurschap. Stelde dat nou echt zoveel voor? Het resultaat staat in het jubileumnummer van de Promoot. Je hebt een rijk oeuvre gecreëerd en je bent ontegenzeggelijk de meest gelezen en populairste scribent van Promotie.
Ik heb ook een antecedentenonderzoek gedaan. Daarbij kwamen opmerkelijke zaken aan het licht die jou waarschijnlijk allang bekend zijn, maar die op deze plaats niet onvermeld mogen blijven. Uit tijdgebrek kan ik niet alles vertellen. De romans van Luc Durtain, pseudoniem van André Nepveu, laat ik onbesproken. Evenmin ga ik in op het historische oeuvre van Jan Ignatius Daniel Nepveu (1810-1887) en de historisch-juridische dissertatie van Laurent Jean Nepveu uit 1832. Ook zie ik ervan af om de vrijzinnige theologische geschriften van Robert Marie Nepveu te behandelen, hoe interessant die waarschijnlijk ook zijn. De verleiding is groot om iets te zeggen over je illustere voorouder Jean Nepveu, gouverneur van Suriname in de tweede helft van de 18e eeuw, maar ik laat deze man voor wat hij was. We houden het vanavond gezellig. Zijn kleinzoon Charles Nepveu die leefde van 1791 tot 1871, mag echter niet onbesproken blijven. Jij lijkt op hem.
Charles was een vechtersbaas. Hij deed mee aan de Russische veldtocht van Napoleon, vocht tegen de Britse invasie in Walcheren, vertoonde “vuur, ijver, koelbloedigheid en moed” in de slag bij Waterloo, vocht in 1830 tegen opstandelingen in de straten van Brussel en was een jaar later officier tijdens de Tiendaagse veldtocht. Hij werd een van de hoogste militairen van Nederland en leidde de legers te velde zoals jij ze op de 64 velden leidt. Wat jou ook zal bevallen, Manuel, is dat hij een reglement voor de krijgstucht heeft opgesteld. Deze Charles Nepveu werd adjudant in buitengewone dienst van koning Willem II. Hij was opgevallen door zijn diplomatieke gaven, talenkennis en hoffelijk gedrag (het kan dus wel!) en werd naar Europese vorstenhoven gestuurd om felicitaties en (zeer karakteristiek) condoléances over te brengen. In het revolutiejaar 1848 werd hij minister van oorlog in het eerste kabinet van Nederland, het kabinet Schimmelpenninck. In datzelfde jaar trad hij alweer af omdat hij het niet eens was met de concept-grondwet van Thorbecke. Charles Nepveu was een conservatieve monarchist, een anti-democraat en behoudender dan de koning. Hij kon goed met de pen overweg. Aarzelde een ministerie of de volksvertegenwoordiging in te stemmen met Nepveus ideeën, dan zocht hij de publiciteit via brochures of vlugschriften, waarin zijn tegenstanders bloemrijk werden afgeschilderd als onverantwoordelijke lieden die Koning en vaderland in gevaar brachten. Een echte Nepveu! In 1849 werd hij in de adelstand verheven. Dat zijn indrukwekkende antecedenten, maar hebben Nepveus ooit iets voor het schaakspel betekend? Dat is de kernvraag en het antwoord is: Jawel!
In de 19e eeuw was in Parijs de libraire A. Nepveu gevestigd in de Passage des Panorama’s. Deze boekhandel/uitgeverij gaf in 1814 een boek uit met de titel
Scènes du Nord, ou Choix de quatorze estampes : représentant des traîneaux, des voitures, des cavaliers, l’intérieur des tentes de Kalmouks, les amusément sur la glace, etc. / d’après les dessins originaux de M. Sawereyd, peintre Russe; avec un texte explicatif. Hierin op pagina 46-49: Kalmouks jouant aux échecs met gravure.
Ver voor de geboorte van Kirsan Iljoemshinov wist men in de familie Nepveu reeds dat er in Kalmukkië veel en goed werd geschaakt. In de antropologische beschouwing die bij de afbeelding is gevoegd lezen wij dat Kalmukse kinderen al op zeer jonge leeftijd begonnen met roken. Voortdurend hebben ze een pijp in hun hand of in hun mond. Het Kalmukse schaakspel was gecompliceerder dan het westerse. De dame mocht ook springen als een paard, terwijl paarden niet tegelijkertijd de koning en de dame van de tegenpartij mochten aanvallen.
Ook de Nederlandse tak van de familie Nepveu was in schaken geïnteresseerd.
In 1860 verscheen het artikel “Het schaakspel in Nederland tot het einde der XVIe eeuw”, geschreven door J. Nepveu (de historicus?) (Algemene Konst- en Letterbode, 72e jaargang no.’s 52 en 53, 22 en 29 december 1860). Deze Nepveu heeft aan de hand van bekende handschriften de schaakgeschiedenis onderzocht en kwam tot de conclusie dat er in vergelijking met andere landen weinig over bekend was en hij spoorde anderen aan tot nadere studie.Uit deze feiten blijkt dat het schaken diep geworteld is in het geslacht Nepveu, evenals een wetenschappelijke traditie en een strijdlustige literaire instelling. Het erelidmaatschap zal zeker niet devalueren als iemand van deze familie tot het selecte kringetje wordt toegelaten. Integendeel, de titel zal slechts in waarde toenemen en de ereleden die er al zijn, zullen slechts profiteren van de nieuweling onder hen.
Manuel, jouw verdiensten voor Promotie zijn groot. Je bent 20 jaar redacteur van het clubblad geweest en nu ben je ook al weer vier jaar columnist van de website. Promotie kan altijd een beroep op je doen. Je bent bereid om zaterdagmiddagen op te offeren om in Naam van Promotie op de markt te schaken tegen toevallige passanten en te zeggen dat je een Beer bent. Je was niet te beroerd om vele partijtjes met Leen van de Meeberg te spelen. Met eindeloos geduld kun je zwakkere spelers de beginselen van het positiespel uitleggen en zelfs de meest eigenwijze guppen luisteren wel eens naar die wijze lessen. Jouw liefde voor het schaakspel is onmetelijk, zowel je woede na pijnlijk verlies, als je vreugde na een mooie winstpartij. Je enthousiasme werkt aanstekelijk.
Het Bestuur heeft daarom na ampel beraad gemeend om jou te moeten benoemen tot erelid.
Wij hebben de penningmeester kunnen overtuigen met het argument dat iemand met het statuur van het geslacht Nepveu het financiële verlies van een contribuerend lid hoogstwaarschijnlijk ruimschoots door middel van een gulle jaarlijkse donatie zal vergoeden. Dat argument was zo overtuigend dat wij zelfs een cadeautje voor je mochten kopen. Een sigaar uit eigen doos, hoewel …. Aanvankelijk is gepoogd een Echte Cubaanse Sigaar aan te schaffen, en vanuit het principe dat het een Passende Sigaar moest zijn kon de keus alleen op de zogenaamde “Torpedo” van Montecristo vallen. Er was slechts één probleem: Zie in Zoetermeer maar eens aan een Echte Cubaanse Sigaar te komen, waarvan de tabak zoals algemeen bekend uit de baard van Fidel Castro zelve afkomstig is… Dat lukt je niet in een stad die geldt als bolwerk van de VVD en Hilbrand Nawijn. Bolknakken zijn er, en Willemmen 1 t/m 44, in alle soorten en maten, maar er is geen Klassieke Cubaanse Klassepeuk te krijgen, alleen Hollandse Sprieten en Pantertjes… Maar het winkelpersoneel “wist er iets op”…. Onbekend met het onstuimig individu voor wie het cadeau bestemd was, en onwetend van het feit dat hijzelf zijn vertrek als redacteur ziet als het einde van het tijdperk der dinosauriërs, haalde men het doosje met de Passende Sigaar tevoorschijn dat we vandaag aan jou willen aanbieden. Het merk is “Witte Olifant”.
Naschrift. Manuel heeft ons verzekerd dat van de genoemde Nepveus alleen de theoloog Robert Marie (Rob) een direct familielid is. De anderen zijn waarschijnlijk verre verwanten.
