Schaakgedichten

Het schaaktijdschrift MATTEN (newinchess.com) heeft de aardige gewoonte om in elk nummer een schaakgedicht te plaatsen. In de eerste acht nummers waren dit gedichten van eigen bodem van Driek van Wissen, Ivo de Wijs, Jan Kal en Paul van den Hout. Zo heel af en toe zie ik ook elders weleens zo’n witte raaf want ook dichters als T.S. Eliot, Ezra Pound, Mircea Dinescu en Jorge Luis Borges lieten zich door het schaakspel inspireren. Vier van deze witte raven plus een damgedicht (pseudo-schaak) van een ‘Dichter des Vaderlands’ zijn hieronder te vinden.


CAISSA (Sir William Jones, 1763)


A lovely Dryad ranged the Thracian wild.
Her air enchanting, and her aspect mild:
To chase the bounding hart was all her joy,
Averse from Hymen, and the Cyprian boy:
Over hills and valleys was her beauty famed,
And fair Caissa was the damsel named

Fragment uit: CAISSA, or, The Game at Chess (chessdryad.com/caissa/caissa.htm)
Bron: The Oxford companion to Chess, David Hooper and Kenneth Whyld, 1992.
Zie ook: opus.bibliothek.uni-augsburg.de/volltexte/2009/1416


Tijdnood (Jan Kal, 1974)

Misschien dat iets me wel weer los zal maken,
of dat ik niet meer raak uit het gevaar
waar ik met bloedend hart op aanstuur, maar
Ik doe weer weken niets anders dan schaken.

Ten koste van veel waardevoller zaken
bouw ik aan een openingsrepertoire,
al heeft mijn middelspel als hoofdbezwaar
De winstvoortzetting ergens kwijt te raken.

Stel dat ik nu vandaag was overleden,
en God vroeg mij: ‘Hoe was je slotseizoen?’
dan zei ik: ‘Heer, ik maakte, laat begonnen,

Remise met de kampioen van Ede
en met Caïssa’s zomerkampioen,
hoewel ik beide keren stond gewonnen!’

Uit: Fietsen op de Mont Ventoux, Jan Kal, 1974.
Bron: MATTEN Schaakverhalen, Nummer 3, 2008.


Absurd Schaakspel (Mircea Dinescu, Roemenië, 1989)

Zoete naïviteit
Te geloven dat poëzie de wereld kan verbeteren.
Net alsof een tijger Shakespeare zou gaan lezen
Als je een klontje suiker gooit in zijn kooi
Jij, vetgemest door je eigen ramp,
(alsof je lunchte in de spiegel)
fluit als een trein op ’t station
Totdat de meute je onder de voet loopt
Gehaast om die warme plek in te nemen op je nek.
En omdat de droom niets anders is dan het onechte kind van de werkelijkheid,
denk daarom nog eens aan het absurde schaakspel
waarin de gekke loper de dorpen verplaatst
na eerst de paarden te hebben geofferd,
en duizenden mensen prezen haastig zijn spel.

Uit: De dood leest de krant, Mircea Dinescu, vert. Jan Willem Bos, Meulenhoff, 1990.
Bron: Scheurkalender Schaken 2011 (5 & 6 maart), Sander Hilarius, Van Vliet Uitgevers, 2011.
Zie ook: en.wikipedia.org/wiki/Systematization


A Game of Chess (T.S. Eliot, 1922)

‘What shall I do now? What shall I do?’
‘I shall rush out as I am, and walk the street
‘With my hair down, so. What shall we do to-morrow?
‘What shall we ever do?’
The hot water at ten.
And if it rains, a closed car at four.
And we shall play a game of chess,
[The ivory men make company between us]
Pressing lidless eyes and waiting for a knock upon the door.

Fragment uit: The Waste Land, T.S. Eliot, 1922.
Bron: bartleby.com/201/1.html
Zie ook: en.wikipedia.org/wiki/The_Waste_Land


GATVER DAMMEN! (Driek van Wissen, 2005)

Ze zitten als versteend achter hun bord
Met starre blik en zwaarvergroeide lijven,
Hun geest gevuld met veertig platte schijven;
Ja, dammen is de allersaaiste sport.

En daarom vind ik die controles jammer.
Een beetje dope zou goed zijn voor een dammer.

Bron: kb.nl/dichters/wissen/wissen-vaderland-2.html
Zie ook: boekenroute.nl/gasten/gtn1Auteur.aspx?AuteurID=16780 (‘Ballet op het Dambord’)

Scroll naar boven