Spelregelperikelen

Spelregel-perikelen

Spelregel-perikelen                                                     door Rob de Vries

 

Momenteel volgen twee Promotie-leden (John Tan en ondergetekende) de KNSB-opleiding voor wedstijdleider-B. Deze opleiding bestaat uit 2 cursussen, namelijk (a) "spelregelkennis" en (b) "indelingsdeskundige". Als U nu weet dat beide cursussen 6 les-avonden (plus een examen) beslaan, dan denkt U waarschijnlijk "hoe kan je nu 6 avonden over die paar spelregels praten (mat is mat en vlag is vlag) ?". Nu zou het misschien inderdaad ook wel in minder tijd kunnen, maar het blijkt dat je aan één reglementsartikeltje best 1½ uur kan besteden (vooral als er door de cursisten allerlei al dan niet ter zake doende vragen over worden gesteld!).

 

Hoewel de meesten van U zullen denken de spelregels aardig onder de knie te hebben, wil ik toch eens een paar zaken aan U voorleggen. Beschouw het maar als een test, zoals in de Kampioen van de ANWB regelmatig een verkeersquiz staat (die ook vaak tegen blijkt te vallen…).

 

1. Wat U natuurlijk wel weet is dat U bij "normaal" schaak verplicht bent te noteren (niet bij rapid- of snelschaak). Maar wist U ook dat hierbij de korte notatie is voorgeschreven?

 

2. En dat een dame-zet met een ‘D’ wordt geschreven en dus niet met bijvoorbeeld een ‘Q’ (tenzij dat "in het land van de speler gebruikelijk is") ?

 

3. En dat U "Pxf5" moet noteren en niet "Pf5:" of "Pf5x" ?

 

4. En wist U dat U verplicht bent een remise-aanbod ook te noteren, en dat zelfs de wijze waarop dat moet is voorgeschreven (U dient ‘=’ op te schrijven) ?

 

5. Een regel waar veel tegen gezondigd wordt is dat er met één hand gezet moet worden. Dit is misschien wat lastig bij openluchtschaak (met loodzware stukken), maar op een gewoon bord mag U toch echt maar één hand gebruiken! Denk hier vooral aan als U rokeert, en ook als U de klok bedient (dat moet dus met dezelfde hand als die waarmee U Uw zet uitvoerde)!

 

6. Eén van de lastigste items uit de spelregels betreft het punt "als Uw vlag valt heeft U verloren, tenzij Uw tegenstander U niet meer mat zou kunnen zetten" (bij gebrek aan het zogenaamde mat-potentieel is het dan remise). Dit is zo’n beetje het enige artikel waarvoor de arbiter schaakkennis nodig heeft (in alle andere gevallen staat gewoon in de spelregels wat hij moet doen). Wat dacht U van de volgende stelling? Zwart is aan zet en zijn vlag valt. Wat is de uitslag?

AAAAWyyyyyyyyX

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAxAaJjAaAax

AAAAxaMaAaAaAx

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAaGaAx

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAZwwwwwwwwY

U denkt natuurlijk (omdat U Euwe deel 1 al uit heeft) "met 2 paarden kan je niet mat zetten" en stemt dus voor remise.  Fout! Het is wel zo dat er met 2 paarden geen geforceerd mat is, maar er is met deze stukken wel degelijk een matstelling denkbaar, kijk maar (het paard op f2 geeft mat terwijl zijn collega op e2 (of op f3) vluchtveld g1 dekt):

AAAAWyyyyyyyyX

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAa aMx

AAAAxAaAaJjAax

AAAAxaAaAaAaGx

AAAAZwwwwwwwwY

Het gaat er hierbij uitsluitend om of er een matstelling mogelijk is, niet of die bij normaal (goed) spel ook tot stand zou komen. Voorwaarde is wel dat de stelling inderdaad via legale zetten bereikt kan worden.

 

7. Nog een voorbeeld in dezelfde categorie. In de volgende stelling speelt wit De2xe7+ (bedoeling: remise), en nog voordat zwart Ke8xe7 kan spelen valt zijn (zwart’s) vlag. Weet U de uitslag?

AAAAWyyyyyyyyX

AAAAxAaAaGaAax

AAAAxaAaAfAaAx

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAxAaAaLaAax

AAAAxaAaAmAaAx

AAAAZwwwwwwwwY

Je zou zeggen dat wit wint, omdat hij op het moment dat de vlag valt "mat-potentieel" heeft (met een dame tegen niets lukt het zelfs mij om mat te geven). Echter: kan er daadwerkelijk een matstelling worden bereikt? Antwoord: nee! Want de enige legale zet waarmee de partij verder zou kunnen gaan is De8xe7, en dan is er echt geen mat meer. Dus: remise!

 

8. De laatste in deze serie. Met alleen een loper kan je geen mat geven, en (anders dan in vraag 5) is er ook geen mat mogelijk. Dus als U die loper heeft en Uw tegenstander (die alleen nog maar zijn koning heeft) gaat door zijn vlag, dan is het remise. Maar hoe zit het als die tegenstander ook nog een loper (of een paard) heeft? Dan wint U! Er is nu wel een matstelling mogelijk, bijvoorbeeld de volgende.

AAAAWyyyyyyyyX

AAAAxAaAaAaEgx

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAxAaAaAkAmx

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAxAaAaAaAax

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAZwwwwwwwwY

De loper op g8 ontneemt de zwarte koning zijn enige vluchtveld. Dat zwart die loper daar niet zo slim heeft neergezet doet niet ter zake: er is mat mogelijk!

 

9. Het onderwerp "aanraken is zetten" mag hier niet ontbreken. Het volgende heeft zich voorgedaan in een partij op tamelijk hoog niveau. Het stond als volgt:

AAAAWyyyyyyyyX

AAAAxCaAcAaGax

AAAAxbBaAaBbBx

AAAAxAeAaAaAax

AAAAxaAaAaAaAx

AAAAxAaAaBhAax

AAAAxaJhAaAaAx

AAAAxHhAaAaHhx

AAAAxaAaIaImAx

AAAAZwwwwwwwwY

Zoals U ziet staat wit schaak, maar dat had wit zelf even niet in de gaten. Hij wilde Td1xd8 spelen, pakte de toren op e8 vast, ontdekte toen dat hij schaak stond, zette de toren weer terug, dacht even na, en speelde toen Pb3-d4. Zwart protesteerde hiertegen door aan te voeren dat wit de toren op d8 had aangeraakt met de bedoeling die te slaan met de toren van d1, en dat hij dus verplicht was een zet te doen met Td1, en dus Td1-d4 moest spelen. Wat zou Uw beslissing zijn? Het goede antwoord is dat de zet Pb3-d4 is toegestaan, omdat de toren op d1 niet was aangeraakt. Wel was de toren op d8 aangeraakt, en die moet dan geslagen worden indien reglementair mogelijk. In deze stelling was dat niet het geval, en dan mag een andere reglementaire zet worden gespeeld. (De regels zeggen niets over de bedoeling van een speler!)

 

10. Tot slot een anecdote: Weet U waarom in de regels "schaak" gedefinieerd is als de situatie dat een koning door één of meer stukken van de tegenstander staat aangevallen? Waarom staat er niet gewoon "door één of twee stukken" (meer kan toch niet)? Welnu: ooit schijnt een slimmerik (of een curiosa-expert als Tim Krabbé?) bedacht te hebben dat je anders dubbelschaak kunt opheffen door een eigen stuk zodanig te verplaatsen dat ook een derde vijandelijk stuk schaak geeft; dan zou de koning dus door 3 stukken worden aangevallen, en dat zou dan geen schaak zijn!

 

                                                                                                     Rob de Vries

 

Scroll naar boven