Stapel

Kortgeleden werden de kranten gevuld met discussies over een hoogleraar psychologie die mogelijk jarenlang de kluit had zitten belazeren door gegevens te verzinnen en daarmee aan het publiceren te slaan. Stapel, helemaal stapel! In een concreet geval was hij nu door de mand gevallen. Het aardige was dat medeauteur en hoogleraar Roos Vonk hierdoor ook een stevige buts opliep. Nog voordat het artikel was verschenen had deze hooglerares namelijk alvast een persbericht doen uitgaan. Ze was kennelijk blij met de resultaten: vleeseters zijn hufteriger dan vegetariërs. Toen bleek dat de geconcludeerde hufterigheid van vleeseters in werkelijkheid gebaseerd was op de hufterigheid van haar hooggeleerde collega waren de rapen gaar. De man werd standrechtelijk afgebrand …en publiciteitsgeile Roosje stond in haar slipje (paars? open kruisje?).

De eerste vraag is waarom een hoogleraar sociale psychologie zich met zulk onbenullig onderzoek bezighield. Zijn er geen thema’s te bedenken die wat meer belang hebben? Is het onderzoek soms gedaan om duimendraaien en verveling tegen te gaan? De zaak kwam plots in een schriller licht te staan toen ik hoorde dat de hooglerares een prominente functie had gehad bij stichting “Wakker Dier”. Aha, gaat het hier wellicht om onderzoek op bestelling, liefst met een venijnige conclusie jegens vleeseters? Was mevrouw Vonk misschien hoogleraar namens deze club? Dat zou tenslotte kunnen, een constructie waarmee al sinds jaar en dag kerkelijke hoogleraren bij een universiteit kunnen worden aangesteld. Is “Wakker Dier” een kerk? Hoe het ook zij, ik werd weer eens in mijn diep gekoesterde vooroordelen over sociale wetenschappers bevestigd. Heerlijk, heerlijk!
En natuurlijk was er die andere vraag: waarom doet een wetenschapper zoiets, data duimzuigen? Welke kronkel zit er in je kop om dat te doen en daar dan serieus mee aan de gang te gaan? Dat is toch je tijd verprutsen? Uiteraard is dit veel te rechtlijnig gedacht van me. Aandachttrekkerij en eeuwige roem bij de Telegraaflezers moeten welhaast de bepalende factoren zijn geweest bij dit flapdrollenonderzoek. En aangezien roem alleen gloort met opzienbarende resultaten, zorg je er gewoon voor dat die er komen. Nietwaar? Maar er is een risicootje: kans op ontdekking is niet identiek nul en dan zwaait er wat. De onderzoeker die schuldig blijkt aan de overtreding van het Eerste Gebod (“Gij zult met uw fikken van de gegevens afblijven”) verandert per direct in een melaatse die het wetenschapsdorp uitgeworpen wordt.

Maar helaas, helaas, wij schakers mogen misschien ook weer niet al te hard van de toren blazen. In onze gemeenschap is er toch ook af en toe sprake van bedrog? Met enige regelmaat immers worden we verrast door mededelingen omtrent 1800-spelers die tegen een grootmeester mat in tien aankondigen en die in één toernooi de ene na de andere gekwalificeerde speler verslaan. Door berichten over curieuze systemen om informatie van de Rybka’s van deze wereld tijdens een toernooipartij over te brengen aan een van de spelers. Door gevalletjes van strategisch naar het toilet gaan als er een razend lastige stelling op het bord staat, terwijl de toilettant weinig tijd op zijn klok heeft. “Denk”werk van een schaakprogrammaatje uitgeven voor dat van jezelf is niet hetzelfde als gegevens verzinnen -sterker, het is juist het niet verzinnen. Het is een moderne vorm van plagiaat en daarmee van bedrog. Ook al bekend uit professorale contreien trouwens. Bedrog ter wille van iets sociaal begeerlijks: ratingwinst en roem, een hoger plaatsje op de apenrots. Maar ook zelfbedrog dus. En dat is, hoe je het ook wendt of keert, echt helemaal Stapel!

Scroll naar boven