Stilletjes genieten

Het was duidelijk dat het ooit te gebeuren stond. Dreumes, ons schaaktalentje, zou eindelijk zijn opwachting maken in de wereld van de senioren. Onder zijn leeftijdsgenootjes had hij al een spoor van vernieling getrokken, als ik het zo mag uitdrukken. Hoe zou het gaan in de eerste officiële wedstrijd tegen een senior? De wedstrijd in kwestie was een thuiswedstrijd. De senior tegen wie Dreumes moest aantreden -ik noem hem S- bracht een Scandinaviër op het bord. Ik fronste mijn wenkbrauwen, maar hield me er verder niet mee bezig. Ik had mijn eigen Caïssaanse besognes. Toen die ten einde waren ging ik pas weer bij Dreumes kijken. Op het bord stond inmiddels een dubbel toreneindspel. En jawel hoor: gewonnen voor Dreumes. Maar ach, wat zegt dat? Dreumes heeft ongetwijfeld zeer beperkte ervaring met toreneindspelen. S daarentegen loopt al decennia mee, is een serieuze schaakstudent en bij tijd en wijle de sterksten van de club de baas.
Wat waren de mogelijke scenario’s? Het eerste scenario was dat Dreumes het eindspel “gewoon” zou uitschuiven. Het tweede scenario was dat hij het eindspel in remise zou laten verzanden. Het derde dat S met een potentiële troef -twee verbonden boeren- zoveel verwarring ging stichten dat hij zelfs de winst kon pakken. De laatste mogelijkheid leek ietwat vergezocht, maar je weet het nooit. Dreumes kon toch zomaar de kluts kwijtraken. Daar is Dreumes een dreumes voor. Bij het tweede scenario zou S er met een blauw remiseoog vanaf komen. Omstanders zouden hem onmiddellijk na de partij laten zien hoe hij had moeten verliezen. Hij zou de eerste zijn om dat ruiterlijk toe te geven. Met een enorm opgelucht gevoel. Bij het derde scenario ….tja, dan was eigenlijk slechts de reactie van Dreumes interessant; S zou alleen op vettig gegrijns hebben kunnen rekenen.

Dreumes had bijna een uur bedenktijd over, S zag gespannen hoe zijn laatste vijf minuten bedenktijd wegtikten. En de situatie had nog een extra lading. Want niemand kan mij wijsmaken dat S niet besefte dat hij bezig was om af te gaan. Ik genoot. Dit was het feest der herkenning, het leedvermaak, die Schadenfreude. Deze zomer had ikzelf in Dresden van een twaalfjarige snotneus een toreneindspel verloren. Een getraind schakertje was hij zeker, maar lang geen vroegrijpe meester of zo. Na afloop had ik het gevoel dat mijn oren vijf keer zo lang waren geworden en stond mijn gezicht op onweer. Des knapen blonde moeder moet dat onweer hebben gezien en had mij bij wijze van troost verzekerd dat de jongen heel intelligent was. “Das bin ich aber auch” was mijn pissige antwoord geweest. Tien jaar eerder ben ik in ditzelfde Dresden door een wesp gestoken, maar dit voelde net zo. Neen, dat moedertje had het toch niet helemaal begrepen.
Terug naar ons schouwspel. Dreumes was geconcentreerd en voerde zijn zetten snel en gedecideerd uit. Op zijn leeftijd besefte hij natuurlijk niet dat juist dit speelse gemak de afgang van S nog groter maakte. Neen, Dreumes had geen idee welk een emotionele ravage hij aan het aanrichten was. Eindelijk werd het S te gortig en gaf hij op. Ik bleef nog even staan wachten, maar neen… S bedwong de aanvechting om Dreumes met zijn bebrilde neusje onzacht tegen het bord te drukken.
Enfin, ik zal duimen voor S dat Dreumes tijdens het dreumesen-WK heel, heel hoge ogen gooit…

Scroll naar boven