Terug naar Oegstgeest

Terug naar Oegstgeest  door Manuel Nepveu

 

Toen het Tweede Paasdag was, voelde ik mij katterig en zweefde ik op een Perzisch tapijtje. Ik had griep. Hoe ik daaraan kwam was me volstrekt duidelijk. Albert Hebels had mij er op Goede Vrijdag te zijnen huize onder gekregen, maar niet op het schaakbord en niet met de schaakstukken, maar met een colonne virusjes. Dinsdag, woensdag en donderdag gingen voorbij. Ik besefte dat zaterdag 22 april met rasse schreden naderbij kwam en dat mijn deelname aan de grote krachtmeting te Oegstgeest geen al te grote vanzelfsprekendheid was. Ik seinde Frans Martens in. Ik zou mijn best doen om de virusjes uit te roken, maar beloven kon ik niets. Toen de bewuste zaterdag was aangebroken voelde ik mij goed genoeg. Niet dat alle virusjes alreeds om hals waren gebracht, maar het leek er wel in te zitten dat ik kon meevechten “met winstoogmerk”, zoals de expliciete opdracht van onze technisch directeur Hans luidde. Ik was erbij en daar kon ik achteraf alleen maar blij om zijn….

 

De krachtmeting op deze lentezaterdag verliep anders dan alle andere krachtmetingen dit jaar.

Hans merkte op het laatste moment dat hij er ingeluisd werd, want Henk Noordhoek gaf nadrukkelijk aan dat hij liever niet speelde en omdat Hansjepansje nu toch eenmaal van de partij was… Zijn Oegstgeestse tegenstander werd Joop P., de vader van. En daar had Hans gezien zijn eerdere ervaringen geen enkel probleem mee. “Terug naar Oegstgeest”, een zoete zinsnede voor Hans? In deze, zijn allerlaatste knsb-partij? Hij bleek overigens de enige Zoetermeerder van het eerste te zijn die erin geluisd zou worden deze middag. En wel door Noordhoek, de slungelige Mefistofeles uit de zompige moerassen.

 

De wedstrijd, kort en zonder omwegen. Er waren na enige tijd wat zorgen aan bord één (Mostert), maar bord één mocht gewoon verliezen. Dat was afgesproken. Aan de borden twee (Meijer) en drie (Mevrouw van Nies) zagen de zaken er behoorlijk uit. Die borden mochten in principe ook verliezen, maar het zag er niet naar uit dat dat zou gebeuren. Prima dus. Aan de lagere borden ging het niet volledig zoals in het draaiboek voor die middag stond. Broekman aan zeven leek zijn tegenstander niet te kunnen vloeren en Ahlers aan zes nam op gegeven moment wel erg enthousiaste risico’s. Van den Bergh aan bord vier opende uiteindelijk de score met een remise (tegen het draaiboek). Daarna mocht ik verdergaan.

 

Ik deed wat mij was opgedragen en omdat de virusjes niet verder opspeelden kon ik dat ook. De enige dame in het gezelschap hield haar tegenstander op remise, ofschoon het juister is om te zeggen dat haar tegenstander haar op een halfje hield. Broekman speelde ook remise (tegen het draaiboek). Maar de tegenstander van Ahlers werd kennelijk door de gebeurtenissen op het bord geheel overmand en Ahlers incasseerde een vol punt. Hijzelf zal wel het beste weten of dat meer geluk of meer wijsheid was. Hier ergens werd een nuttig telefoontje met Middelburg geplaatst, vermoedelijk door de altijd listige Harry Breuker. De Zeeuwen bleken volgens de berichten op een zege van 5-3 dan wel 6-2 af te stevenen. In dat laatste geval moest er hier in Oegstgeest wel gewonnen worden met drie punten verschil. Mostert bleek intussen twee minusboeren “te bezitten”, maar er waren ongelijke lopers op het bord. Mostert maakte van die omstandigheid optimaal gebruik en zijn aanmerkelijk sterkere tegenstander moest berusten in een puntendeling. Even later maakte ook Bannink remise (tegen het draaiboek). Hans stond met een pion meer voortreffelijk. Wij hoefden hem niet expliciet aan te raden om Ome Joop te gaan melken. 5½ punten pakken zou wel zo verstandig zijn. En die kwamen er ook.

 

Je kunt je afvragen waarom Promotie tot de laatste wedstrijd heeft moeten wachten alvorens het nou eens een keertje goed te doen. En ook nu zag ik haar weer even in de hoek van de zaal staan, de koe-ogige Caïssa met haar rode konen. Op haar linkerhand droeg zij een waanzinnige uitvergroting van een virus, in haar rechterhand hield zij haar zweepje. Zij schaterde koortsig. Toen was ze weg. In grote opwinding liep ik naar de auto, samen met de technisch directeur. Het was zijn laatste veldslag in de Bovenbond, maar toch heeft hij haar niet gezien.

 

 

Scroll naar boven