Tijd, mijne heren!

“Mijnheer, ik kan ook schaken”. Olijk kijkende, blauwe ogen kijken mij aan. Blond haar, fijn gezichtje. “Ik heb het van mijn moeder geleerd” Oma komt binnen. “Mag ik een partijtje spelen”? Dat mag. Oma en kleinzoon nemen plaats op de oude stoelen met zicht op een schilderij van een van de kanalen van Veendam. “Ik kan ook ‘en passant’ slaan” zegt de jongen terwijl hij een been onder het zitvlak vouwt. Deze laatste mededeling maakt mij een beetje wantrouwend. Als je het spel goed geleerd hebt, pluk je er niet zo maar de kennis van een regel uit, maar houd je je juist stil. Ik besluit hem een dame voor te geven. Hij vindt dat prima en gaat voortvarend van start.
Voorgiftpartij zonder dame op d8 1. f2-f4 e7-e6 2. Pg1-f3 b7-b6 3. h2-h3 Lf8-e7 4.Pf3-d4 Le7-h4 Hij kijkt mij aan “dit is mat hè?” Ik knik. “Ik kan ook rokeren”, vervolgt hij.
Hij zet wat pionnen terug, maakt veld f1 vrij en voert tweehandig de rokade uit. Het wordt tijd voor schaakles. Ik vraag aan oma of zij nog wat geduld heeft. Het eenhandig uitvoeren van de zetten, de lange rokade (want die was onbekend), het niet mogen rokeren indien men schaak staat, kortom alle regels passeren de revue. Ondertussen babbelt hij nog honderd uit over allerlei avonturen op het schaakbord met zijn zusje of moeder. “Er gaan op vakantie altijd twee schaakborden mee”, wordt mij medegedeeld, alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is. Ik bevind mij in café Snijders. Achter de ouderwetse toog staan flessen Hooghoudt dubbele graanjenever, ’t Bittertje uit Veendam, gezoete citroenjenever uit Sappemeer. Er staat een gietijzeren potkachel in het lokaal en vanuit het raam zie ik turven, een handkar en een turfschip. Een oude staartklok tikt luid en af en toe klinken stemmen van de straat door. Denksportdag in het Veenkoloniaal Museum! Mijn beurt om een paar uur lang bezoekers uit te nodigen achter het schaakbord plaats te nemen. Gelukkig was men niet op het idee gekomen de ‘acteurs’ in oude kledij te hijsen.
“Hoe gaat de klok” vraagt hij en voegt er aan toe “mijn zusje schaakt beter dan ik” “Wilt u ook kijken hoe de klok werkt”, vraag ik aan oma die intussen aan het rond kijken is.
“Nee, dank u” is het antwoord. “Ik weet het al, mijn man heeft zijn hele leven geschaakt!”.
Vandáár het eindeloze geduld met haar schakende kleinzoon. Hier sprak een ervaren vrouw!.
De jongen blijkt uit Termunten te komen, een klein plaatsje aan de Dollard. Geen schaakclub in de buurt. Ik ben benieuwd of ik hem ooit nog in de schaakwereld zal tegenkomen.
Om kwart voor drie verschijnt mijn aflossing. We besluiten één partij te spelen. Ik gooi er een Benkö variant uit en in een duizelingwekkende stelling gaan we in het middenspel automatisch over op analyseren. Een half uur lang roffelen de combinaties over het bord. We merken niets meer van de wereld om ons heen Wij bevónden ons niet alleen in het begin van de 19e eeuw. We hadden ook de tijd nog even stilgezet.

Scroll naar boven